‘Als je gul bent gunnen mensen je de wereld’

Joost Lyppens (50)

is juwelier en goudsmid en eigenaar van het Amsterdamse familiebedrijf Lyppens Langebrugsteeg.

Essentie

„Mijn vader werkte in de zaak het hardste van iedereen, geen klus was hem te min. Die houding werkt. Als je het goede voorbeeld geeft, gaan medewerkers als de brandweer voor je. En als je gul bent voor klanten, gunnen ze je de wereld. Het mooie van deze winkel is dat het leven er aan je voorbijtrekt. We maken juwelen waarin de as van een overledene is verwerkt. Als ik zo’n verzoek krijg, ben ik even stil. Gelukkig verkopen we vooral veel sieraden die het leven vieren. Laatst kwam iemand voor de vierde keer trouwringen kopen. Goed voor de omzet, maar als mens denk ik: man, wat heb jij een onrustig leven.”

Evenwicht

„Mijn moeder hield mijn vader in het gareel. Willemijn is ook een sterke vrouw en geeft me waar nodig op mijn sodemieter. Bijvoorbeeld als ik me heb laten verleiden te veel in te kopen. We praten veel over het personeel. We hebben 35 medewerkers, heel diverse mensen. Onze beste verkoopster is een soort Zlatan, een eenzame, egoïstische spits. Goudsmeden zijn introvert, maar met humor. De administratie is een kippenhok. Die verschillen zijn mooi, maar het moet ook werken samen. Ik voel me tegenwoordig meer coach dan juwelier. Ik ben een goedzak, Willemijn is zakelijker. Je begrijpt dat zij meestal gelijk heeft.”

Frictie

„In 1998 nam ik de zaak over. Toen liep ik al vijftien jaar mee, dus ik wist goed wat ik wel en niet wilde. De eerste jaren waren zwaar. We moesten moderniseren, ondertussen was mijn vader nog erg aanwezig. Hij belde vaak: ‘Ik wil me nergens mee bemoeien, maar…’ Op mijn vrije dagen nam hij de boel over. Hadden we opeens toch weer horloges in reparatie. Bij een kerstdiner kwamen de emoties eruit. ‘Ik hoop dat je door je knieën gaat’, zei hij. Ik begreep het wel, na veertig jaar tweede viool moeten spelen is moeilijk. Als ik het over kon doen zou ik Willemijn later in de zaak vragen. Zij zat te vaak tussen twee vuren.”

Onrust

„Maandag tot en met woensdag draaien we verlies, dat moeten we in de tweede helft van de week compenseren. Meestal lukt dat, soms niet. Daar lig ik van wakker. Onze vaste klanten, veelal uit grote Amsterdamse families, komen nog steeds. Maar voor de crisis was de gemiddelde transactie 350 euro, nu 250 euro. Het is dansen in de ring, als je stilstaat krijg je klappen. Dus lopen we nog harder voor klanten. We geven ook lezingen, in de hoop mensen terug te zien als ze een sieraad zoeken. Misschien zit het deels tussen m’n oren. Ik ben net vijftig geworden. Motor gekocht, tatoeage laten zetten. En: zorgelijker.”

Argwaan

„Vroeger riepen we ‘de aangetekende post is binnen’ als we een klant wantrouwden. Sinds 2011 hebben we een portier, hij weigert dagelijks drie, vier mensen. Sindsdien heb ik me niet meer onveilig gevoeld en wordt er minder gestolen. Deels kun je ellende vermijden. Als hier twee snelle jongens komen voor een astronomisch grote steen, zeg ik dat ik er helaas niet aan kan komen. We verkopen ook geen dure Zwitserse horloges meer, maar veel antieke sieraden. Die liggen slecht bij de penoze. Als het om geld gaat vertrouw ik uiteindelijk alleen Willemijn. Ik heb te veel meegemaakt: frauderende klanten, stelend personeel.”

Prijs

„Als ik thuiskom drink ik een fles wijn leeg, daarna voel ik me beter. Ja, als ik de eenheden tel ben ik alcoholist. Maar ik heb heel veel stress. Soms tel ik ’s nachts hoeveel mensen ik die dag heb gesproken, dat zijn er weleens tachtig. Dat zijn te veel prikkels. Het heeft ook te maken met internet. Mensen die appen: ‘Ik heb je gisteren gemaild!’ Onze oudste zoon Jasper is het huis uit, Boris gaat volgende week. Dat maakt me weemoedig. Gelukkig heb ik het fijn met mijn vrouw. We praten, lachen en sporten. Op zondagochtend trekken we champagne open, lezen de kranten en kijken WNL. Dan kom ik tot rust.”

Voortgang

„Waar nu mijn kantoor is, was vroeger mijn slaapkamer. Dat vind ik een mooi gegeven. Ze zeggen dat de eerste generatie van een familiebedrijf opbouwt, de tweede uitbouwt en de derde afbreekt. We zullen zien. Boris was elf toen hij ons vertelde dat hij op jongens valt. Hij is creatief, doet Fine Arts. Hij zette zich altijd af tegen het bedrijf, maar nu zeggen zijn vriendinnen: Oh Lyppens! Jasper doet Hogere Hotelschool, hij is zakelijker. Ik wist zo jong ook niet dat ik de zaak ging overnemen, wie weet gaan ze het vak nog mooi vinden. Als vader hoop ik vooral dat ze iets gaan doen waar ze gepassioneerd over zijn.”