Smaakpapillen knock-out bij overdadig hapjesdiner

Tapas à la Française, zo noemen de heren (de één ex-Bridges, de ander ex-Bord’eau) van The French Connection hun concept. Verfijnde hapjes uit alle Franse regio’s die samen een diner maken. Dat ze weten wat lekker is, staat buiten kijf. Dat overdaad schaadt trouwens ook.

The French Connection heeft zich deze nazomer gevestigd in de kelder van het oude Odeon, Ricardo van Ede kookte hier tot voor kort. Er is niet veel veranderd aan het interieur, het is een stoer-warme ruimte, prettig ingericht, niks mis mee. Heel soms waait er wat putlucht richting de tafel; we zitten in een kelder, dat hoort er dus bij.

De ontvangst is buitengewoon vriendelijk, er komt meteen water op tafel, we toosten al rap met een mooi glas bubbels (Premier Bulle, Blanquette de Limoux, 6,50).

We kiezen voor het grote tapasmenu (49,- p.p.), dat betekent dat we alle hapjes van de kaart exclusief de kazen krijgen. Er is ook een bescheidener menu (34,- p.p.), maar dan missen we belangrijke gerechten.

Als amuse wordt een houten lepel met een zwarte olijf geserveerd die van binnen vloeibaar blijkt. De kritische tafelgenoot ziet hierin een mindere kopie van een ontwerp van de meester El Bulli, ik vind het lekker en grappig. De eerste tranche van het diner is spot on: de canelé van gekookte ham en Comté, koeienkaas uit de Jura, is pittig en romig, echt lekker, de tarte flambeé, een Elzas-versie van flammenküchen, gaat er ondanks de hartigheid (spek, ui), in als zoete koek en de charcuterie is smaakvol, met name de gerookte ham.

Daarna komen de variaties op schaal, schelp en vis: fruits de mer (mossel en scheermes), pain perdu met krabbisque met een salade van krab en venkel, oester en choux farci, kool gevuld met paling. De mossel en het scheermes zijn lekker, maar bij de choux farci gaan de wenkbrauwen omhoog. Klassiek is een combinatie van knapperige groene kool gevuld met gekruid gehakt. De keuze voor paling is avontuurlijk, maar niet geslaagd. Het botert niet lekker tussen de twee.

De pain perdu, een wentelteefje met krab, is aardig, de gegratineerde coquille met truffel overheerlijk, de oester kan zeker bekoren. En passant wordt er nog schuim van ei met cèpes, eekhoorntjesbrood, in een eierdop geserveerd en inmiddels is de wijn ontkurkt, een Bourgeil van Yannick Aminault uit de Loire (44,- per fles). Precies goed koel, een topwijn.

Een mooi moment om aan het vlees te beginnen: coq au vin, blanquette en bavette. En juist bij deze klassieke Franse gerechten gaat het mis. De coq au vin, met rode wijn gelakte kip, is te vet, te zout en te plakkerig, de bavette met mosterd saai en taai en de blanquette – kalfsnek met champignon en ui – droog.

En dan komen de toetjes: crepe suzette met sinaasappel en Grand Marnier en ijs van gezouten caramel. En weer is het te veel; te veel alcohol op de crepes, te veel zout bij de caramel. Onze smaakpapillen gaan knock-out van zoveel hoog-op-smaak gerechten – dit kan niet de bedoeling zijn. Dit diner was een opeenstapeling van comfortfood, van umami. Tussen al die ronde smaken verlangen we naar groenten, een bord sla, zuren, lichtheid – het is te veel van het goede. Eigenlijk willen we na dit avontuur alleen nog maar ‘gewoon’ eten. Gewoon, lekker, goed eten.

Als de rekening komt, schrikken we. We zitten ver boven de 80 euro per persoon. Da’s pittig geprijsd voor een hapjesdiner, hoe verfijnd die hapjes ook zijn. Oké, we namen niet de goedkoopste wijn, maar de wijn is hier sowieso aan de prijs en ook het water is in rekening gebracht – kraanwater wordt niet aangeboden. Al met al vinden we de prijs-kwaliteitverhouding zoek. Streng maar rechtvaardig eindoordeel: drie ballen, met de hakken over de sloot.