Borduren met farfalle en parels

Modehuis Chanel heeft twaalf handwerkbedrijven ingelijfd, om zo het couture-ambacht levend te houden. Op bezoek bij twee ateliers. Tekst Milou van Rossum

Pasta. In alle zalen van borduuratelier Maison Lesage ligt pasta. Farfalle van wit leer, ravioli van transparante zijde, tagliatelle van suède. Samen met kunstparels worden die op patroondelen gezet, in de naaiateliers van Chanel zullen daar later kledingstukken van worden gemaakt.

De ‘pastaborduursels’ zijn bedoeld voor de Paris in Rome-collectie, die over een week in Rome zal worden geshowd. Het is een zogenaamde métiers d’art-collectie, een collectie die jaarlijks door Karl Lagerfeld speciaal wordt ontworpen om handwerkspecialisten als Lesage in het zonnetje te zetten. Nog maar één dag te gaan voordat alles klaar moet zijn, maar de tientallen vrouwen die in grote, lichte ruimtes gebogen zitten over borduurramen lijken geen last van stress te hebben. Rustig en geconcentreerd halen ze de naald door de stof.

Elders in het pand op een industrieterrein in Pantin, net buiten Parijs, heerst in de ateliers van Maison Lemarié, waar camelia’s van tweed worden gemaakt en struisvogelveren één voor één aan elkaar vast worden genaaid, al net zo’n kalmte. Handwerk vereist geduld.

Het 91 jaar oude Lesage, het beroemdste borduuratelier ter wereld, en Lemarié, een in 1880 opgerichte, al bijna even beroemde specialist in veren, bloemen van stof en gecompliceerde stofbewerkingen, zijn onderdeel van Chanel. Sinds 1985 heeft het modehuis twaalf handwerkateliers overgenomen: onder meer sieradenmakers, een knopenmaker, een schoenmaker. De laatste aankopen dateren uit 2013. Paraffection heet de organisatie waaronder ze vallen – ‘uit genegenheid’. Maar de overnames zijn niet enkel gedaan uit liefde. Veel handwerkbedrijven dreigden de afgelopen decennia om te vallen, of de eigenaren konden geen opvolgers vinden. En grote modehuizen als Chanel, die zich onderscheiden door bijzonder handwerk, kunnen niet zonder hen.

Tegenwoordig gaat het weer goed met de ateliers: het zijn inmiddels stuk voor stuk winstgevende bedrijven, laat Bruno Pavlovsky, directeur mode van Chanel, weten per e-mail.

Niet alleen dankzij Chanel, trouwens. Alle ateliers werken ook voor andere grote modehuizen. Bij Lemarié hangt een een sample van een materiaal waaruit voor Valentino een lange cape is gemaakt: iets wat op het eerste gezicht een kleurrijk borduurwerk met vlinders lijkt, maar helemaal van veren gemaakt blijkt te zijn. Een grote foto van een jurk van Christian Dior waarop cirkels met haakwerk lijken te zijn aangebracht – wederom veren. Ook Lesage krijgt opdrachten van zo’n beetje elk modehuis dat ertoe doet, inclusief dat van Jan Taminiau, die er de blauwe jurk liet borduren die Máxima bij de troonsoverdracht droeg. Het werken voor andere modehuizen genereert niet alleen inkomsten, maar zorgt er ook voor dat „de creativiteit gestimuleerd blijft”, aldus Pavlovsky.

Zwitsers bankgeheim

Het eigendom van de ateliers geeft Chanel in principe macht over de concurrentie. Heeft Chanel bijvoorbeeld voorrang bij de productie? In zijn kantoor, waarvan een van de muren bedekt is met Lagerfelds schetsen voor de Paris in Rome-collectie, ontkent Lesages artistiek directeur Hubert Barrère dat. „We hebben natuurlijk veel werk voor Chanel, maar we gaan de planning niet veranderen als Valentino eerder met een opdracht is gekomen. Wie eerst komt, wie eerst maalt.” Belangrijk is daarbij wel, zegt hij, altijd discreet te zijn. „Het is als het Zwitserse bankgeheim. Als je voor Dior werkt, heb je het niet over wat je voor Chanel aan het doen bent. Eén keer je mond voorbij praten, en je ziet een klant niet meer terug.”

Dat het zo goed gaat met de ateliers, heeft deels te maken met de populariteit van handwerk in de mode. Zelfs bij goedkope ketens zijn geborduurde kledingstukken een trend, al laten die bedrijven hun handwerk in lagelonenlanden maken. „Handwerk heeft iets menselijks, een ziel”, zegt Barrère. „Het communiceert op een andere manier dan een industrieel product.”

Daar komt bij dat de meeste modehuizen tegenwoordig minimaal vier, en vaak zes collecties per jaar maken. Chanel heeft er zelfs acht – vier prêt-à-portercollecties, twee haute couturecollecties, een cruisecollectie en de métiers d’art-collectie – wat betekent dat er elke zes weken een nieuwe Chanel-opdracht is voor Lesage. Werk waarvoor minder tijd is dan vroeger, toen twee prêt-à-portercollecties en twee haute couturecollecties per jaar de norm was.

Lesage, dat in Pantin altijd tussen de 45 en 60 mensen, meest vrouwen, aan het werk heeft, kan omgaan met die hectiek. „Maar ateliers met maar tien mensen kunnen die niet aan”, zegt Barrère. Lesage heeft zelf inmiddels andere borduurbedrijven ingelijfd, en heeft een atelier in India – waar ethisch wordt gewerkt, haast Barrère zich te zeggen. In totaal werken er zo’n 300 mensen bij Maison Lesage.

De meeste bekende modehuizen gebruiken het atelier in Pantin, ook vanwege de nabijheid. Zijn Franse borduursels ook beter? „Niet per se”, vindt Barrère. „Maar in de Franse manier van borduren zitten invloeden uit Perzië, China, Noord-Afrika; Parijs was heel lang het centrum van de wereld. Indiase borduurders kennen alleen goudborduursels en pailletten, Chinese alleen zijdeborduursel.”

Barrère en de andere artistiek directeuren van de ateliers fungeren als bemiddelaarstussen modehuizen en de handwerkateliers. Geen eenvoudige opdracht, zegt Nadine Dufat, die de dagelijkse leiding heeft over Lemarié. In Lesages archief zitten zo’n 60.000 stalen in lades, waaronder borduursels uit het midden van de negentiende eeuw, en ontwerpen die de oprichter van het huis, Albert Lesage, in de jaren veertig voor couturier Elsa Schiaparelli maakte. Bij Lemarié hangen honderden samples in de rekken. Dufat: „Maar ontwerpers willen altijd iets anders dan we hebben. En ze zeggen nooit: we willen dit van eendenveren of dat van struisvogelveren. Ze zeggen: ‘Ik wil iets romantisch.’ of: ‘Ik wil dat het fluffy is.’ Het is aan een creatief directeur om die wensen te vertalen naar iets concreets.”

3D-printen

Tegenwoordig worden computers ingezet om patronen aan te passen, worden 3D-geprinte voorwerpjes toegevoegd aan borduurwerk en wordt met een laser gesneden. Maar alle bloemblaadjes worden nog met de hand uit gesteven stof gesneden, en ook aan de manier van borduren is eigenlijk nooit iets veranderd.

Het zijn technieken die nog steeds aanspreken; in Pantin lopen opvallend veel twintigers rond. Sommigen hebben een speciale opleiding gevolgd – in Frankrijk kun je nog altijd worden opgeleid als borduurder of kunstbloemenmaker – anderen werden tijdens een modeopleiding of een baan als coupeur gegrepen door het ambacht. „Er zijn natuurlijk minder jongeren die dit vakgebied kiezen dan vroeger”, zegt Barrère, die rechten studeerde voordat hij in de mode terechtkwam „Maar de mensen die hier gaan werken, doen dat uit overtuiging.”