Geschikt voor de fiets, niet voor het leven

Eric De Vlaeminck

Belgische veldrijder werd zeven keer wereldkampioen.

Foto ANP

Voor zevenvoudig wereldkampioen veldrijden Eric De Vlaeminck was de dood een verlossing. Hij leed geruime tijd aan alzheimer en Parkinson en vegeteerde de laatste jaren eenzaam in een rusthuis. Tot hij vrijdag op 70-jarige leeftijd de ogen sloot.

De gracieuze hinde van het veld laat een bewogen leven na. Ergo: hij was alleen geschikt voor de fiets, niet voor het leven.

Eergevoel en prestatiedruk dreven hem als renner naar drank en drugs, naar verslaving aan amfetamines vooral. Met zijn al even eergierige broer Roger De Vlaeminck raakte hij gebrouilleerd. De bloedvete werd tot in de media uitgevochten.

Schoonheid

En toch: de herinnering aan Eric De Vlaeminck is: schoonheid. Zijn souplesse als veldrijder was ongenaakbaar. In een tijd dat cross nog meer was dan een Vlaamse parochiesport danste hij de tegenstand tot razernij. De slijkduivels van zijn generatie Renato Longo, Rolf Wolfshohl en Albert Zweifels knielden een voor een voor het halve godswonder. Veldrijden was in de jaren zestig en zeventig nog internationaal gekleurd.

In het Nederland van de vorige eeuw benaderde alleen Hennie Stamsnijder de klasse van Eric. Maar tot zeven wereld- en vijf nationale titels kwam ook hij niet.

Dat record bleef bezit van de interplanetaire crosser uit Eeklo. Die zich overigens ook als wegrenner bewees: een etappezege in de Tour de France en tweemaal het podium van de Waalse Pijl.

Pure klasbak

Als pure klasbak overtrof hij zijn broer Roger die nochtans veelvoudig winnaar van Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix werd. Na zijn carrière ging het enkele jaren goed als Belgisch bondscoach in het veldrijden. In totaal sleepte hij 29 WK-medailles binnen voor de tricolores.

Als veldrijder had hij in België maar één concurrent: de bloemenkweker Berten Van Damme uit Laarne. Een vooroorlogse ploeteraar die meer op karakter dan op talent een bloedstollende tweestrijd was aangegaan. Voorafschaduwing van het veldrijden als eindeloze dorpsvete. De jarenlange strijd om het veldmeesterschap tussen Roland Liboton en Hennie Stamsnijder had ook een hoog drassig poldergehalte.

De avond dat ik Eric voor tv interviewde, in een veredeld schuurtje als optrek, ontdekte ik een man die de trots over zijn verleden had verloren. Ontroering voor zijn zeven wereldtitels was er niet meer bij.

Hij keek vooral terug op de hoge prijs die hij had betaald voor zijn superieure palmares: gebroken huwelijk, verslaving, broedertwist. Zijn leven lang hunkerde Eric amechtig naar liefde – helaas, alleen adoratie was zijn deel.