Rechtbank dwingt Voedsel- en Warenautoriteit om alle klanten van paardenvleesfraudeur Willy Selten bekend te maken

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moet openbaar maken welke bedrijven van 2011 tot 2013 paardenvlees afnamen van de frauderende vleesverwerker Willy Selten. Dat heeft de Amsterdamse rechtbank gisteren besloten.

De zaak was aangespannen door voedselwaakhond Foodwatch. Door een beroep te doen op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) probeerde Foodwatch de namen van de afnemers van Selten en de producten waarin het paardenvlees terecht was gekomen boven tafel te krijgen. Ook wilde Foodwatch kunnen controleren of de NVWA haar wettelijke taken als toezichthouder naar behoren uitvoerde.

De NVWA weigerde gehoor te geven aan het informatieverzoek, onder meer omdat zij stelde dat dit zou leiden tot „reputatieschade, onheuse bejegening en juridische claims” bij betrokken bedrijven.

Om de gegevens geheim te houden deed de NVWA een beroep op bepaalde weigeringsgronden die de Wob biedt. Onterecht, zo oordeelt de rechter nu.

Volgens de rechter is geen sprake van onevenredige benadeling van de bij Selten afnemende bedrijven als hun naam bekend wordt. Ook moet de NVWA gegevens openbaar maken waaruit het eigen functioneren valt af te leiden. „Zonder openbaarmaking van die gegevens is niet na te gaan in hoeverre de NVWA haar taken als toezichthouder naar behoren heeft uitgevoerd.”

De geslotenheid van de NVWA op het dossier Selten is opvallend. Vorig jaar maakte de organisatie bekend dat het juist meer inspectieresultaten openbaar wil gaan maken.

De eerste stap daarin was de publicatie van de beoordelingen van ruim 1.600 lunchrooms. Binnen een aantal jaar moeten de inspectieresultaten van 45.000 horecabedrijven openbaar zijn.

Een NVWA-woordvoerder laat weten dat zijn organisatie in brede zin inderdaad „bezig is met openbaarmaking”. Op de uitspraak wil hij niet ingaan omdat die wordt bestudeerd. Als de NVWA niet in hoger beroep gaat moet het de gegevens binnen zes weken openbaar maken.