Column

De discipelen van het Rode Kruis

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter: @juttachorus) schrijft op deze plaats een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Eduard Vroomen was als vrijwilliger ‘taakveld 3 coördinator’ bij het Rode Kruis in Vlissingen. Bij popfestivals of houseparty’s zorgde hij voor een goed uitgeruste EHBO-post. „Duizenden uren heb ik erin zitten”, zegt hij nu aan tafel in de bleke namiddagzon. In het gewone leven is hij elektricien.

De inefficiëntie van de organisatie ergerde hem. Dat de betaalde krachten in het provinciale kantoor hun mail eens in de drie dagen beantwoordden. Dat hij dertig kilometer moest rijden voor portofoons of brancards.

Toen hij zich als vrijwilliger bij hulporganisatie Event-safe aansloot, ontving hij een brief van het provinciale kantoor dat hij „zijn kennis, vergaard bij het Rode Kruis, niet ten bate van derden mocht aanwenden”. „Ik werd gedumpt”, zegt hij. Dat was in 2012.

Hetzelfde overkwam Cynthia Bomhof uit Souburg, jongste bediende bij een tankstation en destijds tien uur per week vrijwilliger voor het Rode Kruis. Bij de motorcross op de Vlissingse boulevard, het Bevrijdingsfestival, de Zeeuwse Sail. Ze ging een week voor het Rode Kruis naar Bulgarije. „Dankbaar werk.” 

Ook zij sloot zich, op zoek naar meer vrijwilligerswerk, aan bij Event-safe en een lokale EHBO-vereniging. En ook zij kreeg prompt een ontslagbrief. Ze moest direct stoppen met de EHBO-lessen die ze op basisscholen gaf, zegt ze. „Je wordt als grof vuil behandeld.”

Ik zocht Vroomen en Bomhof op toen ik las dat het Rode Kruis opnieuw dreigt vrijwilligers te royeren. Nu omdat is gebleken dat 20 procent van de Nederlandse vrijwilligers geen vluchtelingen wil helpen. In een interne enquête gaven ze antwoorden als: „Ik steun liever de mensen in mijn eigen omgeving die het moeilijk hebben” en „er zijn dak- en thuislozen in Nederland die hulp harder nodig hebben”.

De conclusie van het Rode Kruis: „Duidelijk moet zijn dat principiële weigeraars geen vrijwilliger kunnen blijven, ondanks hun goede inzet tot nu toe.”

„Het kan niet zo zijn dat een vrijwilliger een bepaalde groep níet wil helpen”, zegt een woordvoerder van het Rode Kruis. Ze schat de echte weigeraars op 3 procent. Maar intussen staan er straks weer vrijwilligers op straat na jaren trouwe dienst.

Eduard Vroomen zocht destijds de voorzitter van het district Walcheren op. „Die zei dat zijn discipelen naar hem moesten luisteren.” Daarop ging Vroomen in beroep bij de Geschillencommissie van het Rode Kruis. Zijn zaak werd niet ontvankelijk verklaard. In de week na de uitspraak ontvingen ten minste tien andere vrijwilligers ook de beruchte brief.

„De bestuurders hebben een grote machtspositie”, zegt Vroomen. „Mensen die zo’n jas aandoen, voelen zich heel wat.”

Het landelijke Rode Kruis heeft een serie gesprekken aangekondigd met de weigeraars.