Abdeslam wil ‘een ander uiterlijk’

Le Monde zag de politieverklaring van Ali. O. Hij sprak terreurverdachte Salah Abdeslam nog na de aanslagen in Parijs.

Café Les Beguines in Molenbeek, dat in bezit was van een van de aanslagplegers in Parijs.

Gaat het hier om een dienst die beter niet verleend had kunnen worden? Om domme pech door een haastige afspraak van een hasjgebruiker? Dat is in elk geval wat de 31-jarige Ali O., een in Brussel geboren Fransman van Marokkaanse origine, aan de politie heeft verteld. 

Ali O. is een van de vier chauffeurs die ervan worden verdacht om beurten Salah Abdeslam te hebben gereden na de aanslagen van 13 november. Salah Abdeslam, de enige geïdentificeerde overlevende van het terroristencommando dat de slachtingen aanrichtte. De verklaring van Ali O., die Le Monde heeft ingezien, is de eerste waarin de laatste uren in Brussel worden beschreven van de man op wie sindsdien door alle Europese politiediensten jacht wordt gemaakt.

Ali O. werd op 22 november aangehouden. De Belgische justitie beschuldigt hem ervan Salah Abdeslam de dag na de aanslagen in zijn Volkswagen Golf te hebben vervoerd. Nadat hij aanvankelijk tegen beter weten in had ontkend, gaf Ali O. tegenover de rechercheurs al snel toe dat hij zich uit eigen beweging bij de politie had moeten melden. Zijn vrienden hadden hem dat afgeraden. Hij is getrouwd. Heeft twee jonge kinderen. Overdag werkt hij als lasser, ’s avonds als bezorger voor restaurants.

Als niet-praktiserend moslim houdt hij van voetballen, pokeren en biljarten. Kortom, een vrij zorgeloos bestaan. Daarom was hij maar liever thuisgebleven dan te bekennen dat hij die zaterdag 14 november geen vragen had gesteld toen hij rond het middaguur een telefoontje kreeg van zijn vriend Hamza A., die hem vroeg naar Laeken, ten noorden van Brussel, te komen.

Een ‘vreemd’ telefoontje

Ali heeft die nacht nauwelijks geslapen. Het telefoontje dat hij krijgt, is een beetje „vreemd” en lijkt uit een telefooncel te komen. Maar het komt als geroepen, want hij is net op zoek naar drugs. Pas bij aankomst in Laeken ontdekt hij dat Hamza A. niet alleen is, maar in gezelschap van Salah Abdeslam, en dat de ontmoeting een heel ander doel dient dan hij dacht.

Abdeslam draagt een muts, een grijze jas en een donkere spijkerbroek. Beide mannen zijn erg „bleek”. Onderzoek heeft al uitgewezen dat ze die nacht in één ruk van Parijs naar Brussel zijn gereden, samen met een derde man, Mohamed A.

Salah Abdeslam zou hen vanuit het 18de arrondissement van Parijs hebben gebeld met de mededeling dat hij motorpech had. Als Ali O. in Laeken arriveert, is Salah Abdeslam echter alleen nog in gezelschap van Hamza. Beide mannen stappen in de auto. Hamza gaat voorin zitten, Salah achterin, en ze vragen Ali om naar een café te rijden waar ze koffie kunnen drinken.

Al snel vraagt Ali zich af wat er met Brahim, de oudste broer van Salah, is gebeurd. Die heeft zichzelf een paar uur eerder op de boulevard Voltaire in Parijs opgeblazen. Maar dat weet Ali O. dan nog niet. De reactie van Salah doet hem verstijven: „Stil!” is alles wat de jongste van de broers hem toesnauwt. Vervolgens vraagt Salah Abdeslam zijn medepassagiers nog voordat ze bij het café stoppen om hun telefoon in de auto achter te laten en de batterij eruit te halen. De reflex van een crimineel die probeert te voorkomen dat hij wordt gelokaliseerd.

Gesprek in café met Salah Abdeslam

Ali O. vertelt de rechercheurs vervolgens over het onwaarschijnlijke gesprek dat hij met Salah Abdeslam had toen ze eenmaal in het café zaten. „Ik heb hem op de man af gevraagd of hij direct of indirect iets te maken had met wat er in Parijs was gebeurd. Brahim was altijd heel radicaal in zijn uitspraken. Zo zei hij eens met een joint tussen zijn vingers: ‘Die vent daar moet dood, want dat is een ongelovige’.”

Salah weigert het te bevestigen. Hij informeert echter wel nadrukkelijk naar het aantal doden, het aantal zelfmoordterroristen van wie de naam inmiddels bekend is en het aantal agenten en militairen dat bij de bestorming is omgekomen. „Hij leek de situatie te analyseren, daardoor begreep ik dat hij er iets mee te maken had.”

Ten slotte snauwt hij: „Mijn naam wordt overal genoemd, ik ben aangebrand.” En: „Ik had daar op niet moeten zijn toen het gebeurde.”

Ali O. dringt aan op meer informatie over het lot van Brahim. „Die is dood, hij ging om zichzelf te doden”, zou zijn broer hebben geantwoord. Ali O. zegt dat hij vervolgens heeft gevraagd waarom Salah Abdeslam erop had aangedrongen dat hij kwam.

„Omdat je een vriend bent van Brahim”, zou het antwoord zijn geweest. Het gesprek, dat vrij geanimeerd verloopt, duurt ongeveer twintig minuten.

‘We zullen elkaar nooit meer zien’

Vervolgens wil Salah Abdeslam met zijn vriend Hamza naar een straat in Schaerbeek, een volkswijk in het noorden van Brussel, worden gebracht. Voor hij rond half drie verdwijnt, zou hij Ali O. nog een laatste keer hebben omhelsd. Tegen hem hebben gezegd dat hij „van uiterlijk” zou veranderen. En gefluisterd hebben: „We zullen elkaar nooit meer zien.”

Waarheen is Salah Abdeslam hem vervolgens gesmeerd? Ali O. zweert dat hij het niet weet. Hij heeft Hamza A. op straat achtergelaten en is gaan werken. „Hamza, Mohamed en ik waren alle drie op het verkeerde moment op de verkeerde plek”, verdedigt hij zich.

Ali O. wordt op twee gronden vervolgd: voor wat in het Franse recht wordt aangeduid als lidmaatschap van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk en voor wat in het Belgische strafrecht „terroristische moorden” wordt genoemd.

„Het is een schande dat mijn cliënt op die tweede grond wordt vervolgd, want uit alles blijkt dat er bij wat hij heeft gedaan geen enkele sprake was van een vooropgezet plan”, voert zijn advocaat, Mr. Olivier Martins, aan. „Uit zijn telefonische verkeersgegevens blijkt zelfs dat hij de hele nacht thuis is geweest. Normaal gesproken zou hij de deur uit zijn.”

Netwerk van vriendschappen

Los van de juridische discussie blijkt uit de verhoren van Ali O. vooral dat Salah Abdeslam kon rekenen op een uitgebreid netwerk van vriendschappen die zijn ontstaan in de Béguines, het café van de broers Abdeslam in Molenbeek, dat op 4 november werd gesloten wegens handel in verdovende middelen.

Mohamed A. was er barkeeper. Hamza A. verkocht er cannabis. Brahim Abdeslam werd er ‘Brahim Poulet’ genoemd. Mohamed Abrini, de tweede man tegen wie een internationaal arrestatiebevel is uitgevaardigd, kreeg er de bijnaam ‘Brioche’, omdat hij in een bakkerij had gewerkt, en had tevens een reputatie als ‘dief’ verworven, omdat hij een „flinke slag van 200.000 euro” had geslagen.

Volgens Ali O., die geen strafblad heeft, hield het vrolijke gezelschap zich onbekommerd bezig met kleine criminaliteit tot het na de sluiting van het café uiteenviel. Na de aanslagen in Parijs kwamen ze opnieuw bij elkaar. Was dat gepland? Als we de jonge huisvader mogen geloven, heeft Salah Abdeslam Hamza A. in de nacht na de aanslagen vooral gebeld „omdat dat het enige nummer was wat hij uit zijn hoofd kende…”.

Ali O. geeft toe dat hij goed bevriend was met Brahim Abdeslam. Ze zijn „van dezelfde leeftijd” en hun families komen uit hetzelfde dorp in Marokko. Volgens hem was echter nergens uit op te maken geweest dat er op 13 november een slachting zou plaatsvinden. Wel had hij gemerkt dat Brahim de laatste „tien maanden” was geradicaliseerd. Hij wilde „een godsdienstiger leven” leiden en zijn café verkopen om geld te steken in een „carwash”.

Op de vraag waar Brahim kon hebben geleerd om met een kalasjnikov om te gaan, verklaarde Ali dat hij in augustus naar Marokko was geweest en in 2014 twintig dagen in Turkije had verbleven. Op 11 november, drie dagen voor de aanslagen, was hij nog met de beide broers „hasj” gaan kopen.

Vertaling: Marlene Lokin