Een tweeling met 10.000 kilometer ertussen

Celia en Julietta werden in Bolivia geboren. Celia werd geadopteerd en groeide op in België, Julietta bleef in Bolivia. Wie heeft er nu eigenlijk geluk gehad?

Haar vader en oudere zus Marcelina met zoon. Foto's Aleid Denier van der Gon

‘In Zuid-Amerika praten ze heel anders over hun gevoelens, heel romantisch. Ze zijn ook heel warm. Als mijn zus Julietta me een foto stuurt met een bloem, schrijft ze: je bent zoals deze bloemen.”

Dat zegt de 23-jarige Celia Beckers. Zij is als baby uit Bolivia geadopteerd door een Belgisch gezin. „Ik zeg ook dat soort dingen terug. Soms lijkt het wel alsof ik een ander persoon ben als ik Spaans praat – dan ben ik minder Belgisch.”

Wie zijn mijn biologische ouders? Die vraag is voor adoptiekinderen zo vanzelfsprekend als het leven zelf. Hij dringt zich soms wat meer op, vaak zweeft hij ergens op de achtergrond, maar helemaal weg is de herkomstvraag nooit: hoe zien ze eruit, zijn ze lief, sterk, komt daar die neus vandaan – hoe zou het met ze gaan? En soms, op dappere of wanhopige momenten: wie zou ik zijn als ik bij hen was opgegroeid?

Het is bekend dat de vraag naar hun herkomst veel adoptiekinderen tekent. Maar hoe zou het zijn als het helemaal geen vraag was? Als adoptiekinderen, zoals in een ‘open’ adoptie gebruikelijk is, van jongs af aan weten wie hun biologische ouders zijn, en zelfs contact met ze hebben?

Documentair fotograaf Aleid Denier van der Gon was geïntrigeerd door die vraag, deels omdat ze zelf een geadopteerde zus heeft. Dat was geen open adoptie. „Bij een open adoptie zijn de twee families met elkaar verbonden door hun kind”, zegt Denier van der Gon. Door haar studie culturele antropologie is ze ook geïnteresseerd in cultuurverschillen, vooral waar die in één mens samenkomen.

Zoals bij Celia Beckers, die in België opgroeide, maar met haar adoptieouders regelmatig naar Bolivia reisde en daar dan ook haar biologische familie bezocht. Toen ze achttien was, is Celia zelfs een half jaar in Bolivia gaan wonen. Om Spaans te leren, vrijwilligerswerk te doen. En om haar afkomst en biologische familie te leren kennen. Denier van der Gon reisde afgelopen zomer met Celia mee toen ze weer terugkeerde naar Bolivia, en fotografeerde het bezoek.

Celia heeft in Bolivia een uitgebreide familie. Haar vader en moeder hadden al meerdere kinderen toen ze een tweeling kregen. Twee, dat was te veel voor het arme boerengezin. Eén meisje, Julietta, bleef bij het gezin, het andere meisje, Celia, werd afgestaan ter adoptie.

Het eerste bezoek dat ze zich herinnert, was toen ze een jaar of negen was. „Het was heel vermoeiend, die dag. We werden warm ontvangen, maar ik voelde dat alle ouders het moeilijk hadden. Vooral de moeders, de ene wilde bij me zijn en de andere had moeite me los te laten. Kinderen vangen onbewust veel gevoelens van hun ouders op. Ik wilde iedereen geruststellen.” Voor haar achttiende is Celia in totaal vier keer naar Bolivia op vakantie geweest, met per vakantie een halve middag familiebezoek. „Toen ik voor zes maanden naar Bolivia ging koos ik ervoor om zonder mijn adoptiemoeder te gaan, zo kon ik rustig mijn biologische familie leren kennen. Iets waar ik mijn adoptiemoeder heel dankbaar voor ben.”

Liever later

Celia zegt dat ze haar Boliviaanse familie liever later had ontmoet. Haar ouders dachten dat het goed voor haar zou zijn om te zien waar ze vandaan kwam, en haar broers en zussen te leren kennen. Dat is ook zo, zegt Celia, maar het was ook wel erg indrukwekkend voor een jong kind. „In de jaren na het bezoek had ik het soms moeilijk. Ik was kind, maar ik was ook volwassen.” Celia denkt dat het belangrijk is dat adoptiekinderen er zelf aan toe zijn om het geboorteland,familie of weeshuis te bezoeken. „Het is een andere wereld, ze zien de cultuurverschillen en de armoede in vergelijking tot de westerse samenleving.”

Toen Celia op haar achttiende zes maanden naar Bolivia ging, ging ze eerst in Sucre Spaans leren en vrijwilligerswerk doen. Ze woonde bij een gastgezin. Daarna ging ze naar Santa Cruz, om bij haar tweelingzus te zijn, maar Julietta vertrok naar Potosi om te studeren. Alleen haar broer woonde er nog met zijn gezin. Celia bezocht haar familie een aantal keer, hoog in de bergen, maar de bezoeken waren niet gemakkelijk.

Praktisch niet, omdat bijvoorbeeld haar moeder Quechua spreekt, en nauwelijks Spaans. Lastig, maar niet onoverkomelijk, zegt Celia. „Zo kunnen we elkaar langzaam leren kennen. Door handelingen, door samen te zijn. Ik lach naar haar, en dan lacht ze terug.”

Maar onderling spreken haar broers en zussen ook Quechua, waardoor Celia zich soms ‘anders’ voelt.

„Ik ben langzaam geïntegreerd. Het heeft lang geduurd, ik voelde niet meteen een band. Het gaat nu beter. We hebben het volgehouden, maar soms dacht ik: wat is dit moeilijk!”

Allebei jaloers

Hoewel iedereen duidelijk blij is als ze er is – er wordt dan een lama geslacht voor een feestmaal – vindt Celia het lastig een positie in het gezin in te nemen. „Soms heb ik het gevoel dat ik Julietta’s moeder afneem of misschien voelt Julietta wel dat ik haar moeder afneem. Vorig jaar was ik met mijn vriend in Bolivia, en toen week mijn zus niet van de zijde van mijn moeder. Die wil zich dan wel opsplitsen, maar ja…dat raakte me wel.”

Het tekent het contact met haar tweelingzus Julietta. Innig, maar gecompliceerd. „Er zijn veel gelijkenissen. Ze is de enige van wie ik altijd zal houden. Maar dat we veel op elkaar lijken, is ook heel moeilijk. Ik begrijp haar helemaal, ik denk dat ik weet hoe ze zich voelt – het is alsof ik met mezelf praat, maar tegelijk zijn er ook zo veel verschillen in hoe we leven.”

Zo denkt haar zus dat Celia leeft als een soort popster. „In Bolivia zijn de blanken rijk, echt rijk. Daardoor denkt ze dat alle blanken zo leven. Dat is niet zo, en dat dringt nu tot haar door. Ze vraagt: wie heeft je opgevoed, had je een nanny? Omdat in Bolivia blanken vaak veel bedienden hebben. Nee, zeg ik dan, mama heeft mij opgevoed. Zij poetst ook gewoon het huis.”

Maar al is ze geen popster, Celia is veel welvarender dan haar Boliviaanse familie en daar was ze zich al jong van bewust. „Als middelbare scholier wilde ik daarom goed mijn best doen. Ik dacht: ik moet dat doen voor mijn familie, ik moet ze trots maken. Ik heb een kans gekregen.”

Haar zus heeft de hele familie, dus ook haar, een keer om geld gevraagd om een bedrijfje te beginnen. „Dat vind ik een moeilijk vraagstuk. Als ik dat niet geef, ben ik dan een slecht mens? Gaat onze relatie dan veranderen? Ik heb uiteindelijk hetzelfde bedrag gegeven als de andere familieleden.”

Hoewel ze het verder nooit over geld hebben, of over de adoptie, denkt Celia dat haar zus jaloers is. „Tegelijkertijd voel ik ook jaloezie omdat zij is opgegroeid in een groot gezin met veel broers en zussen.”

Daarom heeft ze het liever over andere zaken. „We whatsappen veel. Over meisjesdingen, zoals problemen met vriendjes. Dan zeggen we dat we niet alleen zijn op de wereld, wat er ook gebeurt, omdat we elkaar hebben.”

Celia zegt dat ze eigenlijk twee families heeft. Dat de intensieve kennismaking tijdens het half jaar in Bolivia was alsof ze „opnieuw geadopteerd” werd. „Het heeft me een beetje opnieuw opgevoed. Ik heb nieuwe waarden geleerd, een nieuwe kijk op het leven.”

Waarna dus de vraag rest: wie ben ík nu, zegt Celia. „Mijn visie is anders dan die van mijn familie hier in België. Welke waarden, welke gewoontes horen bij mij? Wie ben ik? Daar heb ik jaren mee geworsteld. Nu voel ik me vooral een mix van beide culturen. Dat is het positieve aan dit verhaal.”

Celia en Julietta zijn geboren als tweeling, maar opgevoed met 4.000 hoogtemeters ertussen en een enorm verschil in welvaart. Misschien is het dus niet raar dat niemand zeker weet of Celia en Julietta een identieke tweeling zijn. Ja, denk je bij sommige foto’s, de verschillen zijn klein en komen vast door beter eten en minder zon – en zorgen. Nee, lijken andere beelden weer te zeggen. „Ik weet het niet”, zegt Celia Beckers zelf.

„Ik denk soms van wel, soms van niet. Een test hoeft voor mij niet. Het ontdekken van elkaars gelijkenissen en verschillen vind ik het belangrijkste. En misschien ontdekken we in de loop van de tijd hoe gelijk we zijn en worden we wel langzaam eeneiig. Het is een mysterie.”