Een crisis onderga je

Een ‘extra dikke special’ van de Groene Amsterdammer: ‘Hoe lossen we de problemen van de toekomst op?’ U moet er eens op letten: als je tegenwoordig het woord toekomst leest, is het woord probleem nooit ver weg. Of crisis. Dat steeds meer de betekenis van ‘kwestie’ of ‘situatie’ krijgt.

Hoe is het met de wereldvoedselsituatie? De wereldvoedselcrisis, bedoel je? Op een kwestie volgt een antwoord, een situatie neem je in ogenschouw, een crisis onderga je.

Ergens midden jaren zestig werd in een nieuwbouwwijk bij ons in de buurt een groot, nieuw filiaal van Albert Heijn geopend. Een supermarkt volgens de laatste stand van de supermarktbouwkunde. Enorm groot, geen muren, slechts kolommen, een zee van kunstlicht, een wand van diepvrieskasten met glazen deuren, een open slagerij, kingsize karren met soepel gelagerde wielen en een kleuterzitje, alles staal, glas en kunststof. Je waande je in Amerika.

Het mooist was de ingang. Het trottoir ging plaatselijk over in een zwarte rubbermat. Zodra je daar op stapte, zoefden de glazen deuren open. Stapte je ervan af, dan zoefden ze weer dicht. De eerste keer dat wij erheen gingen, deden mijn broers en ik dat natuurlijk een paar keer achter elkaar.

Stap ... zoef.

„Ja jongens,” zei mijn vader trots, alsof hij medeverantwoordelijk was voor dit mirakel, „en ooit zullen alle winkeldeuren zo open gaan.”

„Echt waar!?”

„Echt waar.”

De toekomst - wij konden niet wachten.

Toonaangevende rocksterren die songs schreven over de toekomst: Pink Floyd, Elton John, David Bowie – kom er nog eens om. De mogelijkheden om de wereld naar onze hand te zetten, zijn nog nooit zo groot geweest, maar het vertrouwen dat het ook gaat lukken, was nog nooit zo gering.

„Laten wij de toekomst bij zijn nekvel grijpen”, zei Femke Halsema toen zij nog leider van GroenLinks was. Welke diersoort zij in gedachten had, bleef onduidelijk, maar een welkome gast was het kennelijk niet.

Het woord toekomst wordt steeds meer synoniem aan ‘ramp’. Twee jaar geleden schreef oud-politicus Joris Voorhoeve een boek getiteld Negen plagen tegelijk – hoe overleven wij de toekomst? In het vocabulaire van Joris Voorhoeve is de ‘toekomst’ dus geen continuüm meer dat zich oneindig uitstrekt, maar een occurence, een gebeurtenis die je kunt ‘overleven’ - of niet. Een dreiging aan de horizon, een naderend onheil dat om een antwoord vraagt. Erop of eronder.

Sinds een jaar of vijftien kennen wij ook het woord ‘toekomstbestendig’. De toekomst als een vorm van stress. Het wordt toegevoegd aan allerlei begrippen die van zichzelf al toekomstbestendig zijn. Ik neem tenminste niet aan dat we vroeger huizen bouwden, zorgstelsels inrichtten of hypotheken afsloten die alleen bestendig waren tegen het verleden.

Zelfs een ‘toekomstbestendige dijk’ kwam ik tegen. De toekomst is een bitch.

Het NOS journaal had laatst het prettig ver gelegen jaar 2065 gekozen om ons angst aan te jagen voor klimaatverandering. Op het KNMI-kantoor werd een gangbordje ‘calamiteiten’ in beeld gebracht, gevolgd door archiefbeelden van woest kolkend water en gealarmeerd telefonerende medewerksters. De directeur kondigde ‘code oranje’ af voor het klimaat. Samen met een gedienstige NOS-reporter beende hij onder een paraplu door de herfstregen. Die wij dus wel degelijk als symptoom van de opwarmende aarde moesten opvatten.

De ontzuiling en de deconfessionalisering van de publieke omroep liet een leemte achter, maar NPO-chef en refo te Ermelo Henk Hagoort heeft een nieuw Laatste Oordeel gevonden. De zondvloed kreeg een make-over als sluipend stijgende zeespiegel. Wij zullen niet meer branden in een verzengend hellevuur, wij warmen langzaam op.

De toekomst: hoop veranderde in huiver.