‘Met Claudia van den Boogaard’

Thomas Rueb belt Claudia van den Boogaard (53) uit Tilburg. Zij overleefde een aanval van een olifant in Zuid-Afrika.

Claudia, wat is er gebeurd?

„We waren in nationaal park Pilanesberg, mijn man Jules en ik. Komen we al zeven jaar. We rijden zelf, weten wat we wel en niet moeten doen. Bij een waterplaats stonden wat olifanten, een stuk of vijftien. Wij de motor uitgezet. Toen gingen ze, de kudde liep rustig voorbij de auto. Maar toen draaide de laatste olifant, de grootste, zich om. Met zijn oren flapperen, even laten zien: ik ben de baas. Dat kennen we wel. Bravouregedrag. Hoef je niet bang voor te zijn, in principe.”

In principe...

„Nou, hij liep ook weer weg. Maar toen stormde hij opeens terug. Hij ramde zijn slagtand dwars die auto door, nét niet waar wij zaten – dat hadden we ook niet overleefd. Hij tilde ons op, de hele auto kwam een stuk van de grond, gespietst aan die tand. Hij gooide hem zo een paar meter verder. Hij blééf maar doorgaan. Beuken met zijn kop, duwen. Zijn slagtanden gingen dwars door de motorkap heen. De auto spinde om zijn as. Even leek het erop dat hij ons over de kop zou gooien.”

Klinkt als een scène uit Jurassic Park.

„Dat kun je wel zeggen. Dat geluid... Als een blik dat in elkaar wordt gedeukt. Alle ruiten sprongen, de banden knapten. Hij bleef maar doorbeuken. Auto total-loss. Dan besef je hoe nietig je bent.”

Hoe liep het af?

„Na tien minuten hield hij op. Heeft wel nog wat takken en stenen op de auto gesmeten. Toen liep hij weg. We hebben een half uur moeten wachten, totdat voorbijgangers ons oppikten. Niet fijn.”

Nog enig idee waarom hij aanviel?

„Nee. Ze hadden dit hier nog nooit meegemaakt. Wij zijn het nieuws van de dag. Wij deden niets verkeerd, zeiden de rangers. Toen ze de auto zagen, vonden ze het vooral ongelofelijk dat wij het hebben overleefd. Daar was niets meer van over.”