Hoe de vluchtelingencrisis de kloof tussen Oost en West in EU heractiveert

De toestroom van honderdduizenden migranten heeft een oude scheidslijn in Europa, die tussen Oost en West, nieuw leven ingeblazen. Het oosten weigert vluchtelingen op te vangen, het westen wil genereus blijven. Maar is die scheidslijn nog wel wel zo duidelijk?

Migranten worden door de Duitse politie geëscorteerd naar een registratiecentrum nadat ze uit Oostenrijk de grens zijn overgestoken. Foto Reuters / Michael Dalder

De eurocrisis schonk ons in 2008 de kloof tussen rijke Noord-Europeanen en hulpbehoevende Zuid-Europeanen. De huidige vluchtelingencrisis heeft, althans in de perceptie, een tweede scheidslijn gecreëerd – of liever gezegd, geheractiveerd: die tussen het ‘genereuze’ westen en ‘hardvochtige’ oosten.

De recente beslissing van de nieuwe Poolse regering om te heronderhandelen over de opname van bijna zevenduizend vluchtelingen – toegezegd door haar centrum-rechtse voorgangers in september – maakte de coalitie van solidariteitsweigeraars met Hongarije, Slowakije en Tsjechië weer compleet. „Na ‘Parijs’”, verklaarde Beata Szydlo, de Poolse premier voor het conservatief-nationalistische Recht en Rechtvaardigheid (PiS), „is de situatie veranderd.”

Hoe fundamenteel is die verandering? Dat tussen een groep Europese terroristen ook twee daders zaten die eerder op de vluchtelingenroute werden gesignaleerd, lijkt geen overtuigende reden om het hele ontvangstbeleid in één klap om te gooien. PiS agiteerde al maanden tegen een genereuze houding inzake vluchtelingen. De gretigheid waarmee het de aanslagen aangreep om zich weer aan te sluiten bij de harde antimigratielijn van de Oost-Europese bondgenoten, was opvallend.

Elke moslim in het oog houden

Ook die laatsten gebruikten de gelegenheid om hun bekende standpunten aan te scherpen. De Slowaakse premier Fico beloofde vanaf nu „iedere moslim” in zijn land in het oog te zullen houden. Zijn regering spande een rechtszaak aan tegen het EU-quotasysteem. De Hongaarse premier Viktor Orbán, voorganger in de strijd tegen migratie, kondigde aan hetzelfde te zullen doen. Terwijl medewerkers van zijn partij in de metrostations en op de pleinen van Boedapest handtekeningen inzamelen voor een weinig spontaan ogende petitie tegen vluchtelingenquota, vertelde Orbán tegen website Politico dat „alle terroristen in feite migranten zijn”. De vraag is alleen „wanneer ze gemigreerd zijn naar de Europese Unie”. In het parlement verklaarde hij dat „massa-immigratie het risico op misdaad verhoogt”. Waar meer migranten zijn, zei hij, zien we ook meer diefstallen, overvallen, verkrachtingen en moorden.

De Tsjechische president Milos Zeman vierde de 26ste verjaardag van de Fluwelen Revolutie ondertussen met een bezoekje aan een anti-islamdemonstratie. Deelnemers aan een andere antimigrantenbetoging, in het Poolse Wroclaw, deden hun best om hun leiders te overtreffen door de vluchtelingenkwestie te vermengen met ouderwetsere racistische sentimenten: zij verbrandden een pop die een orthodoxe jood moest uitbeelden.

Geen zwarte vriend op terras

Wroclaw? Was dat niet de Europese Cultuurhoofdstad in 2016, door veel Polen naar voren geschoven als parel in de kroon van het progressieve Polen, open voor de buitenwereld? „Open? Ja, zolang je welgesteld en blank bent”, schamperde Przemyslaw Witkowski onlangs in het bureautje van Nomada, een vereniging voor integratie van minderheden in Wroclaw. „Een zwarte vriend uit België was hier net op bezoek”, zegt zijn vriendin en Nomada-medewerkster Olimpia Swist. „Een restauranthouder vroeg hem het terras te verlaten wegens zijn huidskleur.” Wat haar betreft kan de stad zijn status als Europese Culturele Hoofdstad beter gewoon inleveren.

Maar ook voor nog steeds talrijke progressieve Oost-Europeanen die naar het Westen en de EU kijken als culturele bakens, dringt de vraag zich steeds meer op: hoe on-Europees is xenofobie eigenlijk?

Sommigen merken op dat de karrevracht kritiek op Oost-Europese antimigrantenstandpunten ook als excuus kan dienen voor een rondje Oost-Europeaantje pesten. Oost-Europese familieleden en kennissen die naar West-Europa trekken, komen niet noodzakelijk verlichter terug. Zelfs in kosmopolitische steden als Londen kun je je status als Poolse arbeidsmigrant opkrikken door je ‘blankheid’ en ‘Europeesheid’ te benadrukken tegenover de lokale inwoners, suggereert sociologisch onderzoek.

Masterplan achter migratiecrisis

Dergelijke vaststellingen doen een politicus als Orbán geloven dat hij dichter bij de West-Europese onderstroom staat dan de ‘linkse’ elites in die landen. Die willen niet meer praten over de „fundamentele” dingen zoals vrijheid, christendom, natie en trots, zei hij in een recent interview met het rechts-conservatieve Zwitserse blad Die Weltwoche, maar dragen wel bij aan een politiek waarbij „toekomstige linkse kiezers naar Europa worden geïmporteerd”. Volgens „de verdediger van Europa”, zoals het blad hem noemt „kan men er toch niet omheen zich voor te stellen dat daarachter [achter de migratiecrisis] een soort ‘masterplan’ steekt”.

Het ontlokte Guy Verhofstadt, voorzitter van de liberale ALDE-fractie in het Europees Parlement, een scherpe tegenreactie. „Orbán is Europa’s morele crisis”, zei hij op het partijcongres, dat dit weekend enigszins provocerend in Boedapest werd gehouden.

„In plaats van onze Europese waarden te verdedigen tolereren we hem.”

Maar wie zijn ‘we’? Met de Duitse bondskanselier Angela Merkel, nochtans een partijgenote in de Europese Volkspartij, ligt Orbán alvast op ramkoers. Maar Orbáns gok, zeggen ze, is dat de gematigde oude krokodillen van de West-Europese politiek straks plaats zullen maken voor scherpslijpers zoals hijzelf.

Lees ook: Hoe gaat het nu met de migranten op de Balkan?