Column

Kurkdroog blijven in een stortbui: in de ‘Rain Room’ kan het

Er is een sketch, ik geloof van Groucho Marx, of was het André van Duin, waarin het maar op één persoon regent. Ook als die persoon zich bewoog, bleef het op hem regenen. Een heel plaatselijk buitje. Het gebeurde op het toneel, waar zoiets leuker is dan in een film, want moeilijker. Bewondering voor de grap krijgt steun van bewondering voor de techniek.

In het echt kan zoiets niet. Het heeft nog nooit alleen op mij geregend, ook al heeft het wel zo gevoeld.

Het tegenovergestelde kan in ieder geval wel, sinds 2012. Toen installeerde het vanuit Londen opererende kunstenaarscollectief Random International voor het eerst zijn Rain Room. In deze grote zaal, in het Barbican, regende het hard. Maar niet op jou. Je kon tussen de druppels doorlopen. Echt. Kurkdroog in een stortbui. In deze regentijden door de klimaatverandering iets om hevig naar te verlangen.

De Rain Room is ook in New York en Shanghai te zien geweest en wordt nu geïnstalleerd in het Lacma in Los Angeles. Overal is het een succes, want wie wil dat nu niet, in de regen lopen en niet nat worden. Rain Room lijkt een alternatief van virtual reality zoals die steeds heftiger te ervaren is via brillen als de Oculus Rift, waarin mensen weer achteruit deinzen als er een trein op ze afrijdt. Maar toch ook weer niet, want beide kun je zien als een vorm van immersion, van kunst waarin je wordt ondergedompeld, kunst die je helemaal omgeeft. Ze zijn ook beide mogelijk dankzij technologische vernieuwingen en de onverwachte toepassing daarvan.

De Rain Room is helaas niet in Nederland te zien. Maar er is wel werk van Joris Laarman (in Groningen) en Daniel Iregui (in Eindhoven), ook kunstenaars die nieuwe technologieën verrassend inzetten. En iets vergelijkbaars was twee jaar geleden te zien op het STRP festival in Eindhoven: de waterfall swing. Daarin zat je op een schommel die door een gordijn van vallend water ging. Ook daar werd je niet nat. Minder magisch dan de Rain Room, deze schommel, maar ook niet gek. Het interessante aan beide waterwerken is dat er eigenlijk vooral iets niet gebeurt. Je wordt niet nat. Als non-gebeurtenis komen ze dicht in de buurt van de kern van kunst, waarin je de dingen nu eenmaal niet aan den lijve ondervindt, maar altijd via omwegen. De omweg blijft de hoofdweg.