Een echte Van Gogh voor aan de muur

De kamer van Van Gogh in de Auberge Ravoux in Auvers.

Wie de schilder Vincent van Gogh wil leren kennen, kan in de rij gaan staan op het Museumplein in Amsterdam. Wie kennis wil maken met de mens Van Gogh moet naar Auvers-sur-Oise, het kunstenaarsdorp bij Parijs waar Van Gogh de laatste zeventig dagen van zijn leven sleet. Het dorp trekt jaarlijks zo’n 300.000 Van Gogh-pelgrims. Met een gidsje in de hand lopen ze langs de korenvelden, langs de kerk, het stadhuis, de woning van Dr. Gachet en alle andere plekken waar Van Gogh zijn ezel neerzette voor wat zijn laatste schilderijen zouden worden.

Op de begraafplaats van Auvers leggen de bewonderaars zonnebloemen, sakeflessen en gedichten op de door klimop overwoekerde zerken van Vincent en Theo van Gogh. Hoogtepunt, voor wie een kaartje weet te bemachtigen, is een bezoek aan de Auberge Ravoux, de herberg waar de schilder een kamer huurde en op 29 juli 1890 overleed in de armen van zijn broer Theo, twee dagen nadat hij zichzelf met een pistool in de borst had geschoten.

Onvergetelijke ervaring

Dat kamertje is een onvergetelijke ervaring: zeven vierkante meter, kale muren, één dakraampje en slechts gemeubileerd met één houten stoel. Moeilijk voor te stellen dat de kunstenaar in deze veredelde bezemkast zijn meesterwerken droomde, voor hij ze in de buitenlucht in een vloek en een zucht op doek zette.

De Auberge Ravoux is sinds 1987 eigendom van Dominique-Charles Janssens, een 67-jarige Belg. Na jarenlange strijd met overheden, die het historische monument liever weer in Franse handen zagen komen, heropende Janssens de gerenoveerde herberg in 1993 voor het publiek. Het kleine restaurant is weer zoals het was in de tijd dat Van Gogh er dagelijks at – de tafels worden gedekt met eenvoudige theedoeken en op het menu staan stoofpotjes. Het kamertje van de schilder op de tweede etage verkeerde nog in authentieke staat: de spijkers waar hij schilderijen aan ophing zaten nog in de muur. Na zijn dood was het als berghok in gebruik genomen, omdat slapen in de kamer van een zelfmoordenaar ongeluk zou brengen.

Sinds de heropening hebben ruim 1,3 miljoen Van Gogh-toeristen het lege kamertje bezocht. Dat hadden er veel meer kunnen zijn, maar Janssens zegt het ‘kleinste museum ter wereld’ niet te willen „disneyficeren”.

Binnenkort kan Auberge Ravoux wereldnieuws worden. Na bijna drie decennia lobbyen verwacht Janssens een langgekoesterde wens van Vincent van Gogh te kunnen verwezenlijken. Een paar maanden voor zijn dood schreef de schilder aan Theo, dat hij, ‘un jour ou un autre’, een tentoonstelling van zijn werk hoopte te krijgen in een café. Janssens denkt rond de jaarwisseling bekend te kunnen maken dat de Auberge Ravoux zal veranderen van een museum zonder kunst in een museum met één kunstwerk: een echte Van Gogh.

De herberg is al acht jaar klaar voor de komst van een meesterwerk: in het kamertje van Van Gogh liet Janssens een gepantserde hightech vitrine bouwen. Ook het benodigde geld voor de aanwinst, zeker 150 miljoen euro, is voorhanden. En de Franse overheid lijkt het plan niet langer te blokkeren. De laatste hindernis is een particuliere verzamelaar vinden die afstand wil doen van zijn Van Gogh.

Hoe wordt een Belg eigenaar van een Frans kunsthistorisch monument?

„Per ongeluk. Dertig jaar geleden reed ik na een dagje uit op het Franse platteland terug naar ons huis in Parijs. Voor een verkeerslicht in Auvers-sur-Oise knalde een zatlap achterop mijn wagen. In het ziekenhuis las ik in het politieverslag dat het ongeluk was gebeurd voor de deur van het Maison Van Gogh. Een winkel die naar de schilder is vernoemd, dacht ik. Maar een gendarme vertelde me dat het ging om de herberg waar Van Gogh was gestorven.

„Tijdens mijn revalidatie ben ik de brieven van Van Gogh gaan lezen, van achter naar voren. Dus eerst de brieven uit Auvers en daarna die uit Saint-Rémy-de-Provence, Arles, Parijs, enzovoorts. Mijn beeld van Van Gogh was gevormd door de film met Kirk Douglas in de hoofdrol. Een melancholieke hoerenloper, absint, het oor, de zelfmoord – de Hollywoodversie van een kunstenaarsleven. Door die brieven leerde ik een heel andere Van Gogh kennen, een humanist, iemand met een enorme levenslust.

„In de eerste brief die ik las, schreef Vincent: ‘Auvers est gravement beau.’ Dat is Nederlands-Frans voor ‘erg mooi’. Ik dacht: als Vlaming kan ik Van Gogh veel beter verstaan dan een Fransman. Als buitenlander in Frankrijk voelde ik ook een zekere verwantschap. Toen ik hoorde dat de herberg te koop stond, zag ik dat als een teken. Ik was directeur marketing en export bij Danone (het Franse voedingsmiddelenconcern, red.) en reisde wel 400.000 kilometer per jaar. Ooit, als ik ouder was, wilde ik een eigen hotel bezitten.”

En de eigenaren gaven de voorkeur aan een jeugdige Belg?

„Er waren meer gegadigden. Modeontwerper Pierre Cardin had belangstelling, net als de Franse communistische partij. Overheden niet – Jack Lang, de toenmalige minister van Cultuur, zei dat het café altijd in private handen was geweest en dat dat maar zo moest blijven. Vergeet niet, Van Gogh had destijds minder status dan nu.

„Andere partijen boden iets meer. Maar de vrouw die het verkocht, was onder de indruk van mijn restauratieplannen. En, niet onbelangrijk, mijn Franse vrouw was in dezelfde maand, in hetzelfde dorp en door dezelfde dokter ter wereld geholpen als de dochter van de eigenaresse.”

Vlak nadat u de herberg had gekocht, werd een stilleven met zonnebloemen geveild. Opeens was Van Gogh de duurste schilder ter wereld.

Lachend: „Ja, en toen begonnen mijn problemen. Een Franse krant kopte: ‘Van Gogh à la frite’ – opeens was ik een Belgische marketingman die een frietkot ging maken van een Frans historisch monument. De bouwvergunning werd een gevecht, voor niet-bestaande parkeerplaatsen moest ik kapitale bedragen neertellen en banken trokken hun toegezegde leningen in.”

Nooit overwogen het pand weer te verkopen?

„De brieven van Van Gogh hadden me sterk gemaakt. Hoe klein waren mijn problemen niet vergeleken met die van hem? En ze staan vol wijsheden. Dat je klein moet beginnen. En dat het niet geld is dat rijk maakt, maar ideeën.”

Wist u meteen wat u wilde met Auberge Ravoux?

„Ik zou op een dag in de herberg een schilderij van hem tentoonstellen, dat is altijd mijn uitgangspunt geweest. Voor dat doel heb ik meteen de stichting Institut Van Gogh opgericht. Na het tekenen van het koopcontract heb ik een sabbatical genomen en tweehonderd huizen van beroemdheden bezocht: Shakespeare in Stratford-upon-Avon, Mozart in Salzburg, Hemingway in Key West. De meeste indruk maakte het Anne Frank Huis: een lege kamer die je kan bemeubelen met je eigen gedachten. Nietzsche zei het al: een lege kamer is een spiegelkamer voor de ziel. Na dertig jaar weet ik dat de Van Gogh-kamer ook als een spiegel werkt. Bezoekers komen voor de schilder, maar in zijn kamer ontdekken ze zichzelf, worden ze zich bewust van hun eigen problemen. Velen komen heftig geëmotioneerd naar buiten.”

Wat was het kantelpunt in uw strijd met de autoriteiten?

„De enthousiaste publicaties in vooral Amerikaanse kranten. Als The Washington Post vragen stelt aan de burgemeester van Auvers gebeurt er iets. Ik kreeg toegang tot mensen die me konden helpen.”

U heeft panden rond de herberg gekocht en al 18 miljoen euro in de droom van Van Gogh gestoken. Waar doet u dat van?

„Mijn vrouw heeft een succesvol bedrijf. Door haar heb ik voor mezelf nog nooit een euro aan salaris uit de herberg hoeven halen. En net als Vincent heb ik een Theo die mij ondersteunt. Mijn Theo heet Alain en komt uit België. Toen de banken mijn plannen niet langer wilden financieren omdat de autoriteiten zo vervelend deden, heeft hij ervoor gezorgd dat ik mijn onafhankelijkheid niet verloor.

„Wat ook enorm heeft geholpen is een marketingidee. Van de sleutels van de herberg en de kamer van Van Gogh heb ik een paar duizend kopieën laten maken. Eigenaren kunnen de herberg binnenkomen wanneer ze dat willen. Die sleutels heb ik voor veel geld kunnen verkopen.”

Hoe ging dat in zijn werk?

„Waarom spreekt Van Gogh als schilder zo aan? Omdat een stoel bij hem een stoel is en een paar schoenen een paar schoenen. Het is wat het is, er zit geen ingewikkelde ideologische rechtvaardiging achter. Zo is het ook met die sleutels. De CEO van Citicorp (grote Amerikaanse bank, red.) kocht er duizend en deed ze met de jaarwisseling cadeau aan mensen als Bill Clinton, Bill Gates en Steve Jobs. Die hingen ze aan de muur, tussen de oorkondes, en kwamen naar Auvers. Zeker voor mensen die alles al hebben, is een privilege een echte luxe. Dat idee met die sleutels heeft voor mij vele deuren geopend.”

Toen u de herberg kocht, trok Auvers jaarlijks 5.000 toeristen, nu 300.000. Genoeg, zegt de nieuwe burgemeester.

„Eens. Wij weigeren jaarlijks 150.000 bezoekers, bijna drie keer zoveel als we er ontvangen. Vorige week kreeg ik nog een verzoek: 4.000 Chinezen die in de herberg willen trouwen. Laat ze dat maar bij de Eiffeltoren doen. Als ik de Van Gogh-emotie wil behouden, moet ik van de herberg geen Walt Disney-attractie maken. Vijftien bezoekers per kwartier, dat is het maximum. En twee dagen per week en vier maanden per jaar zijn we dicht.”

In 2007 was u dicht bij de realisatie van de droom van Van Gogh. U kon een prachtig, in Auvers geschilderd landschap lenen van het Pushkin Museum. Wat ging er mis?

„De grote baas van Gazprom wilde mijn partner worden. Dat landschap is het enige schilderij dat Van Gogh in zijn leven heeft verkocht. Voor zo’n twee miljoen euro heb ik toen gezorgd voor een vitrine en beveiliging op Mona Lisa-niveau: pantserglas, zeven ton plaatstaal in het dak en de muren, dertien verborgen camera’s, enzovoorts. Alles ging goed, tot de Franse overheid er lucht van kreeg. Een schilderij van Van Gogh in een café? Dat nooit, zei Françoise Cachin, de baas van de Franse musea. Als het Pushkin Museum zou doorzetten, kon het nooit meer een schilderij lenen van een Frans museum.

„Mevrouw Cachin heeft mijn leven een beetje kapot gemaakt. Maar je moet het verzet van de Franse overheid wel in de tijd zien. Privé-initiatieven in de culturele sector waren lange tijd per definitie verdacht: ze stonken naar geld. En zo’n sexy plan in een café, dat was gewoon ondenkbaar.”

Heeft u de Fransen nu aan uw zijde?

Hij haalt zijn schouders op: „Daar heb ik geen behoefte aan. Mijn publiek is een wereldpubliek. Ik zeg altijd: le premier pouvoir est le pouvoir de nuissance – de autoriteiten kunnen me alleen maar dwarszitten. Overigens lijkt het alsof ze me nu omarmen. Onlangs kwamen hoge ambtenaren met de Chinese minister van Cultuur in de herberg eten. En een week later met de gouverneur van Osaka.”

Hoe verleidt u een miljardair om een Van Gogh voor u te kopen?

„Met argumenten. Sommige captains of industry willen net als Jean Paul Getty en François Pinault een eigen museum, een visitekaartje voor als ze er niet meer zijn. Zo’n museum vergt een investering van tussen de 500 miljoen en 3 miljard euro. Je moet een collectie aanleggen, een architect vinden en daarna kost het twintig jaar om met marketing wereldwijd bekendheid te krijgen.

„Citicorp heeft me geholpen aan een adreslijst met puissant rijke klanten. Aan Amerikaanse miljardairs met een boontje voor Van Gogh (= Vlaams voor ‘voorliefde’) heb ik brieven geschreven. Met een investering van zo’n 150 miljoen euro, de prijs voor een Van Gogh-schilderij, bent u de eigenaar van het kleinste museum in de wereld, hield ik ze voor. Overnight wordt u wereldberoemd als de man die de droom van Van Gogh verwezenlijkt, de nieuwe Theo van Gogh.

„Van twee miljardairs kreeg ik destijds antwoord. Eentje antwoordde me dat hij in 2015 zijn obligaties zou verkopen. Dan zouden we kunnen spreken. Dat gesprek is nu gaande. Het gaat om iemand die een collectie van 22 schilderijen wil kopen van een grote particuliere verzamelaar. Naast een Picasso, een Cézanne en een Toulouse-Lautrec zit daar ook een mooie Van Gogh bij.”

Zijn er nog wel schilderijen uit Auvers te koop?

„Zeker wel. In zeventig dagen heeft Van Gogh er tachtig geschilderd. Na de begrafenis, die vanuit het restaurant van de herberg werd geleid, omdat de priester geen dienst in de kerk wilde voor een protestantse zelfmoordenaar, heeft Theo veel schilderijen weggegeven. Ik heb al verschillende doeken aangeboden gekregen, maar ik wil per se een meesterwerk. Ik weet een zelfportret dat te koop staat voor 280 miljoen dollar. En ook weet ik wie het schilderij van het stadhuis van Auvers bezit. Op dat doek hebben we eerst 95 miljoen geboden, toen 100 en ten slotte 105. Steeds geweigerd. Op het goede moment moet ik het nog eens proberen.”

En als het plan met de rijke Amerikanen mislukt?

„Dan begint de strijd opnieuw. Soms, bij tegenslag, zegt mijn vrouw: ‘Hoe houd je het vol? Ik zou allang uit het venster zijn gestapt.’ Maar ik geef om Van Gogh, die man inspireert mij nog iedere dag.”

Op de vraag wat het grootste misverstand is over Vincent van Gogh, pakt Janssens zijn telefoon. Hij laat een paar foto’s zien die hij kreeg toegestuurd: van een colbert, een hondendekje en een kinderwagen voorzien van Van Gogh-prints. „Of ik niks kan doen tegen die rare producten, is dan steeds de vraag.”

Voor het eerst valt Janssens even stil. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, wil niemand voor het hoofd stoten. Voorzichtig legt hij uit dat hij zich stoort aan de vercommercialisering van de schilder. Hij pleit ervoor prudent met de schilder van de zonnebloemen om te springen. „Van Gogh wordt steeds meer als een merk ontwikkeld. Ik zit op een andere frequentie. Dr. Gachet, de vriend van Van Gogh, zei: ‘Hoe moeilijk is het om eenvoudig te zijn.’ Less is more, dat is meer de geest van Van Gogh.”