Padel, dat is tennis 2.0: freaky rally’s in een kooi

Gisteren begon in Rijswijk het EK padel, een spectaculaire sport die in Nederland voorzichtig doorbreekt. „Waar tennis vier jaar kost om het te leren, duurt dit vier minuten.”

Het padelcentrum in Rijswijk, waar het EK wordt gehouden. Links in het blauwe shirt internationalMarcel Bogaart. Foto ROBIN UTRECHT

Hij is eigenaar van twee goedlopende horecazaken, werkt honderd uur per week, heeft een leuke vrouw en twee kinderen. En toch, een paar jaar geleden dreigde Marcel Bogaart (43) in een midlifecrisis terecht te komen. „Als je bijna veertig bent ga je denken: wat is het doel van het leven? Een nieuwe vrouw en auto, nee, daar zat niet de behoefte.”

Op vakantie in het Spaanse Alicante, vier jaar geleden, vindt hij de oplossing: padel. „Ik was meteen verslaafd.”

De racketsport zit ergens tussen squash en tennis in, met een (tennis)baan die omringd wordt door een kooiachtige constructie met glazen wanden, waardoor de bal telkens terugkomt in het speelveld. Een spektakelspelletje, met lange, freaky rally’s. Bogaart, die jarenlang op hoog amateurniveau tenniste: „Ik dacht: dit is veel leuker dan tennis.”

Padel slurpt sinds die kennismaking veel van zijn vrije tijd op. „Toen ik veertig werd, vroeg mijn vrouw wat ik voor mijn verjaardag wilde. Ik wilde naar Barcelona. ‘Hartstikke leuk’, zei mijn vrouw, ‘dan gaan we met z’n tweeën’. Nee, zei ik: ik wil vier volle dagen padelen.”

Spanje is het Europese padelparadijs met naar schatting twee miljoen spelers. Bogaart bezoekt tijdens zijn verjaardagsreisje de exclusieve club Real Club de Polo in Barcelona en traint er tegen de Spaanse padeltop. „Alsof ik mocht meevoetballen met FC Barcelona, terwijl ik speel bij FC Bal op het Dak.”

18 padelcentra in Nederland

Sindsdien heeft Bogaart een missie: padel groot maken in Nederland. In juni opende hij een indoorcentrum op een bedrijventerrein in Rijswijk, La Playa. Hier wordt deze week het EK padel voor landenteams gehouden voor mannen en vrouwen, het toernooi begon gisteren. Bogaart heeft dezer dagen meerdere petten op, onontkoombaar bij een sport die stilletjes ontkiemt: naast eigenaar van de speellocatie is hij aanvoerder van het Nederlandse mannenteam en bestuurder bij de Nederlandse Padelbond – medeorganisator van de EK.

Bogaart zit in een vergaderruimte in zijn sportcomplex met uitzicht over de vier padelbanen, je hoort het getok van de rackets – een soort beachballbatje. Het EK komt op een moment dat padel voorzichtig doorbreekt in Nederland. Dit jaar zijn er tien padellocaties bijgekomen, wat het totaal op achttien brengt. Er zijn ruim 5.000 padelaars, zegt de bond.

De bekendheid groeit, merkt Bogaart. „In de regio Den Haag betekent padel nu niet meer peddelen op het water.” Bij de padelbond is het druk met mensen die informeren. „Aan het begin van dit jaar kregen we één keer per maand een telefoontje, nu krijgen we er twee per dag.”

De sport is snel, sexy en toegankelijk, zegt Bogaart. Urenlange training is niet nodig om het onder de knie te krijgen. „Waar tennis vier jaar kost om het te leren, duurt dit vier minuten.”

In een rally ga je als duo – het is twee tegen twee – niet snel knock- out: door de glazen wand is er bijna altijd een tweede kans om de bal alsnog te retourneren. „In het leven krijg je niet vaak een tweede kans, bij padel krijg je die continu.”

De eerste officiële baan in Nederland werd in 2006 geopend, in Vijfhuizen, bij Haarlem. Maar drie jaar eerder werd al een niet openbare baan aangelegd op trainingscomplex De Herdgang van PSV, toenmalig hoofdtrainer Guus Hiddink zou een fanatiek padelaar zijn.

Waar de ledenaantallen in het tennis de afgelopen jaren terugliepen (605.000 leden nu), groeit de populariteit van padel. Bogaart: „Padel is tennis 2.0.” Proftennissers Robin Haase en Igor Sijsling probeerden de sport al uit in Rijswijk.

Enkele tennisverenigingen bouwden de afgelopen jaren padelbanen op hun park. De tennisbond stimuleert deze ontwikkeling, de KNLTB ziet padel als „een kans voor verenigingen om meer reuring en levendigheid op de club te realiseren”, zegt een woordvoerder.

De baromzet is gestegen

Zo legde Tennisvereniging Enschede Zuid in 2010 drie padelbanen aan, twee van de acht tennisbanen werden opgeofferd. De club stond er in die periode financieel slecht voor, het ledenaantal liep terug tot zo’n 400 en er werden minder feestjes georganiseerd.

Door padel kreeg de club een „impuls”, zegt voorzitter Tine Simons. Zo’n veertig mensen werden lid vanwege padel, een kleine honderd leden combineren beide sporten. „De club leeft weer meer, er zijn weer feestjes, de baromzet is gestegen.”

Het is mogelijk dat padel op termijn onder de paraplu van de KNLTB komt, zegt de woordvoerder van de tennisbond. Momenteel lopen er gesprekken tussen de twee bonden.

Bogaart is ervan overtuigd dat padel meer dan een bijnummer wordt. „Het wordt groter dan tennis in Nederland – geef ons vijftien tot twintig jaar.”