Dan maar aan de drank

Nu aandelen weinig opleveren, worden alternatieve investeringen interessanter. Drank bijvoorbeeld, of domeinnamen. Maar hoe hoger het voorgespiegelde rendement, hoe hoger het risico.

Illustratie XF&M

De rente staat historisch laag, de rek lijkt uit de aandelenmarkten. Dat maakt het voor consumenten interessant om op zoek te gaan naar andere rendementsbronnen. Beleggen in teakhout en grond raadt toezichthouder AFM af omdat er wel erg veel misstanden voorkomen en valse beloftes worden gedaan. Vier verrassende alternatieven om in te beleggen.

1 | Kostbare drank

Beleggen in whisky is al langer populair en kan bijvoorbeeld door losse flessen te kopen via een veilingsite als Catawiki of een platform als World Whisky Index uit Sassenheim. Bij dat platform zijn flessen te koop van 35 tot 65.000 euro en het gemiddelde jaarrendement was volgens de site de afgelopen jaren zo’n 15 procent. Voordeel is dat je een fles daadwerkelijk bezit en moet verdienen op de prijsstijging van die fles: daar is weinig ondoorzichtig aan.

Nieuw zijn de obligaties van het Bredase Old Liquors Invest. Het bedrijf wil 25 miljoen euro ophalen om daarmee oude, zeldzame flessen cognac op te kopen, sommige uit de achttiende eeuw. In 2012 maakte een van de initiatiefnemers, Bay van der Bunt, bekend zijn omvangrijke cognacverzameling voor 6 miljoen euro te willen verkopen. Volgens zijn zakenpartner Bart Laming kwam hij tijdens dat proces tot de conclusie dat hij beter het tegenovergestelde kon doen: veel meer cognac bijkopen. Old Liquors Invest werd geboren. Het bedrijf wil die 25 miljoen euro ophalen tussen 2016 en 2020 en „alle zeldzame en oude dranken uit de markt opkopen als investering en speculatie op een waardestijging”. Beleggers die dat mogelijk willen maken, kunnen obligaties à 500 euro per stuk kopen en ontvangen daarop 8 procent rente.

Opvallend is dat Old Liquors Invest ook flessen van Van der Bunt gaat kopen. Laming bevestigt dat het „ook een vehikel is om zijn collectie te verkopen”. De beleggerswijsheid dat het risico hand in hand gaat met het rendement, wuift Laming in zijn geval weg. Hij benadrukt dat de obligaties worden gedekt door de voorraad te verpanden aan een Stichting Obligatiehouders. Vraag daarbij is overigens wel hoeveel zekerheid dat biedt, aangezien een grote voorraad zeldzame cognac niet snel voor de hoofdprijs te veilen is.

2 | Schepen

Veel beleggers zullen een nare smaak in de mond hebben van hun investeringen in scheeps-cv’s: een afkorting voor commanditaire vennootschap waarin beleggers samen een deel van de bouw van een zeeschip financieren. Verschillende cv’s vielen de afgelopen jaren om of raakten in de problemen, bijvoorbeeld JR Shipping, Universal Marine en Flinter.

Toen de wereldeconomie jarenlang hard groeide en er een tekort was aan zeeschepen, boerden de investeerders goed. Maar inmiddels is die groei eruit en is de scheepsmarkt verzadigd en wordt die geteisterd door een overaanbod. Zuur voor de investeerders omdat de uiteindelijke verkoopwaarde van een schip bij de cv’s doorgaans bepaalt hoeveel van de inleg ze terugzien.

Maar beleggen in schepen kan nog steeds. Opvallend is dat Flinter – waarvan in 2013 drie schepen noodgedwongen werden geveild – nieuwe scheepsbeleggingen aankondigt met flinke rendementen van 8 en 14 procent. Die denkt het te realiseren door – oh ironie – jonge bestaande schepen op te kopen bij partijen die er van afwillen zoals banken. Die kregen de schepen ongewild in handen toen scheeps-cv’s omvielen.

3 | Domeinnamen

Vijf letters voor 300.000 dollar verkopen? Het kan. Voor dat bedrag wisselde de domeinnaam Heika.com dit jaar namelijk van eigenaar via Sedo.com: een soort eBay voor domeinnamen. Ook in domeinnamen kan dus worden belegd. „Ik heb klanten die ervan leven”, zegt Benelux-manager van Sedo, Albert Schimmel. Hij noemt als voorbeeld iemand die domeinnamen voor 20.000 of 30.000 euro per stuk koopt, ze enkele jaren op de plank legt en wacht tot er iemand komt die ze voor het dubbele wil kopen.

Dat is de dure en risicovolste manier van investeren in domeinnamen. Wie een creatieve geest heeft, bedenkt ze zelf, registreert ze voor ongeveer een tientje en is vervolgens ook een tientje per jaar kwijt om de domeinnaam actief te houden.

Volgens Schimmel zijn adressen met twee letters die op .com eindigen erg populair. „Die gaan voor een paar ton weg, soms zelfs een miljoen.” Dat hangt samen met de groei van de Chinese markt waar ook domeinnamen met westerse tekens gebruikt worden. Ter vergelijking: vorig jaar in week 46 werden via Sedo 647 domeinen verkocht en was bij 9 procent sprake van Chinese betrokkenheid, dezelfde week dit jaar gaat het om 1.506 domeinnamen, waarvan 52 procent met Chinese betrokkenheid.

Schimmel verwacht ook veel van India. „Er zijn nu maar 1,9 miljoen adressen die eindigen op .in. Ter vergelijking: er zijn er 5,5 miljoen die eindigen op .nl. Daar kun je dus best wat gaan verdienen als je slim bent en verstand van India hebt.”

Schimmel wijst erop dat het „niet makkelijk is om even snel rijk te worden” via domeinnamen. Maar rendement is zeker mogelijk. Kijk maar naar IDNX, de belangrijkste graadmeter voor domeinnamenverkopen. Die wordt berekend aan de hand van ruim 225.000 verkopen en steeg van 2013 tot 2015 met 35,8 procent.

4 | Vakantiehuisjes

Je struikelt haast over de partijen die Nederlandse vakantiehuizen als belegging te koop aanbieden en daarbij vaak pronken met een ‘gegarandeerd rendement’. Center Parcs Port Zélande biedt 5 procent vast rendement gegarandeerd, Topparken zelfs een ‘Gegarandeerd meerjarig netto rendement tot 8% per jaar!’

Succes is niet verzekerd. Vanwege de hoge inleg vallen ze doorgaans buiten het AFM-toezicht. En de garantie op rendement is zo sterk als de bv die hem afgeeft en dat is vaak moeilijk te controleren. Komt bij dat de waarde van de vakantiehuisjes onzeker is en ze relatief moeilijk te verhandelen zijn.

EuroParcs, bekend van het Business Class-programma van Harry Mens, werd eerder door de Reclame Code Commissie op de vingers getikt. „Bij het verhuren van uw (vakantie)woning kan het rendement al snel oplopen naar 7,4 procent”, meldde EuroParcs. De Reclame Code Commissie zag dat toch anders.