'Je mag mij met liefde helper whitey noemen'

(43) maakte, nadat ze een burn-out kreeg, een documentairereeks over de omgang van andere culturen met het geestelijk welzijn. „Gekte kan ook een spiritueel ontwaken zijn.”

‘Ik dacht altijd dat ik een relaxte, down to earth persoon was, maar toen ik paniekaanvallen kreeg was de grens tussen gekte en normaal ineens akelig dun. De muren om mij heen vielen weg, waardoor alles uit de omgeving even hard binnenkwam: alle geluiden, alle beelden. Dat is zwaar. Maar ik kon daardoor ook diep geraakt worden door dingen: een prachtig landschap, muziek. Dus ik dacht ook: wat zonde dat ik de rolluiken weer moet neerlaten.”

Toen documentairemaker Sunny Bergman (43) enige jaren geleden een burn-out kreeg, en daarvoor niet de juiste hulp kon vinden, besloot ze een documentairereeks te maken: Sunny Side of Spirit. Hierin kijkt ze hoe niet-westerse landen omgaan met westerse ‘welvaartziektes’: depressie, eenzaamheid, burn-out, autisme, ADHD.

Met haar subjectieve, persoonlijke documentaires brengt Bergman graag maatschappelijk debat op gang. Dat deed ze met Beperkt houdbaar, over het dwingende schoonheidsideaal voor vrouwen. En dat deed ze vorig jaar met Zwart als roet, over Zwarte Piet en het verborgen racisme in Nederland. Minder controversieel, maar wel opzienbarend waren haar films over seks: Sunny Side of Sex en Sletvrees. Maar dit jaar lijkt ze het rustiger aan te doen met Sunny Side of Spirit.

Bergman bezoekt voor de reeks Ghana, Taiwan en Brazilië. Ze uit haar kritiek op de Nederlandse cultuur door die met culturen te vergelijken die niet op de onze lijken. Wat wilde ze dit keer kritiseren? „Ons wereldbeeld is: je hebt recht op geluk, het leven heeft je iets beloofd. En als dat niet lukt, moet je zo snel mogelijk weer op dat pad komen. We hebben een obsessie met normaal zijn. En de bandbreedte daarvan is zo smal, dat je er snel buiten valt. We hebben de neiging om ieder afwijkend gedrag te kwalificeren aan de hand van DSM, het psychiatrisch handboek.” De tradities van gemeenschappelijkheid en van genezing biedende volksreligies, die Bergman in andere landen vond, zijn in Nederland verloren gegaan. „Ik voel een spirituele verschraling hier.”

Het leven is weerbarstig

En hoe doen ze het elders anders? „In andere culturen wordt de weerbarstigheid van het leven meer geaccepteerd. Geestelijke problemen worden daar gezien als iets wat erbij hoort, een mogelijkheid tot groei. Het meest in het oog springende verschil is de gemeenschappelijkheid. Een individueel probleem is daar ook een probleem van de groep. Tijdens mijn burn-out heb ik me niet opgevangen gevoeld. Ik moest het zelf uitzoeken. Ook ging ik mezelf afzonderen, ik wilde niemand tot last zijn.”

Het tweede grote verschil met het westen: „Het idee dat er spirituele krachten bestaan die invloed hebben op jouw geest. Ze hebben een ander concept van gekte: het kan ook een spiritueel ontwaken zijn.”

Wat is de oplossing? Moeten we het hier net zoals in Ghana of Brazilië gaan doen? „Nee, ik heb geen stappenplan. Ik ga niet actievoeren en ik stap niet naar de rechter, zoals ik met Zwart als roet deed. Mediteren, yoga, tai chi (Chinese vechtkunst, red.) of qigong (een Chinese leer met bijbehorende lichaamsoefeningen, red.) zijn makkelijk te integreren in ons westerse leven. Ik heb bijvoorbeeld mindfulness gedaan. Mediteren eigenlijk. Dat is niets anders dan observatie van je eigen geest. Je bent je meer bewust van je gedachtes, waardoor je meer afstand tot die gedachtes krijgt. Daar is niets zweverigs aan. Het is juist vrij analytisch.”

Maar bijvoorbeeld candomblé, een Braziliaanse religie, hoort in een bepaalde cultuur die de onze niet is, vindt Bergman. „Je kunt niet een complete cultuur importeren.”

Wat de fuck ben ik hier aan het doen?

Dat heeft Bergman ook tegen veel alternatieve geneeskunde hier: het is niet ingebed in een traditie. „Zo krijg je spiritueel consumentisme: een beetje sjamanisme gemengd met een beetje boeddhisme. Ik heb voor mijn burn-out allerlei genezers bezocht. Ik ben bijvoorbeeld bij een man geweest die aan mijn buik ging voelen en dan heel hard een boer liet. Toen dacht ik: wat de fuck ben ik hier aan het doen?”

Bergman propageert cultuurrelativisme. Ze presenteert een romantisch beeld van de niet-westerse wereld, waarin alles wél goed gaat. Zijn haar films een vorm van exotisme? „Welnee. Ik weet ook wel dat er slechte zorg is voor gekken in Ghana. Dat ze daar aan de ketting moeten. Maar ik ben toch niet verplicht om een film over de Ghanese problemen te maken? De insteek die je vooraf kiest, kleurt altijd je waarneming. Maar de meeste films over niet-westerse landen gaan over kommer en kwel. We beschouwen onze eigen cultuur als hoogste tree van de beschaving, waar zij daar naar op weg zijn. Dat is een culturele suprematie die me tegen de borst stuit. Ik wil dat eens omdraaien. We hebben een westers probleem en ik kijk hoe ze het elders oplossen.”

Een van de attracties van Bergmans films is dat ze zichzelf inzet als onhandige blonde Nederlandse die de vreemde praktijken ondergaat. Zij is de gids met wie we ons in den vreemde kunnen identificeren. „Je zou toch mogen hopen dat je je ook kunt identificeren met iemand die een andere kleur heeft. Maar inderdaad: ik loop er rond als de witte vrouw. En dat straalt ook uit: de wereld is onze speeltuin – wat alle reisprogramma’s uitstralen. Ik denk alleen wel bewust na over hoe ik die wereld in beeld breng.”

Bergman gebruikt zichzelf zo ook als oefenmodel, waarbij ze de zelfkritiek niet schuwt. Zo liet ze eerder een Amerikaanse plastisch chirurg haar vagina beoordelen en liet ze een Oegandese dame aan haar labia  trekken. Deze keer zet ze zichzelf onder een waterval, ondergaat ze acupunctuur, en danst ze mee in een Ghanees ritueel. In Zwart als roet haalde ze haar eigen onbewuste racisme naar boven in een confrontatie met een Afrikaanse vriend. Bergman: „Mijn persoonlijke beslommeringen gebruik ik zoals een andere kunstenaar zijn tekenset gebruikt. Als materiaal. Bovendien hoop ik dat de kijkers op zelfonderzoek gaan. Om ze daartoe te verleiden, moet ik zelf het goede voorbeeld geven.”

Sinds zij vorig jaar de documentaire Zwart als roet maakte, wordt Bergman vooral geassocieerd met de anti-Zwarte-Piet-beweging. In het NRC-artikel over ‘Black Twitter’ (gekleurde vrouwen hekelen de witte overheersing), kreeg Bergman ervan langs. Zij had Zwart als roet niet mogen maken. Zij is niet zwart, en dus geen slachtoffer. Studente Mariam el Maslouhi zei: „Hoort een witte vrouw zo’n film te maken? Ze had ook haar privilege kunnen delen en de film door een zwarte filmer laten maken.”

Wat vindt Bergman daarvan? „Ik begrijp de systeemkritiek. Het zou wellicht beter zijn voor de emancipatie als een zwarte filmmaker dit had gemaakt. Maar als ik hem niet had gemaakt, dan was die film er nooit gekomen. Ik had grote moeite met de financiering. Maar omdat ik een soort boegbeeld van de VPRO ben, wilde de omroep mij steunen. Ik heb ook niet de machtspositie om andere filmmakers de kans te geven.

„Ten tweede had de film dan niet hetzelfde effect gehad. Ik wilde zelfonderzoek doen naar het witte privilege, dat kon dus alleen door een witte persoon gemaakt worden. Juist witte mensen moeten zich uitspreken tegen racisme. Die moeten iets veranderen. Zwarte Piet is meer dan alleen een probleem van mensen die zich gekwetst voelen – hoewel dat leed heel reëel is. Het is een principiële kwestie: je zet zwarte mensen op een karikaturale manier neer voor kinderen. Dat is schadelijk voor alle kinderen, ook voor witte kinderen.”

Naar een witte luisteren ze wél

Is Bergman een helper whitey; een witte goeddoener die zich met een zaak bemoeit die hem niet aangaat? Bergman: „Die term komt van een sketch uit The Daily Show with Jon Stewart, waarin een zwarte vrouw een witte hulp bij zich heeft om met andere witten te communiceren, omdat niemand haar serieus neemt: ‘Thanks, helper whitey!’. Dat proces herken ik heel goed. Als zwarte mensen iets over Zwarte Piet zeggen, worden ze weggezet als emotioneel en radicaal. Als een witte iets erover zegt, wordt er wel geluisterd.”

Moet zij dus stoppen met actie voeren tegen Zwarte Piet? „Nee. Ik moet me alleen bewust zijn van mijn positie. Als het gaat om de ervaring van racisme, ben ik natuurlijk geen autoriteit. Verder mag je mij met alle liefde helper whitey noemen.”