De bodem is nog niet bereikt

Een grote corruptiezaak rond oliebedrijf Petrobras houdt Brazilië politiek en economisch in z’n greep.

De Braziliaanse president Dilma Rousseff wordt verdacht van fraude met overheidsgeld.

Het was geen goede week voor Brazilië. President Dilma Rousseff moet vechten voor haar politieke leven, nadat de parlementsvoorzitter woensdag instemde met een procedure die tot haar afzetting kan leiden. Een dag eerder werd bekend dat de Braziliaanse economie in het derde kwartaal met 1,7 procent kromp, waarmee het land zich officieel opmaakt voor de ergste recessie sinds de jaren dertig.

Daar bovenop bereikte de crisis rondom het grootste corruptieschandaal uit de Braziliaanse geschiedenis, de crisis rondom (semi)staatsoliebedrijf Petrobras, een nieuw hoogtepunt. In operatie Lava Jato (‘wasstraat’), waarmee de corruptie wordt opgespoord, werden vorige week twee kopstukken gearresteerd.

Brazilië staat er al met al beroerd voor. „We stevenen af op een complete politieke en economische destabilisatie. Het zijn de meest onzekere tijden ooit voor ons land”, zegt politicoloog Ricardo Ismael van de Katholieke Universiteit in Rio de Janeiro.

Het corruptieschandaal rondom Petrobras kwam aan het licht in het voorjaar van 2014. Al gauw werd duidelijk dat belangrijke leveranciers van Petrobras steekpenningen betaalden aan het bedrijf in ruil voor contracten. Smeergeld vloeide vervolgens naar toplieden van het oliebedrijf en naar hoge politici, voornamelijk van de regerende Arbeiderspartij (PT), die er weer politieke steun voor terugkregen.

Sindsdien werden honderd mensen gearresteerd onder wie hooggeplaatste politici en ambtenaren, advocaten en kopstukken uit de bouw. Maar de bodem is nog niet bereikt: vorige week werd voor het eerst een senator aangehouden: Delcidio do Amaral, tevens fractieleider van de PT en een sterke bondgenoot van president Dilma Rousseff. Dezelfde dag werd ook bankier André Esteves in de boeien geslagen, topman van de grootste onafhankelijke investeringsbank van Brazilië, BTG Pactual.

Daarmee krijgt de Petrobras-zaak een nieuwe wending: er is nu voor het eerst een directe link met financiële instelling gelegd. Internationaal veroorzaakte Esteves’ arrestatie de nodige opschudding, want hij stond goed aangeschreven. Persbureau Bloomberg noemde Esteves de ‘lieveling’ van het Latijns-Amerikaanse bankwezen.

Het corruptieschandaal heeft Petrobras (80.600 werknemers, vorig jaar 7,5 miljard dollar verlies op 144 miljard dollar omzet) omgerekend inmiddels 1,9 miljard euro gekost.

„Corruptie is er altijd al geweest in Brazilië, maar het is voor het eerst dat het echt zichtbaar wordt”, aldus politicoloog Ricardo Ismael. Dat de justitiële instanties nu in staat zijn om deze corruptie aan te pakken, is volgens hem eigenlijk goed nieuws. „Tot voor kort was de elite onaantastbaar en grepen instituties niet in.”

Strafvermindering

Hoe diep deze corruptiezaak verankerd zit in de Braziliaanse samenleving is nog onduidelijk. „Er zijn steeds nieuwe arrestaties en onthullingen. De vraag is of het einde in zicht is, of dat we ons nog op het topje van de ijsberg bevinden”, aldus Ismael.

Dat komt mede door de tactiek van de onderzoekers. De gearresteerde verdachten worden voor de keuze gesteld: strafvermindering in ruil voor informatie. Op die manier levert iedere golf arrestaties weer nieuwe informatie op en stort het kaartenhuis langzaam in.

Afgetapte telefoongesprekken, onderschepte mails, alles wordt breed uitgemeten en gepubliceerd in de Braziliaanse media. De economische en politieke impact van de corruptiezaak houdt Brazilië volledig in z’n greep. Bij Petrobras werden alleen al duizenden mensen ontslagen en een aantal geplande grote projecten on hold gezet.

Maandag stapte de voorzitter van de raad van commissarissen, Murilo Ferreira, na slechts zeven maanden op. Ook de bouwsector verkeert in een crisis nadat kopstukken als Marcelo Odebrecht, bestuursvoorzitter van bouwmagnaat Odebrecht, en de top van bouwbedrijf Andade Gutierrez achter de tralies verdwenen. De bouwmagnaten worden verdacht van het opkrikken van rekeningen voor Petrobras. Een deel van deze ‘overwinst’ zouden zij als steekpenningen hebben betaald aan politici in ruil voor grote bouwopdrachten.

Het schandaal legt bovendien een smet over de verworven internationale sportevenementen. Andrade Gutierrez bekende recentelijk dat bij de bouw van stadions voor het WK-voetbal van 2014 smeergeld is betaald.

De Braziliaanse politie onderzoekt momenteel bouwcontracten tussen Petrobras en de eerdergenoemde bouwbedrijven voor de Olympische Spelen, ter waarde van 10 miljard dollar. Onderzoeker Igor Romário verklaarde in de media dat het „zeer waarschijnlijk” is, dat bij de olympische bouwwerken ook smeergeld is betaald. De problemen zijn ook voelbaar in de cultuursector. Petrobras is een van de grote sponsoren van cultuur in Brazilië. „Het is onzeker of ons theater open blijft”, klaagt directrice Denise Francisco van Nós do Morro, een vrijwel volledig door Petrobras gefinancierde cultuurinstelling in een opgeknapte sloppenwijk in Rio de Janeiro. Voor buitenlandse investeerders is Brazilië minder aantrekkelijk geworden. Daarnaast ondermijnt de corruptie de positie van de real. Onmiddellijk na de arrestatie van Esteves en Do Amaral kelderde de munt met 2 procent.

5 miljoen dollar smeergeld

Op politiek vlak kunnen nog verrassingen volgen, want er lopen diepgaande onderzoeken naar de oud presidenten Luiz Inácio da Silva (Lula) en Fernando Collor de Mello en hun rol bij het omkoopschandaal. Dat geldt ook voor de huidige voorzitter van het parlement, de ultraconservatieve Eduardo Cunha. Hij wordt verdacht van het aannemen van 5 miljoen dollar aan smeergeld dat hij weg sluisde naar Zwitserse bankrekeningen.

Het is uitgerekend Cunha, een gezworen tegenstander van Rousseff, die deze week toestemming gaf voor het openen van een procedure tot afzetting van de president. De oppositiepartijen verwijten Rousseff dat ze heeft gelogen over het gebruiken van overheidsfinanciën ten behoeve van haar eigen herverkiezing. Vanuit politiek en economisch opzicht is dit het slechtste moment voor een afzettingsprocedure. Doet Cunha de bevolking goed of helpt hij vooral zichzelf hiermee? Dat is volgens Ismael de vraag.

Voor de meeste Brazilianen staat vast dat de president, hoewel niet bewezen, op de hoogte moet zijn geweest van de corruptie. Rousseff was tussen 2003 en 2007 bestuursvoorzitter van Petrobras, in de tijd dat de omkoperij plaatsvond.