Else bleef schrijver

Fotograaf Ad Nuis en auteur Arthur van den Boogaard maken eens in de twee weken een foto ‘opnieuw’ en belichten de tijd ertussen.

Schrijver Else Flim (67) zat najaar 1958 in een schoolbankje van de meisjesschool van de Evangelische Broedergemeente op het Zusterplein in Zeist.

„Zoals elk jaar kwam de schoolfotograaf langs. Met een pen, schoolbank en schrift creëerde hij een scène: ieder meisje afzonderlijk, dezelfde pose. Mijn twee oudere broers zaten op de jongensschool van de Broedergemeente en speelden beiden prachtig piano. Ik kon er niets van. Muzieknoten zag ik als letters om woorden mee te maken. Toen gitaarles nog beroerder ging, gaf mijn moeder mij een schriftje en zei: ‘Iedereen heeft een talent, ga jij maar verhaaltjes schrijven.’ Dat deed ik. Ik hield dagboekjes bij over wat ik beleefde en was oplettend op wat er mis kon gaan. ’s Avonds legde ik die op mijn moeders nachtkastje. ’s Ochtends pakte ik ze weer terug. Mijn moeder wees op een verhalenwedstrijd voor de krant: thema Sinterklaas. In een week schreef ik het verhaaltje De grote en de kleine pop. In het kort: dochtertje vraagt bij etalageruit om pop; op 5 december hoort ze vol verwachting op de gang opeens gehuil; een verpleegster brengt een baby, de Sint de gevraagde pop. Nu denk ik ‘wat suf’, maar destijds stond bovenaan mijn verlanglijstje ‘een broertje of zusje’. Ik was het verhaal alweer vergeten toen mijn vader, beleggingsadviseur, mij op 6 december vroeg de krant te halen. Vreemd, dacht ik. Maar toen ik de achterpagina zag, begreep ik het. Mijn verhaal had gewonnen en stond afgedrukt; met deze foto. Mijn moeder had die opgestuurd naar de redactie. Kort hierna kwam een helderziende langs bij vader voor beleggingsadvies. Zij had het verhaaltje gelezen en zei: ‘Uw dochter wordt later schrijfster.’ Toen was het duidelijk. Tegen een schoolfotograaf, de krant en een helderziende kan niemand op.”