Bij KiMo heersen wetenschappers, en de tandarts moet maar uitvoeren

Het artikel van uw redacteur Berkhout bevestigt de bezwaren van de gewone tandartsen tegen de huidige opzet van KiMo (Kennisinstituut Mondzorg). (Tandarts wil het laatste woord, 3/12.)

Behalve een woordvoerder van beroepsvereniging KNMT komen alleen maar belanghebbenden bij KiMo aan het woord. De gewone tandarts wordt buiten beeld gehouden. De patiënt ook. Kortom, een uiterst eenzijdig verhaal.

Tandartsen zijn niet tegen richtlijnen, wel tegen de huidige opzet van KiMo. Er zijn overigens, in tegenstelling tot wat het artikel beweert, al de nodige richtlijnen zoals het paroprotocol, de röntgenrichtlijn, de WIP-richtlijn, endoprotocol, richtlijn tandletsel, richtlijn jeugdtandzorg, richtlijn spoedgevallen, richtlijn medicatieoverdracht etcetera. Uitbreiding hiervan is wenselijk. Echter in de huidige opzet van KiMo is zeggenschap van de gewone tandarts onvoldoende geborgd. Terwijl zij primair de uitvoerders van de richtlijn zijn.

Dit brengt het risico met zich mee dat wij als tandartsen opgezadeld kunnen worden met richtlijnen waarmee je in de dagelijkse tandartsenpraktijk niet uit de voeten kunt. Bovendien kunnen nieuwe richtlijnen ook zeer kostenverhogend werken. En wie betaalt dat?

De door de beroepsverenigingen KNMT en ANT voorgestelde Ned. Ver. Praktijkstandaarden Mondzorg is bedacht naar analogie van de richtlijnensituatie bij huisartsen en specialisten. Deze blijkt goed te werken, omdat wetenschappelijke inbreng en acceptatie door het veld wel in evenwicht met elkaar zijn.

Binnen KiMo hebben de wetenschappers het voortouw: zij stellen de richtlijnen op, tandartsen moeten deze dan gaan uitvoeren maar worden onvoldoende gehoord.

KiMo lijkt meer een melkkoe te worden voor de universiteiten: eerst richtlijnen bedenken en dan ijverig cursussen voor de onwetende tandartsen organiseren.

Als de patiënt de regisseur wordt van zijn mond, wordt verondersteld dat hij zoveel kennis bezit dat hij in staat is een goede afweging te maken. Is deze veronderstelling wel evidence-based?

Tandarts