Wanhopig op zoek naar goed nieuws

Hans Joachim Schellnhuber, klimaatadviseur van Angela Merkel, maakt zich grote zorgen over de opwarming van de aarde: ‘de economie moet in 2050 koolstofneutraal zijn.’

Klimaatwetenschapper en adviseur van de Duitse regering Hans Joachim Schnellnhuber: ‘We zitten in de grootste industriële revolutie ooit.’

„Nu de wereldwijde gemiddelde temperatuur met één graad is gestegen, komen we al in de gevarenzone.” Echt, Hans Joachim Schellnhuber kan het niet mooier maken dan het is, zegt hij. Hij is directeur van het instituut voor onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering in Postdam. En hij wil het ook niet mooier maken. Daarin verschilt hij van veel klimaatwetenschappers, die hun bevindingen meestal voorzichtig aan de buitenwereld uitleggen.

Schellnhuber is wat velen een alarmist zouden noemen. Hij maakt zich grote zorgen over wat de mensheid het klimaat aandoet. En hij is bereid dat steeds opnieuw en in krachtige bewoordingen uit te leggen. Daarmee maakt hij geen vrienden. Tijdens een lezing in Australië stond er ineens iemand voor hem met een strop in zijn hand, die zei: ‘Dit kunt u verwachten, hier in Australië.’

„Ik krijg doodsbedreigingen en haatmails”, zegt Schellnhuber in een hotel in Haarlem, waar hij vorige week de Spaarnelezing gaf. „Als ik nou maar gewoon mijn werk zou doen en verder zou zwijgen, zouden ze me met rust laten. Maar als ik niet waarschuw terwijl ik de risico’s ken, breng ik mensen in gevaar. Dan maak ik me schuldig aan wat ze in Duitsland ‘unterlassene Hilfsleistung’ noemen. Dat wil zeggen, dat je zou kunnen helpen maar het niet doet. Dat is strafbaar.”

Schellnhuber is een van de belangrijkste klimaatadviseurs van de Duitse bondskanselier Angela Merkel. En hij was medeverantwoordelijk voor de wetenschappelijke onderbouwing van de encycliek Laudato si’ van paus Franciscus over klimaatverandering.

„Geologen zeggen dat ik me niet zo druk moet maken over de opwarming. Het klimaat verandert nu eenmaal altijd. Mijn antwoord is: dat is waar, maar de aarde nam daar steeds tienduizenden jaren de tijd voor. Nu gebeurt het in een oogopslag.”

Volgens de Wereld Meteorologische Organisatie ligt de temperatuur voor het eerst gemiddeld één graad boven de pre-industriële tijd. Wat betekent dat?

„Dat is een nogal willekeurig getal. De Amerikanen meten in Fahrenheit, voor hen heeft één graad Celsius dus geen betekenis. Maar het heeft natuurlijk een symbolische waarde. Eén graad is veel. Je kunt zeggen: wij zitten hier binnen bij 22 graden, buiten is het waarschijnlijk een graad of acht. Wat stelt één graad dan voor? Maar je moet het vergelijken met een lichaam. Dat heeft, net als de aarde in het Holoceen, een vrijwel constante temperatuur. Als het lichaam één graad te warm wordt, ben je koortsig, bij twee graden ben je flink ziek en bij vijf graden ga je dood.

„Je kunt de opwarming vergelijken met een lichaam dat wordt opgesloten in een sauna. De lichaamsfuncties beginnen een voor een uit te vallen, niet allemaal tegelijk. Eerst misschien de nieren, dan de lever en uiteindelijk het hart. Zo is het ook met de aarde. Als we de temperatuur omhoog blijven draaien, zullen bepaalde systemen uitval vertonen. Als eerste waarschijnlijk de moessonregens in India en West-Afrika, de ijsplaten in het Arctisch gebied, het Amazonewoud, het Great-Barrier Reef, de noordelijke bossen en – heel belangrijk – de golfstroom. Deze systemen gaan slechter functioneren, veranderen of ze storten volledig in.”

Zitten we nu al te lang in die sauna?

„Bij één graad zitten we aan het begin van de risico’s. Maar we moeten ons realiseren dat al die processen op aarde niet lineair verlopen. Bij twee graden opwarming houdt een deel van de systemen er misschien mee op. Dat is dus eigenlijk te veel. Als we de klimaatwetenschap combineren met wat economisch, technisch en psychologisch haalbaar is, komen we ergens uit tussen de anderhalf en twee en een halve graad. Ik ben geen utopist. Ik spreek ook met de auto-industrie, met Shell en BP, met vakbonden en werkgevers. En die zeggen: ja, we zien de noodzaak, maar u moet ook denken aan arbeidsplaatsen en economie.”

U zei in uw lezing dat politici willen dat de wetenschap de waarheid achterhaalt, maar die vervolgens een beetje mild vertelt. Dat is niet echt wat u doet.

„Ik krijg vaak het verwijt dat bangmakerij alleen maar verlammend werkt. Maar als ik naast een brandend huis sta, kan ik toch moeilijk zeggen: ga gerust naar binnen, je hoeft niet bang te zijn dat er iets gebeurt. Dan kan ik niet anders dan roepen: pas op! Je moet dat wel overtuigend doen en zakelijk de feiten vertellen. En die feiten spreken voor zich. De stijgende curves in de grafieken kun je niet weg discussiëren. Ik ben in de Alpen geboren. Veel van de gletsjers uit mijn jeugd zijn verdwenen. Dus ook als de waarheid ongemakkelijk is, als mensen het liefst de boodschap verdringen, moet ik ze eraan herinneren.”

Is er dan niets geruststellends?

„Denk vooral niet dat ik alleen de ergste zaken op een rij zet. Ook op ons instituut in Potsdam zijn we wanhopig op zoek naar positief nieuws. Laatst hebben we nog eens gekeken naar het kantelpunt waarop het in de Amazone misgaat. We hebben daarin voor het eerst ook de biodiversiteit in het gebied meegenomen. Het blijkt dat de bossen zich juist door die enorme soortenrijkdom kunnen herstellen, al duurt dat wel meer dan een eeuw. Maar – en daar komt helaas toch weer iets negatiefs – de mensheid is juist bezig via illegale houtkap uitgerekend die biodiversiteit te vernietigen.

„Dat is het absurde. We doden onze beste vrienden, alles wat ons zou kunnen helpen om klimaatverandering tegen te gaan. Een ecosysteem dat volledig intact is, zou een deel van de opwarming kunnen opvangen en de gevolgen afremmen. Maar als we tegelijkertijd de ecosystemen aantasten, is het geheel niet te redden. Kijk naar de koraalriffen. Die hebben het moeilijk door de opwarming en door de verzuring van de oceanen. Maar ze worden vernietigd door de visserij met dynamiet, door de scheepvaart, door het plastic in de oceanen.”

Wat is uw boodschap in Parijs?

„We moeten een verhaal hebben. De tweegradengrens, uitstootreducties, mechanismen voor transparantie – dat is allemaal belangrijk. Maar het gaat om de achterliggende visie: dat we het liefst snel, rond het midden van deze eeuw, zorgen voor een volledig koolstofneutrale economie. We zitten midden in de grootste industriële revolutie ooit. De boodschap van Parijs moet zijn dat die revolutie in 2050 voltooid moet zijn. De wereld zal in ieder geval veranderen. We kunnen nu nog kiezen: of wij worden veranderd door de omstandigheden, of wij zijn zelf degenen die de verandering vormgeven.”