Knusse politieverhalen vol sporen van Luigi Pirandello

De Siciliaanse auteur Andrea Camilleri (1925) schreef een prachtige monografie over zijn streekgenoot en collega Luigi Pirandello: Biografie van een verwisselde zoon (2007). Echt beroemd is hij om zijn politieverhalen rond commissaris Montalbano – waarmee de halve wereld zonder het zich te realiseren sterk door Pirandello beïnvloede boeken leest. Ook Camilleri’s verhalenbundel De poes en het vinkje zindert van Pirandello’s invloed. Het zit ’m in de stijl van vertellen: helder, zinnelijk en met gevoel voor het ongewone in het gewone. En in de fel uitbarstende emoties van de personages – Montalbano voorop. De verhalen zijn ingenieus maar nooit ingewikkeld. Drijven whodunnits bijna per definitie op een ontknoping, Camilleri reduceert de plot tot een voertuig voor wat er verteld moet worden. Meestal kruisen simpele politiezaakjes Montalbano’s pad. De ontknoping zie je al van verre aankomen. Zo zijn die poes en dat vinkje uit het titelverhaal minder dan een dwaalspoor in een van de knusse vertelsels over de oudere politiefunctionaris en een Siciliaans dorp – de enige plaats waar een man behoorlijk kan leven zonder dat hij zich belachelijk voelt, zoals Montalbano verzucht.

Camilleri formuleert portretjes van gewone mensen met ervaringen die te groot voor ze zijn. Op een parallel spoor vraagt Montalbano zich af wat hij zich aanmatigt als hij mensen voor het gerecht brengt. Soms leidt dat tot een slap verhaal, maakwerk. Meestal levert het iets moois op. Zoals het prachtige ‘De reisgenoot’, met een tomeloos snikkende man in de trein. In de couchette boven hem analyseert Montalbano wat er aan de hand moet zijn. Hij ontrafelt dat de man een moord heeft gepleegd en ook waarom. En hij doet niks. Dat is mooi, een detective die een moord oplost en niks doet: , ‘Ik wens u het allerbeste, meneer, fluisterde hij.’

Of die andere slotzin, in het wankelende verhaal over een vrouw die van haar nare man houdt. Montalbano begrijpt dat en ook niet, en eigenlijk benijdt hij haar gevoelens. Dan wordt er in de andere kamer een kindje wakker: ‘„Mag ik hem zien?” vroeg Montalbano.’ Wat toch een soort ontknoping is.