‘Altijd maar wachten op de volgende beslissing doodt ambitie’

Jihad Asad (52) en Suha Sad Iddin (43) zijn gevlucht uit Syrië en wonen met hun vier kinderen in het azc in Luttelgeest. „Het enige wat we nodig hebben is mensen ontmoeten. De rest is aan ons”, vertellen ze in het Engels.

Suha: „De kinderen geven structuur. We staan samen met hen op.” Foto David Galjaard

Met 38 man in een bootje

Jihad: „Ik ben een jaar in Nederland, negen maanden zit ik in dit azc. Hiervoor zat ik in Dronten, Duinrell en Den Bosch. Ik kom uit Syrië. Jihad is daar een gewone naam voor mannen van mijn generatie. De betekenis had toen nog geen relatie met het religieus gebruik van het woord. In het Arabisch betekent het iets doen waarin je gelooft. Maar eerlijk gezegd noem ik mezelf meestal Jay.” 

Suha: „Ik ben twee maanden geleden gekomen met onze vier kinderen.”

Jihad: „Aan het eind was er niets meer. Ik probeerde nog verschillende dingen. Ik begon met een bakfabriek in mijn geboorteplaats Palmyra. Benzine krijgen was erg lastig, dus die moest ik sluiten. Later heb ik nog geprobeerd een donutshop te openen in Damascus. Die deed het goed, tot het gebied te gevaarlijk werd.

Suha: „Toen IS ook Palmyra innam, voelden we het steeds dichterbij komen.”

Jihad: „Ik ben eerst zelf gevlucht. De grens met Libanon ben ik overgestoken in een taxi. Van Beiroet heb ik een vliegtuig naar Turkije genomen. In Izmir ontmoette ik een mensensmokkelaar, die ons zou vervoeren in een rubberboot. We moesten zes uur wandelen in het aardedonker. Ik zag niks, mijn zicht is niet meer zo goed. De grond was zo oneffen. Als je viel, landde je op de rotsen. Drieënhalf uur zaten we met 38 man in een bootje van acht meter. Vrouwen en kinderen in het midden, mannen aan de rand. De smokkelaars zeiden: als er iemand uitvalt, kunnen we niet stoppen. Er waren twee jongens die zo angstig keken. Ze konden niet zwemmen. Elke keer als ik eraan denk, krijg ik tranen in mijn ogen. Ik voelde me verantwoordelijk voor hen. Vanuit Griekenland nam ik het vliegtuig. Een smokkelaar had een vals ID geregeld. Internationale vliegtuigen, daar ben ik aan gewend. Ik werkte in Dubai als regiomanager voor Al Kharafi Group, een groothandel met meer dan 100.000 werknemers. Er was wel controle bij de gate maar ik keek kalm, terwijl zij zoeken naar mensen die nerveus zijn. Dat heeft me denk ik gered.”

Verstopte toiletten

Suha: „De eerste tijd was lastig. Eerst zaten we in Ter Apel, daarna in Veenhuizen.”

Jihad: „Het was overvol.”

Suha: „De toiletten waren verstopt.”

Jihad: „Hier in Luttelgeest delen we een huisje met een gezin van vier.”

Suha: „Beneden ons woont een man met zijn drie zoontjes. Wij zitten met zijn zessen boven. Er is één badkamer. Als we naar de wc willen, moeten we naar beneden. Een beetje gênant, iedereen weet dat je bent geweest. En misschien omdat er geen andere vrouw in huis is, ben ik altijd degene die de wc schoonmaakt.”

Jihad: „Eerst zat ik hier alleen. De grootste zorg is dan: wat eten we.”

Suha: „Veel mannen kaarten, drinken tot de vroege ochtend.”

Jihad: „Je hebt geen enkele verplichting. Je wacht altijd op de volgende beslissing, het volgende document. Het doodt ambitie. Jonge mannen zeggen: alsjeblieft, vind een manier voor ons om iets te doen. Daarom heb ik voorgesteld ons eigen werk te creëren. Met Refugee Company willen we asielzoekers die een start-up willen beginnen vanuit het azc kantoorruimte bieden, maar ook financieel en juridisch advies. Er is een man die een kleermakersbedrijf wil opzetten. Hij heeft al negen Syrische kleermakers gevonden in het azc. Zij willen kleding maken voor ketens als H&M en WE. Een ander wil een bedrijf voor Syrische kaas opzetten. Ik heb veel contacten die willen investeren. Wij kunnen de economie van Nederland een lift geven.”

Suha: „De kinderen geven structuur. We staan met hen op. We hebben doktersafspraken of we gaan naar het COA. Drie dagen per week komt er een busje met boodschappen. De andere dagen doen mijn dochters de boodschappen in Emmeloord, na school. Ik kook tussen vijf en zes uur, daarna eten we samen.”

Grappige tv-series

Jihad: „We krijgen 247 euro per week, daar moeten we alles van doen. Het is genoeg als je oplet. ’s Avonds kijken we grappige tv-series zoals The Big Bang Theory. Soms zijn er films die we kunnen kijken, maar die zitten vaak vol geweld. Ik snap dat niet, daar zijn we toch juist voor gevlucht?” 

Suha: „De jongens gaan naar de basisschool in het asielzoekerscentrum. Onze dochters gaan naar de middelbare school in Zierikzee. Ze krijgen vooral Nederlandse les en ook wat andere vakken zoals wiskunde.”

Jihad: „Laatst bespraken we wat beter kon. Ik stelde een shuttlebus voor. De trip naar Emmeloord is een drama: 9 euro per persoon keer zes: mijn hele weekbudget gaat eraan op. Misschien is de stad er tegen, te veel verkeer van vluchtelingen in en uit de stad. Maar we hebben het nodig om ons verbonden te voelen. Geef ons een leeg pand en wij maken er een cultureel centrum van. We zullen voor de mensen koken, spelletjes spelen met hun en onze kinderen. Syriërs zijn gewend te mixen. Syrië is net als Nederland een handelsnatie.”

Suha: „We moeten geen buitenstaanders zijn.”

Jihad: „Het enige wat we nodig hebben is mensen ontmoeten. Al het andere is aan ons. Er is niets wat ons stopt. Nederland biedt ons alles.”