Kind ziet Piet als clown, niet als zwart

‘Gelovige’ kinderen delen Sints hulpje in op de kleur van zijn jasje of op andere details. Hij hoort niet bij de echte wereld, hij lijkt een fantasiefiguur.

Meisje (3 jaar) in Pietenpak kijkt tv naar de nationale intocht van Sinterklaas in Gouda, in 2014. Foto Kees van de Veen

Jonge kinderen associëren Zwarte Pieten eerder met clowns, fantasiefiguren dus, dan met mensen met een zwarte huidskleur. En: kinderen vinden Zwarte Piet sowieso geweldig. Dat zijn de belangrijkste resultaten van het allereerste, verkennende onderzoek naar de vraag hoe kinderen van 5 tot 7 jaar (Sint-‘gelovigen’ dus) Zwarte Piet zien. Judi Mesman, hoogleraar ‘diversiteit in opvoeding en ontwikkeling’ aan de Universiteit Leiden, voerde het begin november uit, vlak voor de landelijke intocht van Sinterklaas.

Er is in Nederland nog niet eerder onderzoek gedaan naar de manier waarop kinderen over mensen met verschillende huidskleuren leren denken, vertelt Mesman op haar werkkamer in Leiden. „Dit onderzoek heeft natuurlijk een beetje grappige insteek, maar de vraag is serieus: hoe groeien kinderen in Nederland eigenlijk op als het gaat om mensen met een donkere huidskleur, vanaf welke leeftijd maken ze welk onderscheid? Daar weten we nog niets van!” Mesman werkt nu aan zulk onderzoek, zonder Zwarte Piet.

Haar Zwarte-Piet-onderzoek is een eerste verkenning: de resultaten zijn nog niet in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd (dat zou zo snel ook niet kunnen). De steekproef – 201 kinderen van voornamelijk hoogopgeleide, witte ouders, geworven via Facebook en via via – is ook niet representatief voor heel Nederland. Van de ouders in het onderzoek vond 18 procent Zwarte Piet racistisch.

Mesman gaf de kinderen verschillende taakjes om vast te stellen waarmee ze Zwarte Piet associëren. „Het was zeker geen overweldigende automatische reactie om op huidskleur in te delen”, zegt Mesman. „En er was een grote groep die naar heel andere dingen keek, zoals: ‘die hebben iets geels op hun trui’, of ‘die hebben hun jasje open’.” Sommige kinderen vonden de opdracht moeilijk omdat ze niet direct een goede oplossing zagen, zegt Mesman. Haar eigen dochter van 7 begreep er oprecht niets van toen ze haar voordeed dat je de kaartjes behalve op fantasie-echt ook op huidskleur kunt sorteren.

In het verkennende onderzoek wilde Mesman niet alleen weten hoe kinderen Zwarte Piet categoriseren, maar ook hoe ze hem beoordelen.

De resultaten hiervan gingen tegen het stereotype in, vertelt Mesman: „De kinderen vonden Piet aardig, belangrijk, slim, lief en een harde werker. De zwarte en witte mensen, die vonden ze lui. Maar ja, Zwarte Piet en de clown hebben natuurlijk ook een beroep, hè.” Wel vond 83 procent van de kinderen Zwarte Piet een ‘hulpje’.

Wat de kinderen van Zwarte Piet vonden, hing vrijwel niet samen met wat hun ouders van Zwarte Piet vinden.

Wat vindt ze eigenlijk zelf van Zwarte Piet? „Ik probeer beide kanten te zien”, zegt Mesman. „Mijn onderzoek is ook geen pleidooi om te zeggen: zie je wel, Zwarte Piet is niet erg. Dat het een racistisch stereotype is, met dat kroeshaar en die dikke rode lippen, daar kun je niet omheen. Maar voor heel veel mensen is hij iets fijns en leuks. Dan is het heel heftig als mensen je gaan vertellen dat Zwarte Piet fout is.”

Geef het wat tijd, zegt ze. „Ik moest mijn kinderen uitleggen dat de komkommers vroeger krom waren. Ik denk dat mijn kinderen aan hun kinderen zullen moeten uitleggen wie Zwarte Piet was. Maar zo’n verandering in één generatie – dat is best snel!”