Breinen verschillen nauwelijks

Weet je hoe iemands hersenen werken als je weet of het een man of vrouw is? Spoiler: nee.

Typische mannenhersenen en typische vrouwenhersenen bestaan niet. In feite heeft iedereen, man en vrouw, in zijn of haar hersenen een „mozaïek” van kenmerken die algemener voorkomen bij vrouwen én kenmerken die algemener voorkomen bij mannen.

Je kunt aan een ‘los’ mensenbrein wel zien of het om mannelijke of vrouwelijke hersenen gaat. Dat zie je al aan een enkel simpel kenmerk, zegt Daphna Joel van de universiteit van Tel Aviv. Ze maakt deel uit van een overwegend Israëlisch onderzoeksteam, bestaande uit neurowetenschappers, psychologen en een wiskundige. Ze beschreven hun bevindingen deze week in tijdschrift PNAS.

„Mannenhersenen zijn gemiddeld groter dan vrouwenhersenen. Dus als je dat moet raden presteer je boven kansniveau. Maar dat is niet de vraag die wij stellen. Wij vragen: als je weet wat iemands sekse is, kun je dan de structuur van de hersenen raden?” Het antwoord is nee.

En die vraag naar de structuur is veel belangrijker, zegt Joel. „Want mensen denken dat als je iemands sekse weet, dat je dan iets weet over de persoon en hoe diens hersenen werken. Dat zeggen bijvoorbeeld mensen die jongens en meisjes gescheiden onderwijs willen geven.” Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor dat dat een goed idee zou zijn. Joel: „Je kunt niet op basis van iemands sekse raden hoe diens hersenen eruit zullen zien.”

De onderzoekers keken naar anatomie, niet naar hersenactiviteit. In totaal analyseerden ze ruim 1.400 menselijke breinen. En ze richtten zich steeds op de hersengebieden waar de sekseverschillen het grootst zijn: de gebieden waar gemiddeld de kleinste overlap tussen mannen en vrouwen te zien is. Een bepaald gebied voor visuele verwerking, de gyrus temporalis inferior, is bijvoorbeeld bij mannen gemiddeld groter dan bij vrouwen. Maar ook in die gebieden met gemiddeld de grootste verschillen was de overlap tussen mannen en vrouwen nog steeds groot.

Belangrijke conclusie: er zijn maar heel weinig mensen die op alle kenmerken waar de grootste sekseverschillen zijn, consistent mannelijk of consistent vrouwelijk scoren.

De onderzoekers keken ook nog naar verschillen in denken en belangstelling van mannen en vrouwen. Ze analyseerden drie datasets met psychologische eigenschappen, attitudes en activiteiten. Daaruit kozen ze die maten waarop de sekseverschillen het grootst waren, zoals games spelen, plakboeken maken, impulsief gedrag en ongerustheid over het eigen gewicht. Ook daarbij scoorde hooguit een paar procent van de ondervraagden consistent mannelijk of vrouwelijk op alle maten. Dat is overigens niet verrassend: uit eerder onderzoek was al gebleken dat er maar heel kleine verschillen zijn in de manieren waarop mannen en vrouwen denken.

De anatomische resultaten impliceren volgens de onderzoekers dat de klassieke theorie dat vrouwenhersenen de biologische standaard zijn, en dat die zich onder invloed van testosteron tot mannenhersenen ontwikkelen, waarschijnlijk niet klopt. Het ‘vermannelijken’ en ‘vervrouwelijken’ van hersenweefsel, schrijven ze, moeten twee aparte processen zijn – processen die in verschillende hersengebieden onafhankelijk van elkaar plaatsvinden, waardoor dus zo’n mozaïek ontstaat.