Buurtonderzoek 2015

Buurtonderzoek Tientallen verslaggevers zwermden uit over het land en peilden de stemming in het land. Ruim 380 lange gesprekken in 30 buurten. Conclusie: Nederlanders zijn tevreden over het hier en nu maar vrezen de toekomst. „Zelfredzaamheid is grotendeels een illusie.”

Een voordeur in Merum

Naam: Onno Dröge
Leeftijd: 54
Woonplaats: Merum
Werk: Leraar, kunstenaar

Bij de volgende verkiezingen zou Onno Dröge op Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren stemmen. Hij ziet dat als een stem voor een zuiver bestaan, een schoon Nederland. Geen hebzucht meer.
Hij woont in een twee onder een kap gezinswoning uit de jaren zestig. Vroeger kon hij vanuit de voorkamer het huis van zijn vader zien, nu is er een huizenblok tussen gebouwd. De kinderen zijn naar school, zijn vrouw werkt buitenshuis.
Het kabinet-Rutte geeft hij een 5, „omdat er te weinig mogelijkheden zijn voor ouderen. Mensen moeten goed verzorgd worden. Dat is een christelijk element”.
Dröge is beeldhouwer, fulltime zegt hij, hoewel hij er niet van kan leven. Werkloosheid vindt hij probleem nummer 1, ook voor zichzelf. „Ik heb nog maar een beperkt werkvermogen.” Ooit lag hij in coma. „Mijn flexibiliteit is minder maar dat wordt wel geëist.” Een vaste baan als leraar in de kunstvakken lukt niet. „Het is altijd flex”, zegt hij.David van Dam

Een voordeur in Rijswijk

Naam: Pim Loef
Leeftijd: 26 jaar
Plaats: Rijswijk
Werk:Productmanager

Pim Loef woont sinds twee maanden met zijn vrouw in de wijk. Het echtpaar en zijn vrouw bezoeken de gereformeerd-vrijgemaakte kerk. Over zijn persoonlijk leven heeft Loef niks te klagen. „Mijn vrouw en ik hebben alle twee een prima baan en we zijn gezond.” Wel maakt hij zich zorgen over de individualisering en het gebrek aan betrokkenheid van mensen bij elkaar. „Maar met mijn nieuwe buren heb ik gelukkig goed contact.” Begin volgend jaar opent er een asielzoekerscentrum in zijn wijk. Loef heeft daar geen enkele moeite mee. „Onze kerk wil de gemeente ondersteuning bieden bij de opvang. Wie weet ga ik zelf ook helpen.” David van Dam

Een voordeur in Born

Naam: Peter en Rien Mikkers
Leeftijd: 66 en 64
Plaats: Born
Werk: Gepensioneerd

Peter Mikkers ontvangt aan de eettafel, in het kamertje tussen keuken en woonkamer. Hij vertelt dat hij zich als katholiek heeft laten uitschrijven – maar dat hij wel weer overweegt om op het CDA te stemmen. Dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt is doorgeschoten. En dat hij een hekel heeft aan het lawaai van bladblazers. Zij vrouw Rien komt erbij zitten. Normen en waarden, dat vinden ze allebei een probleem in Nederland. „Het fatsoen is weg.” Zij hekelt het financieel beleid van het kabinet. „Als ik zelf zo financieel zou handelen, was ik allang failliet verklaard.”David van Dam

Een voordeur in Lelystad

Naam: Christa Krommenhoek
Plaats: Lelystad
Leeftijd: 47 jaar
Werk: Arbeidsongeschikt

Gek eigenlijk, zegt Christa Krommenhoek: „Ik ben minder gezond dan vroeger, maar ik ben veel gelukkiger.” Hoe dat komt? „Ik maak betere keuzes. Mijn leven is simpeler geworden.” Haar vader, volkszanger Koos Alberts, bromt instemmend aan het hoofd van de keukentafel. „Je bent wijzer nu.” Een tijd terug raakte Krommenhoek arbeidsongeschikt. Een auto-ongeluk. , ze verloor haar baan. Reuma. Er werd reuma geconstateerd. Haar grootste zorg die haar nu bezighoudt is nu het vinden van werk. Ze is beperkt belastbaar, dus wat kan ze gaan doen? „Dat moet ik natuurlijk vooral zelf uitzoeken, maar ik voel me wel in de steek gelaten door het UWV.” zegt ze. „Die laten me eigenlijk aan mijn lot over.”
Krommenhoek schrijft. Dat helpt. Ze houdt een blog bij, Life of Chrisje, waarop ze haar levensinzichten deelt. Op de keukentafel prijkt een roze multomap: het manuscript van haar boek.
Buiten staat haar moeder de ramen te lappen. Krommenhoek is net verhuisd, naar een houten huis in Lelystad met een dertig meter diepe tuin – dat brengt geluk.
David van Dam

Een voordeur in Haarlem

Naam: Margareta Souverein
Woonplaats: Haarlem
Leeftijd: 63 jaar
Werk: Arbeidsongeschikt

„Sorry dat het zo lang duurde voor ik opendeed. Ik lag op bed met mijn CIPAP, de luchtpomp voor mijn apneu.”
Margareta Souverein heeft gezondheidsproblemen. Al jaren. Sinds haar vijfentwintigste heeft zij reuma, acht jaar geleden is daar apneu bijgekomen. Haar ziekte bepaalt haar leven. „Ik kom de deur bijna niet uit.”
Door haar ziekte moet zij van weinig rondkomen. Na aftrek van vaste lasten houdt zij 150 euro per maand over. „Gelukkig kan ik één keer per week naar de voedselbank en mag ik 900 euro rood staan. Dat scheelt, hoor.”
Souverein is níét zielig, onderstreept ze. Ze heeft veel om dankbaar voor te zijn. „Ik vermaak me goed met mezelf. Luister naar de radio. Denk veel na over het leven. En mijn twee kinderen.” Haar dochter neemt nu en dan koffie of een wijntje mee, Haar zoon helpt met het aflossen van de belastingschuld, die 450 euro bedraagt.
Met vakantie of naar de schouwburg gaat ze niet. In de winter zet ze de thermostaat nooit hoger dan 17 graden. „Ik draag twee truien over elkaar heen voor de warmte.”
Haar hele leven is ze arm geweest, zegt Souverein, die tot haar vijftigste als apothekersassistente werkte. Toen moest ze stoppen wegens haar gezondheid. „Arm in de financiële zin van het woord. Emotioneel voel ik mij een rijk mens.”David van Dam

Een voordeur in Zevenaar

Naam: Henk Dennissen
Leeftijd: 66
Woonplaats: Zevenaar
Werk: Gepensioneerd

Henk Dennissen woont in een seniorenflat in Zevenaar. Een kleine, knusse woonkamer. Op de buffetkast staat zijn eigen hoofd – een vrolijk, rond, roze hoofd – gemaakt van papier maché. Hij kreeg het toen hij vorig jaar 65 werd. Zijn petekind had er een verjaardagscadeau in verstopt.
Henk Dennissen denkt erover 50Plus te gaan stemmen, een keertje níet het CDA. „Niet dat wij bejaarden de belangrijksten zijn”, zegt hij. „Maar je hebt gewerkt, en daarna word je in een hoek getrapt.”
Hij zou willen dat politici eens vroegen naar wat onder het volk leeft. Hoe zouden wij het moeten doen?
Als voorbeeld neemt hij de zorg. „Stel dat ik over een paar jaar hulpbehoevend ben. Dan ben ik bang dat de boel zo is uitgekleed dat ik alles zelf moet regelen.”
Maar denk nou niet dat Henk Dennissen bij de pakken neer gaat zitten. Denk bij alles wat hij zegt een vrolijk hoofd. Zijn leven is er allesbehalve op achteruit gegaan. „Ik ben met pensioen”, lacht hij, „had ik véél eerder moeten doen”. Nu mag hij nee zeggen. „Vroeger móést je naar je werk.”
Henk Dennissen gaf les op een basisschool, de bovenbouw. Nu doet hij vrijwilligerswerk. Hij verzorgt een vrouw met één been. En hij rijdt in een bus rond. „Met vijf rolstoelers naar de Intratuin. Dat is gezellig!”, zegt hij. „En ze zijn zo dankbaar. Heerlijk.”David van Dam