Retorisch uit alle monden vuur, militair geen escalatie

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag op deze plaats over internationale kwesties.

Ten minste één crisis lijkt over haar gevaarlijkste punt heen. Het is geen oorlog geworden tussen Rusland en Turkije. Toen op 24 november een Turkse F-16 een Russische jachtbommenwerper uit de lucht schoot, had de situatie snel kunnen escaleren. Zou Poetin dit over zijn kant laten gaan? En zou een Russische vergeldingsaanval tegen NAVO-lid Turkije de andere NAVO-landen er niet toe hebben verplicht (‘een aanval op één lidstaat is een aanval op alle lidstaten’) om de Turken vervolgens te hulp te schieten? Daarmee was het een oorlog tussen Rusland en de NAVO geworden.

Maar Poetin liet de zaak niet uit de hand lopen. Natuurlijk toonde hij zich verontwaardigd. Hij noemde de Turken „handlangers van terroristen”, die Rusland „een mes in de rug hadden gestoken”. Hij zei dat deze actie van Turkije „ernstige gevolgen” zou hebben, dat Turkije het zal berouwen, hij eiste excuses, kondigde sancties aan, voerde de bombardementen op Turkmenen in Syrië op en stuurde extra luchtafweergeschut naar de Russische basis in Syrië. En de Turkse president Erdogan kreeg het verwijt dat hij een lucratieve oliehandel drijft met de terroristen van Islamitische Staat. Kortom: retorisch uit alle monden vuur, maar militair geen escalatie.

Althans voorlopig niet. In Oekraïne heeft Rusland al laten zien dat het een oorlog kan voeren en tegelijk bij hoog en bij laag kan beweren dat níét te doen. Tja, wat ex-militairen in hun vrije tijd doen, met materieel dat je overal kunt kopen, dat moeten zij zélf weten, niet waar?

Het is voor Poetin verleidelijk om op een vergelijkbare manier, ‘vanuit de schaduw’, de Turkse aanval op het Russische toestel te vergelden, schrijft Rusland-kenner Mark Galeotti in The Moscow Times. Maar hij waarschuwt meteen dat dit heel gevaarlijk zou zijn. Rusland heeft een lange traditie van geheim agenten die onrust stoken in Turkije, zo nodig met gebruik van geweld. Maar dit soort dingen komt vroeg of laat aan het licht. En de NAVO verzekert sinds vorig jaar voortdurend dat ze gespitst is op zogeheten hybride oorlogvoering, en dat ze zulke verhulde aanvallen op bondgenoten niet zal dulden. Als de NAVO zoiets één keer laat passeren, verspeelt ze haar afschrikkende werking voor een volgende keer, bijvoorbeeld in de Baltische landen.

Bovendien is Turkije voor Rusland een gevaarlijker tegenstander dan Oekraïne. Ankara zou alleen al voor grote problemen kunnen zorgen door te proberen de toegang tot de Zwarte Zee af te sluiten.

Poetin is dus met goede redenen terughoudend. En ook Erdogan zélf lijkt geschrokken van de klap die hij Rusland heeft durven geven met het neerhalen van de Su-24. Hij lijkt de schade aan de Turks-Russische relatie vooral niet groter te willen maken dan ze al is.

Uitgerekend op de ochtend dat het Russische toestel werd neergeschoten, stond op de opiniepagina van de Financial Times een pleidooi voor westerse toenadering tot Rusland. Buitenlandcommentator Gideon Rachman schreef, nog onwetend van wat er diezelfde ochtend in het luchtruim bij de Turks-Syrische grens zou gebeuren, dat het de moeite waard was serieus na te gaan of er geen samenwerking mogelijk was in de strijd tegen Islamitische Staat. Met dat idee van een brede coalitie is de Franse president Hollande ook de boer op gegaan na de terreuraanslagen van 13 november in Parijs. Er zijn allerlei argumenten tegen in te brengen, schreef Rachman, maar het Westen en Rusland hebben „een gedeeld strategisch en moreel belang om IS te verslaan”.

Het artikel, en het idee, leken onmiddellijk achterhaald toen bekend werd dat een NAVO-land een Russisch oorlogsvliegtuig had neergeschoten. De toenadering leek doorkruist. Maar is dat ook zo? De confrontatie liep niet uit de hand. En de gedeelde belangen zijn er nog steeds. Dat zou de basis kunnen zijn van een nieuwe poging een politieke oplossing voor de Syrische oorlog te zoeken.