Zij moeten de macht gaan delen

Aung San Suu Kyi won de verkiezingen, maar het leger blijft machtig. Ze weten: als Birma vooruit wil, moeten ze met elkaar leren leven.

Aung San Suu Kyi gisteren tijdens haar overleg met de hoogste militair, generaal Min Aung Hlaing. De relatie tussen beiden is bepalend voor de toekomst van Birma. Foto Myawaddy/AFP

Kaarsrechte ruggen en stoïcijnse blikken. Een grote afstand tussen de stoel van Aung San Suu Kyi en de bank van president Thein Sein. Een ontspannen gesprek was het gisteren niet tussen Aung San Suu Kyi, de winnares van de Birmese verkiezingen van vorige maand, en Thein Sein, nu president en voorheen een van de hoogste generaals in de militaire junta. Ze sprak ook de machtige bevelhebber Min Aung Hlaing.

Hoe koel ook, deze ontmoetingen zijn even cruciaal en uniek als de parlementsverkiezingen van vorige maand, die eindigden in een verpletterende zege voor Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie.

Maar het leger behoudt een kwart van de parlementszetels, controleert machtige ministeries en heeft grote economische belangen. Zolang het Birmese leger vecht tegen rebellen als de Kachin, Shan en Wa zal het leger de uiteindelijke controle over de ordehandhaving behouden.

Een politiek zonder militairen is pas mogelijk als er in Birma stabiliteit is, liet bevelhebber Min Aung Hlaing vorige maand weten in een zeldzaam interview met The Washington Post. Veel Birmezen denken dat het land uiteindelijk een federatie van autonome staten zal worden, maar weinigen weten of het leger daar werkelijk in geïnteresseerd is en hoe dat te bereiken. Het is aan Suu Kyi om dat uit te werken.

Het gevolg is dat de legerleiders en Suu Kyi tot elkaar veroordeeld zijn. Niemand wil terug naar de dagen van Birma als pariastaat. Maar hoe ze de macht kunnen delen is een complexe vraag in een diep verdeeld land.

Voor de machtsgreep van generaal Ne Win in 1962 was Birma een van de vruchtbaarste en rijkste landen van Zuidoost-Azië. Het was de rijstkom van Azië. Rangoon was een kosmopolitisch knooppunt, zoals Singapore nu is. Maar de junta verwaarloosde gezondheidszorg, infrastructuur en onderwijs. Zestigplussers spreken vaak nog keurig Engels. Tieners in de voormalige Britse kolonie spreken Engels omdat ze de laatste jaren via internet de wereld tot zich namen. Maar daartussen gloort een enorm gat.

Hetzelfde gat is zichtbaar in de economie. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht dat de Birmese economie dit jaar met 8,5 procent groeit, harder dan buurlanden India en China. Tegelijkertijd zijn Birmezen een van de armste bevolkingen van Azië. Ook in die zin erft Suu Kyi een gespleten land: er wordt volop gebouwd aan dure winkelcentra en exclusieve hotels in Rangoon, maar de stroom valt geregeld uit en de wegen zitten vol gaten. Birma is een land vol bodemschatten als jade en oliebronnen waar Birmese zakenlieden, generaals en buitenlanders op azen, maar het land heeft nog geen functionerende aandelenbeurs om effectief kapitaal aan te trekken voor bedrijven.

Om de talloze gaten in de Birmese ontwikkeling te dichten, moeten het leger en Suu Kyi een vergelijk vinden. Niet ieder wetsvoorstel moet een strijd worden.

Het midden vinden heeft ook praktische kanten. De Britse Birma-kenner Richard Horsey wijst op het onderwijsstelsel dat de junta heeft afgebroken. Kennis is macht, zegt hij. „De enige onderwijsinstellingen die enig niveau hebben zijn militaire scholen en academies. Wil Birma een pragmatische en meritocratische aanpak hanteren, dan kun je niet om de alumni van deze instellingen heen.”

Dat is exact wat Aung San Suu Kyi doet. Ze blijft praten met de militairen. Ze weet: het leger heeft Birma verwoest, en toch is het ondenkbaar dat het land wordt opgebouwd zonder de hulp van de militairen.