Met liefde bereid en in goed gezelschap

In de zijstraat in het Oude Noorden valt het buurthuis waar Resto VanHarte zit nauwelijks op in het donker nauwelijks, en het plenst van de regen. Maar het huisnummer klopt. We hebben gereserveerd via restovanharte.nl. Een mevrouw met oranje schort met het logo van VanHarte kijkt of we op de lijst staan. Of we een Rotterdampas hebben? Nee? „Dan is het twee keer zeven euro, veertien euro”, zegt ze, bijna verontschuldigend.

We zetten ons aan een ronde tafel waar nog twee stoelen vrij zijn. „Ik ben Frank”, zeg ik, „en dit is Charlie.” „Ali”, zegt de man naast mij. De andere namen heb ik niet verstaan. Vier mannen, één vrouw. Ze komen hier vaker, beamen ze.

Voor de mensen aan tafel is de prijs doorslaggevend. Ik vroeg of ze voor de gezelligheid komen of omdat het eten bij VanHarte zo goedkoop is. Zeven euro voor een driegangendiner, zelfs maar vier euro als je dat aantoonbaar niet kunt opbrengen. „Maar ik kom ook omdat het lekker is”, zegt Ali. „En altijd gezellig.”

Er zijn VanHarte-restaurants op meer dan dertig locaties in het hele land. In 2014 werden 116.500 maaltijden opgediend. Vrijwilligers doen de boodschappen in de buurt, dekken de tafels en serveren de maaltijden uit die onder leiding van een professionele kok worden bereid. Rotterdammers kunnen behalve in buurtcentrum Mozaïek in het Oude Noorden (maandag en vrijdag) terecht in De Hef, een schoolgebouw in Feijenoord (woensdag).

Iedereen aan onze tafel woont in de buurt. Het menu bestaat deze avond uit Griekse paprikasoep, moussaka en rijstebrij. Er wordt onder verwijzing naar enkele lege plekken ook een oproep gedaan: „Als je hebt gereserveerd en je kunt niet komen, laat dat even weten. Anders blijven wij met de spullen zitten.”

„Maar des te meer hebben wij”, hoor ik iemand zeggen.

De vrijwilligers, allen in oranje schort, zetten de goedgevulde soepkommen op tafel. Ik heb er net als twee tafelgenoten een flesje wijn (18,75 cl, 2,50 euro) bij genomen. De stevige soep smaakt goed. Inderdaad: paprika. De kommen worden snel leeg gelepeld. „Dat was lekker”, zegt Ali.

Hetzelfde zegt hij even later van het hoofdgerecht, de moussaka. „Maar dat is toch ook Grieks?” zeg ik. „Nee, hoor, in Turkije is het precies hetzelfde”, zegt Ali. „Eén pot nat dus? Ik dacht dat Griekenland en Turkije water en vuur waren.” „Nu niet meer, hoor”, zegt Ali.

Op de borden: gekookte aardappelschijfjes, gehakt in tomatensaus, aubergine en gesmolten kaas. De smaken van de ingrediënten zijn niet erg uitgesproken. Het is een machtig gerecht dat wij, in tegenstelling tot de anderen aan tafel, niet helemaal op kunnen. Ik voel me daar schuldig over.

Het dessert komt in glazen kommetjes. Rijstebrij met vruchtengelei. Ali neemt een hap en schuift het kommetje van zich af. „Niet lekker, dit”, zegt hij. De rest lepelt door tot de bodem zichtbaar is.

Mijn probleem is: hoeveel bolletjes geef ik VanHarte? In elk geval al één voor de liefde die eruit spreekt.