Na de VS gaat nu ook Europa onze reizen opslaan

De Amerikanen analyseren al jaren passagiersgegevens in de strijd tegen terreur en criminaliteit. Na ‘Parijs’ volgt Europa nu ook.

Waar ging u drie jaar geleden heen voor een weekendje weg? Naar New York? Of Barcelona? Van wanneer tot wanneer? En wie zat er naast u in het vliegtuig? U weet het niet meer? De politie straks wel.

Vandaag komen de EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken bijeen om te praten over het langdurig bewaren van passagiersgegevens. De Amerikanen doen dat al jaren en na de aanslagen in Parijs wil de EU ook van Europeanen precies weten wie wanneer waarheen is gevlogen. Niet dat de daders vorige maand per vliegtuig naar Parijs kwamen. Maar na iedere aanslag is de roep om maatregelen groot. Bovendien bestaan deze plannen al jaren en is ‘PNR’ (voor ‘passenger name record’) onder Europese politici een symbool geworden voor de strijd tussen hardliners en privacyvoorvechters.

„Sommige fracties zouden zich bijna moeten schamen voor de manier waarop ze de hakken in het zand zetten”, zei CDA-Europarlementariër Jeroen Lenaers onlangs. D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld, die hier namens het Europees Parlement met de lidstaten over onderhandelt, wil daar niets van weten. „Het parlement heeft de plicht voorwaarden te stellen aan deze massale dataopslag en niet zomaar bij het kruisje te tekenen”, zegt ze. Ondanks haar kritische houding is een akkoord met de EU-landen bijna rond en zijn vooral eisen van de lidstaten ingewilligd. Niemand wil na de aanslagen in Parijs het verwijt krijgen de boel te frustreren.

Dat betekent dat uw reisgegevens (zie kader) bij het boeken van een vlucht in een nationale databank komen, waar ze tot vijf jaar later kunnen worden geanalyseerd. Ze worden binnen een jaar geanonimiseerd, maar dat kan weer worden teruggedraaid.

De EU-landen hopen zo verdachten op te sporen die eerst niet in beeld waren. Het kan gaan om Europeanen die naar het Midden-Oosten reizen, maar de gegevens mogen ook worden gebruikt om criminaliteit op te sporen. Westerse mannen die regelmatig naar de Filippijnen vliegen, kunnen zo als verdachte van kindermisbruik in beeld komen. „‘Parijs’ is door de voorstanders gebruikt om de data massaal te laten analyseren voor een waaier aan vergrijpen”, zegt In ’t Veld.

Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. Zo zouden reisgegevens alleen nooit een reden mogen zijn om iemand als verdachte aan te merken. De toegang tot de gegevens is een ander twistpunt. Gisteravond werd bekend dat het parlement alleen akkoord gaat als lidstaten worden verplicht de passagiersdata met elkaar te delen. „Telkens blijkt dat inlichtingendiensten al over veel informatie beschikken, maar die amper delen omdat ze elkaar niet vertrouwen. Als ze ook de reisgegevens niet willen delen, wordt het nut van dit systeem helemaal twijfelachtig”, zegt In ’t Veld.

Of het analyseren van reisgegevens helpt tegen terreur is nooit bewezen. „Er zijn heus wel goede argumenten om dit te doen, maar het hele onderwerp heeft behoefte aan een deugdelijke onderbouwing. Die is er nog altijd niet”, zegt Paul De Hert, hoogleraar privacyrecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij pleit voor regelmatige evaluaties als de gegevens worden gebruikt, want risico’s zijn er volgens hem genoeg. „Die zijn niet voor iedereen even groot. Iemand met een Arabische naam die regelmatig naar het Midden-Oosten vliegt, loopt sneller het risico vanwege een naamsverwisseling een vliegverbod te krijgen dan iemand met een westerse naam die naar Spanje vliegt.”

En dan is er nog een risico waar de EU-landen weinig aandacht voor hebben. Vorig jaar oordeelde het EU-Hof van Justitie dat het zonder verdenking massaal opslaan van onze belgegevens een te grote inbreuk vormt op de privacy. Het is zeer de vraag of massale opslag van reisgegevens wel door de beugel kan.