David Bowie blijft onvoorspelbaar

Maandag gaat zijn muziektheaterstuk Lazarus in New York in première; vrijdag opent zijn expositie in Groningen. Bowie (68) is aanweziger dan ooit.

Gewone letters volstaan niet om de duistere magie te vangen van de nieuwe David Bowie. Voor Blackstar, het album waarmee Bowie op 8 januari zijn 69ste verjaardag luister bij zet, ontwierp grafisch ontwerper Jonathan Barnbrook een nieuw lettertype dat geheel is opgebouwd uit onderdelen van de zwarte ster die dient als albumtitel.

Dit logo is de manier waarop Bowie zijn naam anno 2016 laat schrijven. Barnbrook wil er de onverwoestbaarheid van Bowies legende mee benadrukken, zoals hij op het voorlaatste album The Next Day (2013) een wit vierkant plakte over het uit duizenden herkenbare hoesontwerp van Heroes (1977).

Het gewoonste museumstuk op de tentoonstelling David Bowie Is bestaat uit het vinylsingletje Do Anything You Say, onopvallend verpakt in de lichtblauwe hoes van platenlabel Pye. In 1966 markeerde dit plaatje het moment waarop de negentienjarige David Robert Jones uit Brixton zijn tamelijk kansloze bandjesverleden bij The Kon-rads, The Buzz en Davie Jones & the Lower Third achter zich liet en zich voor het eerst ‘David Bowie’ ging noemen, naar het bowiemes. Het was een belangrijke stap in een artiestencarrière die zich in vijftig jaar alsmaar bleef vernieuwen. De grootste kameleon uit de pophistorie gaf zijn theatrale ambities gestalte in personages als Ziggy Stardust en The Thin White Duke.

‘David Bowie is buitengewoon’, zou de Nederlandse titel kunnen zijn van de reizende tentoonstelling die na Londen, Chicago, Sao Paulo, Parijs, Berlijn en Melbourne het Groninger Museum aandoet. In maart 2013 opende deze duizelingwekkende ode aan Bowies artiestenbestaan in het Londense Victoria and Albert Museum: een thematisch ingedeelde uitstalling van attributen, kledingstukken, aantekeningen voor songs en kunstwerken die Bowie inspireerden. In een vitrine ligt een met plakband gerepareerd doosje met de kaarten waarop Brian Eno zijn ‘Oblique Strategies’ formuleerde voor de samenwerking die de albums Low en Heroes opleverde. „Gebruik geen gewone muziekinstrumenten”, was een van Eno’s instructies, en: „Geef gehoor aan je slechtste impulsen.”

Glamrock

Een bijzondere plek is er voor het extravagante kostuum dat Bowie droeg toen hij op 6 juli 1972 het nummer Starman speelde in Top Of The Pops. Zijn nichterige verschijning en de liefdevolle onderonsjes met gitarist Mick Ronson werden door veel oudere televisiekijkers als schandalig ervaren. Jongeren herinneren zich dat moment als het startschot voor het glamrocktijdperk. De androgyne David Bowie was de aanstichter van een genre dat neerbuigend ‘nichtenrock’ werd genoemd maar dat jonge Bowiefans als John Lydon (Sex Pistols), Siouxsie Sioux (Banshees) en Ian McCulloch (Echo & the Bunnymen) inspireerde om zelf artiest te worden. David Bowie wees de weg met een totaalpakket waarin niet alleen muziek maar ook mode, beeldende kunst, film, theater en de seksuele revolutie een rol speelden.

De weinig verhullende, gebreide bodysuit van ontwerper Kansai Yamamoto is maar een van de vele spectaculaire modecreaties die in het museum te zien zijn. Ook het Pierrotkostuum uit de clip van Ashes To Ashes en de jas uit een verknipte Engelse vlag van de Earthling-tournee horen daarbij. Een schilderij van de Hongaarse op-artkunstenaar Victor Vasarely diende als inspiratie voor de hoes van het album David Bowie (1969) en hangt op de tentoonstelling. Verderop liggen de verknipte teksten die naar het voorbeeld van William Burroughs’ cut-uptechniek werden gemaakt voor de tekst van Blackout.

Koffersynthesizer

Liefhebbers van technische details kunnen zich vergapen aan de koffersynthesizer waarop grote delen van Heroes gespeeld werden. Het eerbetoon aan het popgenie David Bowie wordt gecompleteerd door een vernuftig sounddesign, met koptelefoons die telkens de juiste muziek en toelichting geven bij de plek waar de museumbezoeker zich bevindt.

Bowie maakte het de conservatoren van ‘zijn’ tentoonstelling knap lastig door vlak voor de opening in Londen een nieuw hoofdstuk aan zijn artistieke loopbaan toe te voegen. Op 8 maart 2013 verscheen het album The Next Day onaangekondigd op iTunes. Tien jaar na zijn vorige, Reality, had de wereld zich er al bijna bij neergelegd dat David Bowie met pensioen was. In juni 2004 was hij bij een optreden op het Duitse Hurricane Festival getroffen door een hartaanval. Hij herstelde na een spoedoperatie, maar kondigde zijn definitieve afscheid van het concertpodium aan. Sindsdien liet hij zich alleen nog verleiden tot korte gastoptredens met Arcade Fire, David Gilmour en Alicia Keys.

Een tournee van David Bowie als hoofdact zit er niet meer in. Toch is hij de laatste jaren weer volop actief en verkeert hij volgens producer Tony Visconti in blakende gezondheid. De betrekkelijk rechtlijnige rockmuziek van The Next Day liet hij volgen door het experimentele jazznummer Sue (Or In a Season of Crime) dat verscheen als openingsnummer van het omgekeerd chronologische verzamelalbum Nothing Has Changed. Bij die samenwerking met het Maria Schneider Orchestra maakte hij kennis met saxofonist Donny McCaslin, die een prominente rol vervult op het komende album Blackstar. Ook drummer Mark Guiliana, toetsenman Jason Lindner, gitarist Ben Monder en bassist Tim Lefebvre zijn nieuw in Bowies muzikantenkring. Ze brachten een jazzgevoel mee naar de sessies, waar volgens Visconti alles gedaan is om voorspelbare rock-’n-roll uit de weg te gaan. De veel door Bowie en Visconti beluisterde hiphop van Kendrick Lamar diende als voorbeeld voor muziek die geen gebaande paden volgt.

Freaksaxofoon

Het 9 minuten en 57 seconden lange titelnummer van Blackstar, gebruikt als openingstrack in de tv-serie The Last Panthers, werd tot die lengte ingekort omdat iTunes alleen tracks van minder dan tien minuten als single accepteert. Voor het overige hoeft van David Bowie geen conformisme verwacht te worden, want nummers als Tis a Pity She Was a Whore (met hiphopbeat en freaksaxofoon) en Girl Loves Me (beïnvloed door het taalgebruik in de film A Clockwork Orange) klinken anders dan al zijn eerdere werk. Tussen de bedrijven door componeerde hij muziek voor Lazarus, de muziektheaterproductie van Ivo van Hove die maandag in New York in première gaat en voortgaat op Bowies personage van de alien in de film The Man Who Fell To Earth.

David Bowie is net zo productief als voorheen. Tijd om naar Groningen te komen heeft hij niet. Zijn fans moeten zich tevreden stellen met tastbare herinneringen uit het rijke muziekverleden waar hij zelf liever niet op terugkijkt.