12.000 onzichtbare jongeren in A’dam

12.000 jongeren van 15 tot 27 zonder baan, studie of uitkering. „Ze zijn moeilijk te vinden, maar hebben veel problemen.”

Onzichtbare jongeren zorgen niet voor overlast en zoeken zelf geen hulp. Foto ANP

Zo’n 12.000 jongeren in Amsterdam tussen de 15 tot 27 zijn ‘onzichtbaar’. Ze volgen geen onderwijs, werken niet, staan niet ingeschreven als werkzoekende en hebben geen uitkering. De gemeente weet dát ze er zijn, maar verder zijn ze compleet buiten beeld.

Dit bleek afgelopen week uit onderzoek over 2013 van het Centraal Bureau voor de Statistiek, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken. Heel Nederland telt 66.000 „onzichtbare jongeren”; dit is 5,4 procent van alle jongeren tussen de 15 en 27. Amsterdam heeft het hoogste absolute aantal, maar scoort naar verhouding met 8,6 procent lager dan Wassenaar (16,8 procent). Minister Asscher (PvdA, Sociale Zaken) schreef naar aanleiding van het onderzoek aan de Tweede Kamer dat gemeenten jongeren meer moeten helpen met een baan of werk.

Streetcornerwork (Scw) helpt onzichtbare jongeren in Amsterdam. Janneke Gulen (36) is teamleider en vertelt.

Wie zijn deze Amsterdamse jongeren?

„Het is een grote verzameling jongeren die kampt met veelzijdige problemen – schulden, armoede, verslaving – maar er zitten ook probleemloze jongeren tussen die een skiopleiding in Oostenrijk volgen. De probleemjongeren zijn er in verschillende gradaties. Er is een groep jongeren die een goed netwerk heeft en bij hun ouders leeft, die alles betalen. Daarnaast is er een grote groep zorgjongeren die wel een adres heeft, maar geen goed netwerk en veel problemen. Dan zijn er nog de dakloze jongeren die door schulden van plek naar plek hoppen. En als laatste heb je de spookjongeren: zij schrijven zich bewust uit de basisregistratie om schulden uit de weg te gaan, al is dat steeds moeilijker in Amsterdam.”

Wat is hun achtergrond?

„Die is heel divers. 60 procent is jongen. Maar we zien dat de problemen bij meisjes meestal intenser zijn, omdat ze problemen langer ontkennen. Jongens gaan sneller van school af en komen dan in het vizier. We hebben het meeste zicht op jongeren tot 23 jaar. Tot die leeftijd worden ze door de gemeente gemonitord en probeert de overheid ze aan een startkwalificatie te helpen. Daarna vallen ze uit het systeem, dus jongeren tussen de 23 en 27 zijn het meest onzichtbaar en hun problemen daardoor heel intens.”

Zijn deze jongeren een probleem?

„Ja. Jongeren die op straat voor overlast zorgen, komen snel in contact met de zorgverlening. Maar deze groep is niet zomaar te vinden terwijl er wel van alles aan de hand is. Ze zorgen niet voor overlast en zoeken zelf ook geen hulp. Maar als we op huisbezoek gaan, zien we meteen dat het goed is dat we er zijn. Jonge kinderen die eigenlijk op school horen te zitten, een moeder op de bank die haar roes ligt uit te slapen.

„Deze jongeren voelen zich buitengesloten in de maatschappij en kunnen daardoor criminaliseren en radicaliseren. Op lange termijn zorgen ze voor toenemende zorgkosten en uitkeringen en op nog langere termijn zijn ze een slecht voorbeeld voor hun kinderen.”

Wat doen jullie voor hen?

„Streetcornerwork krijgt jaarlijks zo’n duizend jongeren tot 23 jaar toegewezen van de gemeente. We zoeken ze op en sturen ze naar de schuldsanering, terug naar school of helpen ze met het vinden van werk. In 80 procent van de gevallen lukt dit.”

Wat kan er beter in de hulp?

„Het kan preventiever. Intense begeleiding is heel belangrijk. Het is ook niet genoeg om ze alleen terug naar school te sturen, want dan vallen ze weer terug. Je moet hun persoonlijke problematiek bespreken. Een groot deel valt uit omdat er thuis dingen spelen. Ze hebben schulden of verslavingsproblemen, vaak al voor hun achttiende. Het zijn zeer kwetsbare mensen.”