Zuipende skeletten en vliegende sofa’s

Mach Dich hübsch! In het Stedelijk Museum toont de Duitse Isa Genzken haar grootste expositie ooit.

Isa Genzken, Schauspieler, 2013 Syz Collection, Genève

Laten we spelen, zegt Isa Genzken. Dan speel ik dat ik een soort Lorelei ben en jij speelt de Dood. Jij doet een oranje pruik op met lange nepharen en een doodshoofdmasker met een ooglap voor. Ik ondertussen vlij mezelf op een pianokruk. Ik draag een sexy wit masker. Mijn lange benen maak ik nog langer door groteske hakken te dragen, ik trek een knalkleurige lakregenjas over mijn naakte huid en daaroverheen drapeer ik iets wat lijkt op doorkijkpapier met blonde paardenharen. 

Genzken is ‘ik’, maar ook ‘jij’. Ik ben een acteur die in alle rollen kruipt, zegt de Duitse op haar grootste tentoonstelling ooit, die dit weekeinde in het Stedelijk Museum in Amsterdam is geopend. Ze zegt het met behulp van driehonderd werken uit alle perioden van haar professionele bestaan – van de vroege abstracte tekeningen uit 1968 tot de woeste assemblages die ze sinds de jaren negentig maakt.

Haar kunstwerken spreken alle talen – abstract, minimalistisch, uitgebeend en exuberant post-conceptueel – in alle media: beton, verf, siliconen, papier, textiel, plastic, gips, fotopapier, hout en nog veel meer. De abstracte Ellipsoïden en Hyperboloïden uit 1978 tot 1983 lokken je met fluisterstemmen: ‘Toe dan, aai me’. Ander werk schalt juist met uitroeptekens: ‘Mach Dich hübsch!’ Sméér die lippenstift, pimp je blouse, je korte broek tot iets wat alleen en helemaal van jou is. Bespuit je kleren met verf, plak er kapotte stukken cd op, karton en strikken. De kunstenaar doet het zelf voor.

Isa Genzken (67) is opgegroeid in een tijd dat iedere Duitser de gruwelen van de oorlogsjaren in zijn ziel droeg. Met haar ouders woont ze in haar jeugd in een piepklein appartement; een stukje gang dient als ‘kinderkamer’. Haar ouders moedigen haar aan naar de kunstacademie te gaan. En dat doet ze: ze gaat naar Hamburg, Berlijn, Düsseldorf en Keulen. Ze dompelt zich onder in een kring van strenge Duitse minimalisten en Amerikaanse abstract-expressionisten. Dan Graham, Joseph Beuys, Lawrence Weiner en Gerhard Richter behoren tot haar vrienden. Met Richter, haar docent, trouwt ze. Het huwelijk loopt begin jaren negentig stuk. En dan gaat het roer om. Althans, zo lijkt het.

Een van de meest geciteerde uitspraken van Genzken dateert uit 1994. „Ik wilde altijd de moed hebben om totaal maffe, onmogelijke en ook foute dingen te doen.” Of Genzken nu de diva speelt, partycrasht met haar veel jongere kunstenaarsvrienden Wolfgang Tillmans en Kai Althoff, zuipt en rookt: zij is niet bang. Ze toont röntgenfoto’s van haar eigen hoofd: gul giet ze een glas wijn naar binnen (X-Ray, 1991). In Mein Gehirn (1984) kneedt ze haar eigen hersens in gips. Vingerafdrukken en de lijnen van haar hand zijn zichtbaar op het klompje. Dotten rode verf suggereren verwonding. Een iel metalen draadje steekt omhoog uit het gips: een kwetsbare voelspriet is wat Genzken leidt.

Die voelspriet moet je in gedachten houden als je de schrille pracht in het Stedelijk ziet – want daarlangs is alles ‘naar binnen’ gegaan. Directeur Beatrix Ruf en conservator Martijn van Nieuwenhuyzen hebben van de tentoonstelling Isa Genzker – Mach Dich hübsch! per se iets anders willen maken dan een retrospectief. Het bijzondere aan deze tentoonstelling is de totale en ogenschijnlijke wanorde. De chronologie is losgelaten, in plaats daarvan is gezocht naar thema’s en stemmingen die losjes door de jaren heen terugkeren. Mach Dich hübsch! is een ahistorische, overvolle ontdekkingsreis waarbij het niet uitmaakt of je begint bij de ‘oude’ of de ‘nieuwe’ erezaal. Begin en je zult terugkeren. Dwaal langs assemblages die haast geen ruimte tot ademen geven en laat je verbluffen in oogverblindende zalen.

Verscheurde sofa’s aan het plafond

Absoluut hoogtepunt is de ruimte waar een aantal onderdelen van Genzkens installatie Ground Zero (2008) worden gecombineerd met Wind (2009), een glanzend zwart monument voor een geile, door wind gestriemde Michael Jackson, en een aantal Flying Sofas (2008) aan het plafond. Onder en boven heerst gecontroleerde chaos. De sofa’s zijn verscheurd en beklad met verf, een wijnrek hangt er op z’n kop naast. Bekladde spiegels aan de muur (Soon, inside Ground Zero) refereren aan ogen die de ramp van 9/11 hebben geregistreerd. Naast deze visuele bravoure is er ruimte voor verstilling. De prachtige glazen serie abstracte ‘wolkenkrabbers’, New Buildings for Berlin (2004), is daar een voorbeeld van.

Dat is wat Genzken door alle jaren heen trouw blijft: het verhaal. Dwars door alle thema’s die ze aanraakt, houdt ze het persoonlijke overeind. Waar of niet waar, feit of fictie – het doet er niet toe. Het kan allemaal in het spel dat kunst heet en dat zij met zo veel vrolijke ernst speelt.