Noem het geen inburgeren

Niet in alle noodopvangcentra krijgen vluchtelingen taalles. In Den Haag wel, ook over Sinterklaas.

Taaldocent Rutger van Looij aan het werk in Den Haag. „Waarom eten wij dit?” Foto’s David van Dam

Op tafel liggen in papieren schalen pepernoten en kruidnoten. Taaldocent Rutger van Looij spreekt de volwassen vluchtelingen aan tafel luid en duidelijk toe. „Pe-per-no-ten. Kruid-no-ten. Mmmm, lek-ker.” Hij maakt een breed gebaar met zijn arm: „Pak maar.”

Op een vel papier aan de muur schrijft hij op: kruidnoten zijn hard en pepernoten zijn zacht. Dan vraagt Van Looij de groep: „Waar-om eten wij dit?” Hij schrijft de vraag ook nog even op. En zegt dan: „Omdat het zaterdag Sinterklaas is. Sin-ter-klaas.” „Santa Claus”, zegt een man uit Syrië. „Nee, nee.” Van Looij laat een plaatje van de Goedheiligman zien. Dan zegt hij: „Sinterklaas brengt cadeautjes. Wij houden van hem. Weten jullie nog: hou-den van. Love.” Hij tekent met een rode stift een hartje. Iedereen knikt.

Het is maandagmiddag en in het voormalige ministerie van Sociale Zaken in Den Haag krijgen de volwassen vluchtelingen in groepjes taalles van gespecialiseerde NT2-docenten – NT2 staat voor Nederlands als tweede taal. De kinderen en tieners uit de opvang hebben een eigen ruimte in het gebouw waar de zogenoemde Welkom School zit.

En dat is bijzonder; lang niet in alle noodopvangcentra in het land krijgen vluchtelingen Nederlandse les. Zeker niet de volwassenen. En zeker niet van gespecialiseerde docenten.

Officiële taallessen

Waarom? Omdat enkel asielzoekers met een verblijfsvergunning in Nederland het recht hebben op officiële taallessen, betaald door de overheid – die gaan samen met de inburgeringscursus. In de noodopvang zitten doorgaans vluchtelingen die de procedure voor de aanvraag van een verblijfsvergunning nog in moeten gaan. Zij krijgen dus geen taalcursus. De overheid wil namelijk niet de indruk wekken dat deze vluchtelingen ook écht zouden kunnen blijven.

De vluchtelingen in de noodopvang mogen wel taalles krijgen van vrijwilligers. Maar alleen in overleg met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).

Dat verloopt niet overal even soepel, weet Kees Groenendijk. Hij is emeritus hoogleraar rechtssociologie en expert op het gebied van migratierecht. „Of een taalproject voor asielzoekers slaagt of faalt, hangt af van lokale politici en lokale COA-bestuurders”, vertelt hij. „En dat zou niet zo mogen zijn.”

Volgens hem is het heel belangrijk dat álle vluchtelingen direct Nederlands leren, of ze nou in de noodopvang zitten of al een verblijfsvergunning hebben. „Hoe eerder ze de taal spreken, des te sneller ze integreren en een plek op de arbeidsmarkt vinden.”

Terug naar het oude ministerie van Sociale Zaken waar de vluchtelingen les krijgen. Omdat de gemeente Den Haag zich daar hard voor heeft gemaakt. Wethouder van onderwijs Ingrid van Engelshoven (D66) heeft 2,5 ton geïnvesteerd – geld waarvan ze hoopt dat het rijk dit zal terugbetalen. Maar een toezegging is nog niet gedaan.

Daar wilde Van Engelshoven ook niet op wachten toen de noodopvang twee weken terug openging. Ze wil niet dat asielzoekers „eindeloos en doelloos” hun dag moeten doorkomen. Ook al sluit de opvang over zes weken alweer. Van Engelshoven: „Ik wil de mensen perspectief geven. Dat begint bij het leren van de taal.” Voor de jonge kinderen is het bovendien extra belangrijk dat ze weer een dagritme hebben, zegt Van Engelshoven. „En iets leren. Sommige kinderen hebben al jaren geen onderwijs gehad.”

Het onderwijs voor de vluchtelingen was snel geregeld, zegt de wethouder. Directeuren van basis- en middelbare scholen schreven een plan, maakten een begroting en een curriculum voor de Welkom School. Haagse onderwijsinstellingen doneerden pennen, schriften, spellen. Er kwamen 133 nietmachines binnen.

Voor de volwassenen gingen de Taal+school van ROC Mondriaan en de organisatie Taal aan Zee – die in Den Haag met 250 vrijwilligers les geeft aan asielzoekers – aan de slag. Binnen drie dagen was alles geregeld, vertelt Cora den Boer van Taal aan Zee. Bij de opening stonden rijen vluchtelingen bij de inschrijfbalie, vertelt ze. „Elke dag breiden we uit omdat zich telkens meer mensen aanmelden.” Zo’n 300 asielzoekers krijgen nu les, twee middagen per week.

Zowel voor de Welkom School als voor het volwassenenonderwijs was het belangrijk dat er NT2-docenten les zouden geven. „Je wilt dat asielzoekers de taal meteen goed leren”, zegt Roel Gordijn, coördinator van de Welkom School. „Voor de kinderen is het ook belangrijk dat niet telkens iemand anders voor de klas staat. Vrijwilligers kunnen vaak maar enkele middagen.”

Aan het eind van het jaar sluit de noodopvang in Den Haag. En dan krijgen de vluchtelingen allemaal een certificaat, zegt Den Boer van Taal aan Zee. „Zodat ze bij hun volgende verblijfplek kunnen laten zien wat ze kunnen.” Hetzelfde geldt voor de kinderen van de Welkom School.