Veel jongeren onzichtbaar in Amsterdam, maar ook in Wassenaar

Ons land telt tienduizenden onzichtbare jongeren, zonder studie of inkomen. Velen hebben problemen, maar niet allemaal.

Zo’n 66.000 Nederlandse jongeren tussen de 15 tot 27 zijn onzichtbaar. Ze volgen geen onderwijs, werken niet, staan niet ingeschreven als werkzoekende en hebben geen uitkering. De gemeente weet dát ze er zijn, maar verder zijn ze compleet buiten beeld.

Dit bleek afgelopen week uit onderzoek over 2013 van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Amsterdam heeft met 12.000 in absolute zin de meeste onzichtbare jongeren, maar scoort naar verhouding met 8,6 procent beter dan Wassenaar (16,8 procent). Minister Asscher (PvdA, Sociale Zaken) schreef in een reactie op de cijfers, aan de Tweede Kamer, dat gemeenten jongeren meer moeten helpen met een baan of werk.

Skiopleiding

Streetcornerwork (Scw) helpt „onzichtbare jongeren” in Amsterdam. Teamleider Janneke Gulen (36) vertelt. „Het is een grote verzameling jongeren die kampen met veelzijdige problemen – schulden, verslaving – maar er zitten ook probleemloze jongeren tussen die een skiopleiding in Oostenrijk volgen. Probleemjongeren zijn er in verschillende gradaties. Er is een groep die een goed netwerk heeft en bij hun ouders leven die alles betalen. Daarnaast is er een grote groep zorgjongeren die wel een adres heeft, maar geen goed netwerk en veel problemen. Dan zijn er dakloze jongeren die van plek naar plek hoppen en ten slotte heb je spookjongeren: zij schrijven zich bewust uit de basisregistratie om schulden uit de weg te gaan.”

Hun achtergrond is heel divers, vertelt Gulen. „60 procent is jongen. Maar we zien dat de problemen bij meisjes meestal intenser zijn omdat ze problemen langer ontkennen. Jongens gaan sneller van school af en komen dan in het vizier. We hebben het meeste zicht op jongeren tot 23 jaar. Tot die leeftijd worden ze door de gemeente gemonitord en probeert de overheid ze aan een startkwalificatie te helpen. Daarna vallen ze uit het systeem. Jongeren tussen de 23 en 27 zijn het meest onzichtbaar en hun problemen daardoor heel intens.”

Jongeren die op straat voor overlast zorgen, komen volgens Gulen snel in contact met de zorgverlening. „Maar deze groep is niet zomaar te vinden terwijl er wel van alles aan de hand is. Ze zorgen niet voor overlast en zoeken zelf ook geen hulp. Maar als we op huisbezoek gaan, zien we meteen dat het goed is dat we er zijn. Jonge kinderen die op school horen te zitten, een moeder op de bank die haar roes ligt uit te slapen.”

„Deze groep voelt zich buitengesloten en kan criminaliseren en radicaliseren. Op lange termijn veroorzaken ze toenemende zorgkosten en op nog langere termijn zijn ze een slecht voorbeeld voor hun kinderen.”

Streetcornerwork krijgt jaarlijks zo’n duizend jongeren tot 23 jaar toegewezen van de gemeente. Gulen: „We zoeken ze op en sturen ze naar de schuldsanering, terug naar school of helpen ze werk te vinden. In 80 procent van de gevallen lukt dit.”

Toch zou Gulen nog meer willen doen. Het kan preventiever. Intensieve begeleiding is heel belangrijk. Je moet hun persoonlijke problematiek bespreken. Ze hebben schulden of verslavingsproblemen, vaak al voor hun achttiende. Het zijn zeer kwetsbare mensen.”