Club Studio 80 liep voorop

Een club is niet hetzelfde als de McDonald’s, zei club Trouw-oprichter Olaf Boswijk ooit. Hij bedoelde te zeggen: een club is niet een ruimte waar je een vaatvernauwend, lillend hoopje vet in te veel plastic scoort dat je in vijf minuten naar binnen werkt. Een club is idealiter een plek waar mensen samenkomen, iets meebrengen en dan op rituele wijze de maaltijd nuttigen. Het kerstgevoel, maar dan zonder frustraties over het alcoholmisbruik van oom Ron - want halleluja, je bent met je vrienden. Je zit ook niet vast aan tafel, maar kunt gewoon weg.

Het probleem bij kerstdiners – naast gerecycled familieleed - is de voorspelbaarheid van het menu. Een resultaat van prestatiedruk, financiële prikkels en reclame. Je speelt nou eenmaal liever op safe met een voorverpakte AH Excellent-kalkoen dan door de mand te vallen met boemboe die je hebt leren maken in je experimentele fase tijdens een kookvakantie op Ubud. Duur denk je dan, of, moeilijk. Lusten ze niet.

Zo is het ook bij de meeste clubs. Het is er gezellig, maar het menu is voorspelbaar. Weinig programmeurs durven hun nek uit te steken. Zeker nu, dankzij sociale media, de gemiddelde bezoeker zo honkvast is als een trekvogel met bindingsangst.

De Amsterdamse club Studio 80 durft dat wel. Je krijgt er een sterrenmenu voor een snackbarprijs en het is er zo gezellig als een Friends-aflevering. Helaas gaat het ‘ravehol’ aan het Rembrandtplein, zoals de club liefkozend wordt genoemd, 1 januari dicht, werd vrijdag bekend. En dat is jammer.

De club werd in 2005 opgezet als platform voor nieuw talent door ID&T-oprichter Duncan Stutterheim. Er stonden verschillende koks in de keuken, maar uitgerekend in het afgelopen jaar wist programmeur Tessa Nijdam muziekliefhebbers weer een menu voor te schotelen dat fris en verassend was, zonder in te boeten aan de gastvrijheid waar de club zo bekend om is. Anderhalf jaar geleden zat de club in zwaar weer. De toen 27-jarige Nijdam, ooit als stagiaire begonnen bij de club, kreeg in haar eentje de leiding. Nijdam voerde een ingrijpende reorganisatie door en betrok programmeur Pieter ‘Presk’ Willems. Het aanbod verbreedde aanzienlijk. Studio 80 liep voorop met techno-avonden van John Osborn of Semantica en had een ambient avond met legernetten - Okinawa. Het menu werd een bron van inspiratie, het publiek wat meer kokoswater en minder rode wodka.

Na de overname van ID&T door het Amerikaanse SFX in 2013 zag Stutterheim zijn aandelen kelderen. Daarop besloot hij zich terug te trekken uit het nachtleven en verkocht hij de club. Een enorm verlies. Want de enige manier waarop je iets anders leert eten dan kalkoen is als je eerst ergens anders boemboe krijgt voorgeschoteld. ‘De 80’ was er zo eentje die de kar trok voor de rest.