Asielopvang – je hoeft het gedonder niet op te zoeken

Hilversum zegde al vroeg toe dat er 1.500 asielzoekers mochten komen. Er zijn er nu 100. De burgemeester legt uit waar dat aan ligt.  

Jongen in de opvang in Crailo. In de noodopvang zitten sinds half oktober zo’n honderd vluchtelingen, vooral Syriërs.

Vijftienhonderd vluchtelingen zou Hilversum opvangen. Dat was landelijk nieuws begin september.

Precies het soort stoere gemeente waar staatssecretaris Dijkhoff (Asiel, VVD) om vroeg.

Een kleine drie maanden later vangen Hilversum en negen buurgemeenten niet meer dan honderd vluchtelingen op, in Crailo.

Burgemeester van Hilversum Pieter Broertjes (PvdA) – als ‘regiovoorzitter’ spreekbuis van Het Gooi – legt in zijn werkkamer uit hoe dat kan.

Om te beginnen: dat getal, vijftienhonderd, kwam voort uit een uit de context getrokken opmerking van een Hilversums PvdA-raadslid. Het aantal werd in de gauwigheid bevestigd door een wethouder met een andere portefeuille dan asiel. Foutje. Broertjes: „Ik wist meteen: oeps, dat gaat Hilversum in zijn eentje niet lukken.”

Broertjes trok prompt Het Gooi in en ontvouwde – nog steeds vroeg in september – een regioplan namens tien gemeenten. Dames en heren, Het Gooi kiest voor gespreide, kleinschalige opvang. Drie of vier plekken in de regio. Per plek zo’n vierhonderd vluchtelingen maximaal. Gedeelde lasten. Het Gooi zou een voorbeeld kunnen zijn voor heel Nederland, aldus de burgemeester toen.

Toch blijft de teller staan op de honderd van Crailo. Hoe kan dat?

„Het is complex. Als regio hebben we de mentale bereidheid om aan grotere opvang te doen, maar we zitten niet aan het stuur. Dat zit allereerst het COA [Centraal Orgaan opvang asielzoekers]. Dat moest de locaties beoordelen die wij als regio voorstelden. Dat kostte tijd: het COA was – en is – overbezet. En ze moesten al die locaties langs. Een oud circusterrein, een voormalige lts, een kantoorpand, buitengebieden in Eemnes en Wijdemeren.”

En?

„Alles viel af. Hier was geen elektriciteit en water, daar geen riolering. Of de grond was te zompig, of juist vervuild. Overal was wat.”

Alleen Crailo, een voormalig legerterrein tussen de A1 en de Bussumerhei, doorstond de COA-keuring. Crailo had eerder dienstgedaan als asielzoekerscentrum, in de jaren rondom de eeuwwisseling. De barakken van toen staan er nog. De grond van Crailo is eigendom van Noord-Holland.

Opnieuw was u optimistisch. Vierhonderd vluchtelingen in Crailo, zei u eerder dit najaar, dat gaan we binnen een paar weken regelen.

„Daar heb ik me in vergist. Ik dacht: we gaan in gesprek met de provincie en dan komt het allemaal goed. Maar zij had – haar goed recht – heel andere plannen met die grond. Woningbouw, een nieuw oefenterrein voor de veiligheidsregio, natuurontwikkeling. Dus de provincie moest omschakelen. Ook dat kostte tijd.”

Er kwam een complicerende factor bij. Volksverzet. Broertjes zag de stemming omslaan. In september was er nog een Hilversumse avond met vrijwilligers die popelden om goed te doen al vóór de eerste Syriër voet op Gooise grond had gezet. Daarna groeide de weerstand in heel het land. In Purmerend, in Steenbergen – en ook in Hilversum. De Facebookgroep ‘Liever iets minder vluchtelingen in Hilversum’ had binnen een week achtduizend volgers – niet gering op een bevolking van 85.000. Konden tienerdochters straks nog wel over straat?

Het regioplan – meerdere locaties, soms ook dicht bij woonwijken – werd met de dag onaantrekkelijker: niet alleen logistiek ingewikkeld, maar ook politiek riskant. „Crailo bleef maar de ideale locatie”, zegt Broertjes. „Toen dachten we: dan richten we ons daarop.”

Weg van de bewoonde wereld, tussen de A1 en een grote lap hei.

„Het is een meer beschermd gebied, ja.”

Geen gedonder.

„Je hoeft het gedonder niet op te zoeken. Je kunt ook luisteren naar de verhalen van de mensen, of je het er nu mee eens bent of niet.”

Waren het de boze burgers die leidden tot Crailo?

„Nee. Alle alternatieven waren al afgewezen door het COA.”

Dat maakte het wel makkelijk.

„Ja. Eind goed, al goed. Een gezegende plek. Ook omdat het zich in het verleden al als azc bewezen heeft.”

Alle pijlen op Crailo: het nieuwe plan is daar maximaal 1.200 vluchtelingen te vestigen. Een azc voor maximaal tien jaar, mogelijk in nieuw te bouwen paviljoens. Het COA en de provincie overleggen nu over prijs en precieze plek. Broertjes hoopt dat de deal nog voor de Kerst rond is. „Dat zou ik een mooi kadootje vinden.” In het voorjaar zou dat nieuwe, grote azc moeten opengaan.

Intussen overwinteren honderd vluchtelingen nu in de noodopvang in Crailo. Ze mogen niet werken. Hoe voorkomt u dat Crailo een hangplek wordt?

„Ik vind dat we dat die mensen niet mogen aandoen. Maandenlang uit het raam kijken, het lijkt me gruwelijk. Zij moeten Nederlands kunnen leren, aan activiteiten kunnen deelnemen. Werken ook, als het kan.”

Werken, intensieve taalcursussen: dat mogen asielzoekers niet.

„Onder druk wordt alles vloeibaar. Dat zie je al met de huisvesting van asielzoekers die inmiddels een verblijfsstatus hebben. Officieel moeten zij terechtkunnen in een gewoon huis. Maar we benutten nu allerlei leegstaande panden. Werk is een moeilijker verhaal. Maar het moet bespreekbaar zijn. Er schijnen artsen tussen de vluchtelingen te zitten, in Crailo. Zou het Tergooi [ziekenhuis in Hilversum en Blaricum] hen niet op een of andere manier kunnen helpen bij het vinden van emplooi? Ik ben ervan overtuigd: de regels gaan wijken voor de praktijk.”