Column

Twee jonge vrouwen

Stanny van Baer en Lina Aardewerk – in de jaren vijftig twee mooie, jonge vrouwen. Nooit zou ik van ze hebben gehoord als ze niet waren opgedoken op de fototentoonstelling De oorlog voorbij van de Amerikaanse fotograaf Leonard Freed (1929-2006) in het Joods Historisch Museum van Amsterdam. Als je ze hebt gezien op die sfeervolle foto’s, rijst onweerstaanbaar de vraag: hoe is het hun verder vergaan?

Freed fotografeerde eind jaren vijftig het naoorlogse herstel van het Joodse leven in Amsterdam. Hij legde het optimisme vast van de Joodse gemeenschap: men wilde verder, de trauma’s werden zoveel mogelijk verzwegen. Zo stuitte hij ook op Stanny van Baer en Lina Aardewerk.

Stanny werd geboren in 1942 in Nederlands-Indië, ze kwam met haar moeder in een Japans vrouwenkamp terecht. Na de oorlog gingen ze naar Nederland waar Stanny door haar (gescheiden) moeder werd opgevoed. Toen Freed haar uitgebreid fotografeerde, was ze nog maar zestien jaar. Drie jaar later – in 1961 – werd ze Miss Amsterdam en Miss International Beauty in Californië.

Op de mooiste foto van Stanny zien we haar met ingehouden overgave dansen op een dansavond voor Joodse jongeren; ze lijkt minstens drie jaar ouder. Ze was al fotomodel en volgde een modeopleiding.

Lina, geboren in 1935 in Hilversum, maakt een ernstiger indruk. De foto’s van haar bleven me bij omdat ze een diepe melancholie ademen; je ziet de schaduwen van een onderdrukt verdriet over haar dagelijks leven vallen. Haar vader en al zijn familieleden waren vermoord in Auschwitz en Sobibor, Lina, haar moeder en zusje hadden de onderduik overleefd.

Freed fotografeerde Lina, laborante van beroep, kort voor en tijdens haar vertrek in 1957 uit Nederland: eerst naar Parijs, later naar Amerika. We zien hoe ze, samen met een niet nader genoemde man, thuis haar koffers pakt en op het station in Amsterdam door het treinraampje afscheid neemt. Op het laatste beeld zit ze alleen in de coupé, de winterjas nog aan, een paraplu naast zich. Je voelt: een deel van haar leven ligt voorgoed achter haar, ze wil niet langer omzien, ze moet door. Het is de droevigste foto van de hele tentoonstelling.

Twee vrouwen, getekend door dezelfde oorlog en toevallig op weg naar dezelfde bestemming: de Verenigde Staten. Maar hoe verschillend verliep hun leven daarna.

Lina trouwde en stichtte een gezin in Los Angeles, waar ze ook studeerde en een geslaagde carrière als effectenmakelaar begon. Ze leeft nog, maar Stanny? Bij het Joods Historisch Museum weten ze het niet, ze hebben vergeefs contact met haar gezocht. Toen ze nog jong en mooi was, was ze een internationale schoonheidskoningin en kreeg ze aanbiedingen uit Hollywood. In 1963 stopte ze met dit werk en trouwde een Amerikaanse tandarts. Zeven jaar later scheidde ze van hem en raakte ze langzaam maar zeker aan lager wal.

Een krantje in Spokane, een stad in de staat Washington, publiceerde in 1997 een kort interview met haar. Ze heet daarin Constance Meyer, is 56 jaar en vult een formulier in voor het verkrijgen van een voedselbon van 20 dollar voor Kerstmis. Ze zegt dat ze te lang heeft stilgestaan bij haar verliezen en dat ze nu weer een positief leven wil leiden. Ze was in een tehuis voor dakloze vrouwen beland, katholiek sociaal werk had haar weer op de been geholpen.

Ze had veel last van een heup gekregen – gevolg van ondervoeding in de oorlog.