Fraai kinderboek over het lichaam...

Je voelt je aangesproken. Het is niets nieuws om in een kinderboek de ‘je’-vorm te gebruiken, maar zoals Jan Paul Schutten het doet in Het wonder van jou, voelt het gloednieuw. Zijn boek gaat over het menselijk lichaam, maar zoals hij het opschrijft gaat het over mijn lichaam, denk je dan, als lezer. „Je bent al een keer de snelste en de beste geweest in een wedstrijd met miljoenen anderen”, beschrijft hij aan het begin de ‘race van je leven’, en ja, die overwinning op ‘300 miljoen concurrenten’ voelt inderdaad als een wonder van mij.

Dat is de kracht van non-fictiekinderboekenschrijver Schutten: een ingewikkeld onderwerp zo verpakken dat het dichtbij komt en verrukkelijk wordt. Dat deed hij in zijn evolutiekinderboek Het raadsel van alles wat leeft, dat terecht overladen is met prijzen en een verkoopsucces werd. In dat boek was Jos Grootjes uit Driel zijn meestertruc: hoe was het mogelijk dat de evolutie ook die fictieve sul met stinksokken had voortgebracht? Zo liet het verhaal van de evolutie zich weergaloos vertellen.

Bij het menselijk lichaam is dat moeilijker. Er valt veel over te weten en er zijn veel leuke weetjes, maar het narratief is er minder vanzelfsprekend, want een logische lijn in een verhaal van zenuwstelsel tot spijsvertering tot bacteriën is er niet. Daardoor is Het wonder van jou niet zo goed als zijn voorganger.

Maar Schutten begint goed, als hij ons zo klein maakt ‘dat een hoofdhaar zo breed lijkt als een grote rivier’, hij met ons inzoomt op celniveau, de broodnodige metaforen vindt voor mitochondriën en ribosomen en microtubuli en zich dan moet laten onderbreken door een invasie van virussen. Hij doseert de informatie precies goed om het boek een fijn ritme te geven. En om nog even verder te gaan: die virussen beschrijft Schutten als ‘ninja-robot-zombies’, waarbij illustrator Floor Rieder hem knap bij de les houdt. In haar tekeningen zijn de virussen namelijk geen supergevaarlijke poppetjes, maar turquoiseblauwe zeshoekjes. Geabstraheerd zijn ze misschien nog wel angstaanjagender – en zo spelen tekst en tekeningen met elkaar.

Rieders illustraties hebben telkens iets metaforisch, en die zijn zonder uitzondering goed getroffen. Zie haar tekeningen van rokerslongen die ze asfalteerde, het lichaam dat ze weergaf als mierenhoop en vlinders zoals ze nog nooit in een verliefde buik hebben gezeten. Rieder kan van een schoolbiologische tekening van een bacterie nog een humoristisch kunststukje maken. Zij evenaart haar werk in Het raadsel van alles wat leeft, en overtreft het soms.

Dat geldt voor Schutten niet in alle opzichten: vooral in de opbouw en het ritme van het verhaal wringt er wat. Waar hij in Het raadsel van alles wat leeft grote tijdsprongen afwisselde met extreem gedetailleerd uitpluizen, hebben te veel hoofdstukken in Het wonder van jou iets gejaagds. Hij laat interessante vragen liggen, scheert over sommige lichaamsonderdelen te snel heen, zoals in zijn haastige hoofdstuk over het brein en zijn wel heel weinig prikkelende hoofdstuk over seks. En die jij-vorm, die in al zijn verwondering zo goed werkte, laat hij soms varen voor een minder krachtig ‘ons’.

Maar veel opgelepelde weetjes zijn geweldig, veel metaforen zijn ongeëvenaard slim en treffend. Ik zal nooit vergeten dat het lymfestelsel ‘een beetje als de wifi bij je thuis’ is: onzichtbaar en onvoelbaar, maar o wee als er iets mis is. Ja, ook zó verwoord je een wonder.