Gezichtsmasker

Toen Garry Kasparov in september tijdens het toernooi om de Sinquefield Cup in St. Louis de film Pawn sacrifice had gezien, zei hij: „Het kon erger.” Dat was geen artistiek oordeel. Kasparov legde uit dat het hem er alleen om ging of de film het schaken bevorderde.

Vanaf deze week is die film, over de match tussen Bobby Fischer en Boris Spasski in 1972, in de Nederlandse bioscopen te zien. Tobey Maguire, bekend als Spiderman, speelt Bobby Fischer, die in het echte leven wel iets van Spiderman had: bedeesd en kwetsbaar in het gewone leven, maar een superheld aan het schaakbord.

De filmmakers maken het in de aftiteling duidelijk genoeg dat ze het een en ander veranderd, verhevigd of gecomprimeerd hebben, en dat kan ook niet anders in een speelfilm. Fischer wordt gekker afgeschilderd dan hij in 1972 was; er wordt een voorschot genomen op de toekomst, waarin het steeds slechter met hem ging. In de film is er, zonder rechtvaardiging in de realiteit, ook een steekje los aan Spasski, die je op een gegeven moment op het podium tijdens een partij als een bezetene de stoel waarop hij zat met geweld ziet demonteren, omdat hij er trillingen in voelde. Niets van waar, zoals het ook niet waar is wat er gezegd wordt over Paul Morphy (1837-1884), dat die na iedereen verslagen te hebben krankzinnig was geworden en zelfmoord had gepleegd. Morphy was niet gek en stierf aan een beroerte.

De acteur die Spasski speelt lijkt overigens verbluffend goed, alleen zijn de nobele gelaatstrekken van de wereldkampioen bij hem akelig vergrofd, alsof hij de echte Spasski is met een rubber masker over zijn gezicht.

Er wordt vaak geschreven, en nu ook weer, dat de match plaatsvond op een hoogtepunt van de Koude Oorlog, maar dat was niet zo. Dat sinistere hoogtepunt was de Cuba-crisis van 1962, maar 1972 was juist het jaar van de detente, waarin de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie belangrijke verdragen over wapenreductie sloten.

Wees voorzichtig met wat je wenst, want je wens kan uitkomen. Fischer kreeg wat hij wilde, hij werd wereldkampioen, en wandelde verder in duisternis. Spasski bleef geestelijk gezond en won een jaar later een geweldig kampioenschap van de Sovjet-Unie, waaraan nog vier andere wereldkampioen meededen, met een punt voorsprong.

Boris Spasski - Noechim Rasjkovsky, kampioenschap Sovjet-Unie 1973

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. Lg5 e6 7. f4 Dc7 8. Ld3 Pbd7 9. De2 b5 10. 0-0-0 Lb7 11. The1 Le7 Dit had Rasjkovsky een paar ronden eerder in het toernooi met zwart ook gehad tegen Vladimir Savon en toen kreeg hij na 12. Kb1 Pc5 een goede stelling. Spassky speelt energieker dan Savon. 12. e5 dxe5 13. fxe5 Pd5 14. Lxe7 Er was nog een andere spectaculaire mogelijkheid, 14. Pxe6, die na 14...Lxg5+ 15. Pxg5 Pxc3 16. bxc3 Dxc3 tot een zeer ingewikkelde, maar voor wit gunstige stelling zou leiden. 14...Pxc3 15. Dg4 Een mooie en onverwachte zet. Wit offert zwaar materiaal. 15...Pxd1 Er waren andere mogelijkheden zoals 15...Kxe7 of 15...Pxe5, maar ook die zijn gunstig voor wit.

Zie diagram

16. Pxe6 Met een toren achter gooit wit er nog een stuk tegenaan. 16...Dc6 Een hardnekkiger verdediging was 16...fxe6 en volgens Kasparov had zwart de partij daarmee kunnen redden, maar misschien is dat niet waar. Een belangrijke variant is 16...fxe6 17. Ld6 Db6 18. Dxe6+ Kd8 19. Lf5 Lc6 20. De7+ Kc8 21. e6 Td8 22. exd7+ Lxd7 23. Te5 en wit wint. 17. Pxg7+ Hierna is het makkelijk voor wit. 17...Kxe7 18. Dg5+ f6 Na 18...Kf8 wint wit met 19. Pf5. 19. exf6+ Kd8 20. f7+ Kc7 21. Df4+ Zwart gaf op.