Hosanna voor de huizenkoper, chagrijn voor de spaarder 

De burger lijdt onder de lage rente, maar profiteert er ook van. Maar wat doen al die bankbiljetten plots in de economie?

Mario Draghi, president van de ECB. Foto Arne Dedert/EPA

De renteverlaging die de Europese Centrale Bank donderdag doorvoerde was kleiner dan verwacht, maar de gevolgen van het beleid in Frankfurt blijven voor de consument zeer groot.

Met het belangrijkste rentetarief op 0,05 procent en het bodemtarief nu op -0,3 procent, beïnvloedt de centrale bank de rentetarieven voor spaarders en leners in de eurozone. En door staatsschuld op te kopen drukt de ECB de rente op langlopende kredieten in de gehele eurozone – dus ook op hypotheekleningen.

Dat is meestal fijn voor leners, maar onaangenaam voor spaarders. Welke gevolgen merken zij?

Hypotheken naar de bodem

Tien jaar geleden zou het als onvoorstelbaar zijn beschouwd, maar het is nu de realiteit van de dag: huizenkopers kunnen een hypotheek afsluiten tegen een rente van zo’n 2,5 procent voor tien jaar vast. Een variabel tarief is nog wat lager, maar ook riskanter: dat kan ook weer stijgen. De huizenmarkt profiteert hiervan. Een bijzonder neveneffect is dat de aftrekbaarheid van de rente er in wezen steeds minder toe doet.

Lenen blijft verdacht duur

Opmerkelijk is hoe langzaam de rentetarieven voor rood staan, consumptief krediet en creditcardschulden zijn meegedaald met de rente van de ECB. Met name creditcardschuld valt op: terwijl allerlei andere rentes de afgelopen vijf jaar kelderden, daalde dit tarief van 10,8 procent naar 9,7 procent. Banken lijken disproportioneel te profiteren van de hoge rente op kortetermijnschulden van de burger.

Sparen levert nauwelijks iets op

Die burger krijgt intussen steeds minder rente op zijn spaargeld. Was tien jaar geleden een rente van vier procent nog gewoon, inmiddels is dat tarief gekelderd naar nog geen anderhalf procent als het spaargeld langer dan drie maanden vaststaat. Bij direct opneembaar spaargeld is de rente al ver onder de 1 procent. Op betaalrekeningen gaat het om 0,3 procent – maar die vergoeding was altijd al laag. Nederlandse burgers hebben het relatief goed: in de rest van de eurozone is de spaarrente vaak lager. In Zwitserland is er al een bank die rente vraagt aan klanten om hun geld er te mogen stallen.

Pensioenfondsen kreunen

Veel burgers zijn grote spaarders zonder dat zij er veel over te zeggen hebben: via hun pensioenfonds. Deze fondsen hebben het extra zwaar. Bij de lage rente verdienen ze al niet veel. Erger is dat zij hun toekomstige pensioenverplichtingen moeten waarderen tegen een steeds lagere rentevoet. Dat betekent dat die verplichtingen een steeds hogere boekhoudkundige waarde krijgen. En dat houdt weer in dat de dekkingsgraad (de waarde van huidige beleggingen tegenover die van toekomstige verplichtingen) onder druk komt. Dat vergt maatregelen die we de laatste jaren vaak hebben gezien: geen inflatiecompensatie voor gepensioneerden of hogere premies voor de werkenden.

De oude sok dan maar?

Noem het bizar, maar terwijl Europa grootscheeps overgaat op elektronisch bankieren en betalen, stijgt de hoeveelheid cash geld in omloop verder en verder. Sinds het begin van de financiële crisis in 2008 kwam er ruim 300 miljard euro aan bankbiljetten extra in omloop.

Ook ten opzichte van de omvang van de economie, het bruto binnenlands product, steeg de waarde van alle bankbiljetten stug door, van 7,9 procent naar ruim 10 procent. Naar de reden is het nog gissen: de aanpak van zwart geld op buitenlandse bankrekeningen kan hebben geleid tot een grotere vraag naar cash.

De financiële crisis kan het vertrouwen in banken hebben aangetast. En de eurocrisis deed daar nog een schepje bovenop, met name in Zuid-Europa.

De normale straf van het aanhouden van cash is het missen van rente. Maar nu die rente de nul nadert vermindert het verschil tussen de bankrekening en de oude sok. Hoe dan ook: met name de vijftigjes zijn populair. Ze houden de vijfhonderdjes, die al langer circuleren waar de zon niet schijnt, gezelschap in de schaduw van de economie.