Wees niet weer Kodak!

Drie futurologen zetten grote vraagtekens bij de methodiek en de uitkomsten van een zojuist verschenen rapport over de toekomst van Nederland.

Illustratie Hajo

Onze publieke denktanks CPB en PBL hebben deze week een nieuwe Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving gepubliceerd. Ze hebben zich een voorstelling gemaakt van Nederland in 2030 en 2050. Dit is een zeer ambitieuze opgave: de meeste futurologen leggen hun horizon bij het jaar 2025. 2050 is in feite sciencefiction.

De scenario’s van CPB en PBL steunen op enkele cruciale aannames. De planbureaus baseren zich namelijk op bestaand overheidsbeleid en op voorgenomen maatregelen waarvan de uitvoering vrijwel zeker is. Systeemveranderingen op welk terrein dan ook zijn niet meegenomen. Ook met doorbraakinnovaties in de periode tot 2030 en zelfs tot 2050 houden zij geen rekening. Daarmee hebben het CPB en PBL een visie op de toekomst geformuleerd in wat zij zelf ‘rustige’ scenario’s noemen.

Deze werkwijze doet sterk denken aan wat wel het Kodak-syndroom wordt genoemd. Ook de strategie van Kodak was gebaseerd op het beleid uit het verleden. De leidinggevenden gingen uit van de grote successen uit het verleden en hadden geen oog voor de komst van de digitale fotografie (nota bene door Kodak zelf uitgevonden). Zij achtten het onwaarschijnlijk dat consumenten belangstelling zouden hebben voor digitale camera’s. In 2012 ging Kodak failliet door de komst van die digitale fotografie. Het bedrijf was hierop niet voorbereid; zij bekeek de toekomst door de achteruitkijkspiegel.

Wij zien op dit moment verschillende (technologische) ontwikkelingen die tot systeembreuken kunnen leiden. Duurzame energievoorziening via zonnecellen ontwikkelt zich exponentieel. Consumenten kunnen zelf elektriciteit opwekken. Wat betekent het als we niet meer afhankelijk zijn van fossiele energiebronnen? Of neem onze mobiliteit. Een van de scenario’s van een andere publieke denktank, het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid van het ministerie van Infrastructuur & Milieu, voorspelt volledig geautomatiseerd autorijden. Als dat wordt gecombineerd met de opkomende deeleconomie kom je in een scenario terecht waarin de wereld van autorijden en het openbaar vervoer er totaal anders uitziet. Of neem 3D-printing. Wat betekent het als consumenten zelf gebruiksvoorwerpen gaan printen? Hoe ziet een circulaire economie er in de toekomst uit als we steeds minder weggooien en steeds meer opnieuw gebruiken? Voor de overheid wordt het dan steeds moeilijker nog belasting te heffen. Dat alles blijft in de CPB/PBL-scenario’s onbesproken. Sterker nog: tot hun expliciete aannames behoort het gegeven dat de belastingdruk in de komende decennia niet zal veranderen.

Wie deze aanpak van de beide planbureaus accepteert, accepteert ook hun aannames over die toekomst. Maar langetermijnvoorspellingen in een complex systeem blijken keer op keer uiterst onbetrouwbaar. Wat we wel kunnen, is vergezichten ontwerpen en ideeën over de wereld van morgen toetsen op hun realiteitsgehalte. Zo kom je ook de Zwarte Zwanen op het spoor: onvoorziene gebeurtenissen met mogelijk grote gevolgen. De term is afkomstig van Nicholas Taleb: ‘zwarte zwanen bestaan niet’ totdat blijkt dat de zwarte zwaan in Australië en Nieuw-Zeeland een normale verschijning is. De futurologie leert dat voorspellingen zelden uitkomen, maar dat wie de ontdekkingsreis naar de toekomst maakt met onmisbare kennis terugkomt. Kennis die je voorbereidt op het moment waarop een voor onmogelijk gehouden toekomst plotseling wel reëel wordt.