Jeroens idealen op de Kaap

Ik tref hem bij de eindhalte van bus 77. We kennen elkaar ruim tien jaar, en hoewel er veel veranderd is, is er ook veel hetzelfde gebleven. Hetzelfde loopje, dezelfde grijns, dezelfde schijnbare nonchalance. Jeroen en ik waren ooit kameraden, deelden dezelfde politieke overtuigingen, liepen mee in dezelfde demonstraties.

Inmiddels ben ik van mijn idealen gevallen en is de enige ‘maakbare wereld’ die mij bezighoudt de fictieve wereld die ik achter mijn schrijftafel verzin. Maar Jeroen is nog steeds betrokken. En hoewel ik merk dat ook hij cynischer (of realistischer) is geworden, kan ik me niet voorstellen dat hij ooit de idealen zal verliezen die je nodig hebt om de wereld te veranderen.

We lopen naar het ss Rotterdam. Een dame met blauwe wimpers wijst ons de weg naar binnen. Tien minuten later zitten we in een hoekje van de Captains Lounge op gele stoelen.

Als Jeroen praat moet je opletten. Toen en nu nog. Hij is een theoreticus, een filosoof, maar niet van het vervelende soort. Hij etaleert zijn kennis niet, zo spreekt hij nu eenmaal. Hij analyseert, verwijst, en soms praat hij in voetnoten.

In het dagelijks leven is hij welzijnswerker op Zuid. Hij woont nu anderhalf jaar op Katendrecht. Vanuit zijn keukenraam heeft hij uitzicht op de Euromast. Vanaf zijn balkon ziet hij het ss Rotterdam. En in het weekend kijkt hij naar de dagjesmensen die op springschoenen over het veld achter zijn huis stuiteren. „Er zijn twee categorieën: sportieve en verwoede vaders.”

Ze komen de Kaap verkennen. Want Katendrecht is in trek. En de komst van al die mensen die de Kaap ‘aankunnen’ gaat ten koste van de sociale huurwoningen. En misschien ook wel van de sfeer. Jeroen stelt voor om het „bedreigde stukje van de Kaap” te verkennen. We komen langs lokale pareltjes, kleine zaken met namen als de Kaapsalon en de SmikkelShop, maar ook langs gebouwen die op de slooplijst staan en plaats moeten maken voor nette huizen voor nette mensen.

Luisterend naar zijn hilarische tirades over incompetente bestuurders, besef ik dat ik zijn verhandelingen van vandaag nooit kan vangen in een stukje van 400 woorden. Maar misschien geeft dat niet. Op dit moment lijkt het ideaal weer even heel dichtbij.