Executies zijn routine in Saoedi- Arabië

Sinds koning Salman aantrad is het aantal lijfstraffen gegroeid. Er zijn weer vijftig onthoofdingen gepland. Een lichtpuntje: ook vrouwen mogen er nu stemmen.

Onthoofding van een man veroordeeld voor het dealen van drugs, in Jeddah. Foto uit 1985.

Doordeweeks is het Diraplein in de Saoedische hoofdstad Riad een gewoon, lang niet onaantrekkelijk plein. Van toeristische waarde als Saoedi-Arabië een toeristische bestemming zou worden. Maar dit is ook de plaats waar – buiten het zicht van buitenlandse bezoekers – de beul met zijn zwaard openbare executies voltrekt, vrijdags na het middaggebed. Waar handen van dieven worden geamputeerd en stokslagen worden uitgedeeld aan wie daartoe is veroordeeld.

Executies en andere lijfstraffen en lange gevangenisstraffen na vaak oneerlijke processen, foltering, religieuze discriminatie, uitbuiting van gastarbeiders en behandeling van vrouwen als tweederangsburgers: mensenrechtenorganisaties hebben hun handen vol aan Saoedi-Arabië. Bij deze lijst van aanklachten kwamen dit jaar beschuldigingen van oorlogsmisdrijven tijdens de lopende, door Saoedi-Arabië afgekondigde en geleide militaire interventie tegen de shi’itische Houthi-rebellen in buurland Jemen. Riads westerse bondgenoten trekken zich er weinig van aan. Onder druk van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk trok Nederland in oktober een voorstel in de VN-Mensenrechtenraad in om onafhankelijk internationaal onderzoek in te stellen naar oorlogsmisdrijven door alle partijen, inclusief Saoedi-Arabië, in Jemen.

Amnesty International heeft sinds 1 januari al zeker 151 executies geteld op het Diraplein en op andere plaatsen in het koninkrijk. Ongeveer twee keer zo veel als in 2014. Het sterk opgevoerde aantal terechtstellingen weerspiegelt een verdere verharding van het regime en een nieuwe kordaatheid sinds het aantreden van koning Salman en zijn team van kroonprinsen na de dood van zijn voorzichtige halfbroer Abdullah in januari. Onder koning Abdullah werden de gevangenis- en lijfstraffen voor gewone criminaliteit en voor wat geldt als politiek misdrijf al verzwaard, maar Salmans conservatievere bewind kent nog minder genade met vermeende overtreders.

Onthoofdingen

Twee weken geleden berichtten Saoedische kranten die dicht bij het regime staan dat binnenkort ruim vijftig terdoodveroordeelden worden onthoofd. Onder de veroordeelden zijn volgens internationale mensenrechtenorganisaties zowel zeven geweldloze shi’itische activisten uit de onrustige Oostelijke Provincie als sunnitische extremisten die in verband zijn gebracht met terroristisch geweld. Met de publicaties wilden de Saoedische autoriteiten volgens de Europees-Saoedische Organisatie voor Mensenrechten (ESOHR) van tevoren de binnen- en buitenlandse reacties testen. Komt de shi’itische minderheid in opstand als de shi’itische activisten worden onthoofd? Halen de westerse bondgenoten meer dan de verklaring van ongenoegen uit de kast?

Een van de zeven shi’itische activisten is sjeik Nimr al-Nimr, een ideoloog van de geweldloze strijd van de shi’itische minderheid in het oosten tegen haar behandeling als tweederangsburgers door de conservatief-sunnitische elite. Hij werd in oktober 2014 wegens onder meer opruiing en ongehoorzaamheid aan de heersers veroordeeld tot onthoofding en daaropvolgende kruisiging (nadat het hoofd weer aan het lichaam is vastgemaakt), een straf die vaker wordt uitgedeeld om een voorbeeld te stellen. Ook zijn nu 21-jarige neef Ali al-Nimr, als 17-jarige veroordeeld wegens deelneming aan pro-democratische protesten in 2011 en 2012, wacht zo’n straf. ESOHR wees er deze week op dat de beschuldigingen tegen de shi’itische activisten geen melding maakten van doden of gewonden als gevolg van hun protesten.

In de antiterrorismewet van begin 2014 verschaften de autoriteiten zich uitgebreide mogelijkheden om vermeende opposanten aan te pakken. Vage beschuldigingen als verstoring van de openbare orde, belastering van de reputatie van de staat of bedreiging van de eenheid van het koninkrijk zijn allemaal zwaar strafbaar. Zoals Human Rights Watch het destijds samenvatte: „Een wettelijk kader dat zo goed als alle dissidente gedachten of uitingen als terrorisme criminaliseert” – en niet alleen die van IS of de Moslimbroederschap, die met naam en toenaam als terroristische organisaties werden gebrandmerkt.

Een typisch voorbeeld van de werking van de antiterrorismewet was in juli 2014 de veroordeling van Walid Abu al-Khair, een advocaat uit Jeddah die vreedzame activisten verdedigde en zelf een paar jaar geleden een mensenrechtenorganisatie oprichtte. Hij vroeg conform de regels een vergunning aan, die hij niet kreeg. Dat is het punt, zei hij in 2013 in een vraaggesprek in Jeddah met NRC Handelsblad: „Je wilt het volgens de regels spelen, maar de autoriteiten staan je dat niet toe, vervolgens pakken ze je omdat je de regels schendt.” Wegens „verbreking van zijn trouw aan de heerser” en „opruiing van de publieke opinie” werd hij in juli 2014 tot vijftien jaar celstraf veroordeeld. Een van zijn cliënten was zijn zwager, blogger Raif Badawi, die in mei 2014 wegens islambelediging werd veroordeeld tot tien jaar celstraf en duizend stokslagen, waarvan tot dusverre vijftig zijn uitgedeeld.

Geloofsafval

Twee weken geleden trok de terdoodveroordeling wegens geloofsafval van de Palestijnse dichter Ashraf Fayadh (35) de aandacht. Er is hoger beroep mogelijk. Wie op sociale media het Saoedische regime in dit verband met IS vergelijkt, wordt vervolgd, heeft een zegsman van het Saoedische ministerie van Justitie tegen de krant Al-Riyadh verklaard.

Vrouwen zijn behoorlijk in het nadeel. Zo zit een Sri Lankese huishoudster sinds augustus in de dodencel wegens overspel. Haar partner is tot honderd stokslagen veroordeeld; zij wordt volgens Saoedisch plan gestenigd. Enkele jaren geleden werd een verkrachte Saoedische vrouw tot tweehonderd stokslagen veroordeeld omdat zij gelegenheid zou hebben gegeven door met een niet-verwante man op pad te gaan. Zij kreeg gratie na buitenlandse protesten.

Niettemin zien Saoedische columnisten vooruitgang voor vrouwen. Niet alleen hebben vrouwen nu dertig zetels in de adviserende Shura-raad ( 20 procent van het totaal), waar zij „een constructieve bijdrage” hebben geleverd aan het debat, zo schreef deze week Abdulrahman al-Rashed in de Engelstalige Arab News. Ook hebben ze nu passief en actief kiesrecht. Volgende week zaterdag nemen ze voor het eerst deel aan lokale verkiezingen. Het is wel zo dat zich maar 130.000 vrouwen, op 10 miljoen in totaal, als kiezer hebben laten registreren en dat niemand veel hoop heeft dat ook maar één vrouw wordt gekozen van de 1.000 die zich kandidaat hebben gesteld. Maar, aldus Al-Rashed, „wat belangrijk is, is niet het resultaat maar dat vrouwen deelnemen”.

De vraag is: kunnen ze dat zonder toestemming van vader, broer of echtgenoot, dat wil zeggen de voogd zonder wiens uitdrukkelijke permissie vrouwen geen paspoort krijgen, kunnen trouwen of reizen? Aan het systeem van de voogd, dat de vrouw feitelijk tot tweederangsburger of minderjarige maakt, wordt tot dusverre niet getornd. Het is hoe dan ook zeker dat zij een chauffeur moeten hebben om naar het totaal gesegregeerde stembureau te gaan. Jarenlange strijd van activistes voor toestemming om zelf een auto te besturen, heeft niets opgeleverd.