Israël vreest Palestijnse koeienfilm

Israël wil vertoning Palestijnse inzending voor Oscar op filmfestival in Jaffa voorkomen.

De animatie- en documentairefilm The Wanted 18 gaat over achttien koeien die van Israël Palestina niet in mochten tijdens de Eerste Intifada (1987 - 1993)

Wordt Israël bedreigd door een film over achttien koeien? Je zou het bijna gaan denken nu minister Regev (Cultuur, Likud) laat onderzoeken of de inhoud van The Wanted 18, de Palestijnse Oscar-inzending, in strijd is met de Israëlische wet.

The Wanted 18, een combinatie van een animatiefilm en een documentaire, wordt aanstaande zondag vertoond in Jaffa, ter gelegenheid van een filmfestival dat de Nakba herdenkt. De Nakba is de Arabische naam voor de afloop van de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948, waarin ongeveer een kwart miljoen Palestijnen ontheemd raakten. En daar zit de Israëlische pijn: wat Palestijnen ‘Nakba’ noemen, is voor Israël de heuglijke oprichting van de staat.

Een speciaal opgerichte taskforce (werkgroep) bekijkt nu of de film – of een van de acht andere documentaires op het festival – aanzet tot opruiing, racisme of steun voor gewapende strijd tegen de staat Israël, of dat Onafhankelijkheidsdag erin wordt gepresenteerd als een dag van rouw. Mocht de taskforce tot de conclusie komen dat dit het geval is, dan kan Regev de staatssteun voor het filmfestival intrekken.

De ironie wil dat The Wanted 18, een coproductie van de Palestijn Amer Shomali en de Canadees Paul Cowan, juist handelt over geweldloos verzet. De film, die begin dit jaar in De Groene Amsterdammer werd geprezen om zijn „Family Guy-achtige humor en de sfeer van Sin City”, speelt zich af in Bayt Sahour, een overwegend christelijk stadje nabij Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever. Tijdens de Eerste Intifada (1987-1993) wisten de Palestijnen achttien koeien dit stadje binnen te smokkelen, tot groot chagrijn van het Israëlische leger. Op het hoogtepunt van de klucht liet het leger ‘Wanted’-posters maken met daarop de afbeeldingen de gezochte koeien.

Geweldloos activist

Regisseur Shomali laat zich zelf ook gelden als een geweldloos activist tegen de Israëlische bezetting. Zo mocht de film van hem niet vertoond worden in het centrum van het Joodse Tel Aviv, maar alleen in Jaffa, de oude Palestijnse havenstad die tegenwoordig een stadsdistrict van Tel Aviv vormt. Ook weigert Shomali de Israëlische pers te woord te staan. Deze contacten zouden bijdragen tot ‘normalisatie’ van de Israëlische bezetting, vindt hij.

Tegenover De Groene beklaagde Shomali zich over de eindeloze bureaucratische procedures die hij, als Palestijn van de Westelijke Jordaanoever, moet doorlopen om buitenlandse vertoningen van zijn films te kunnen bijwonen. „Ze willen je hele reisgeschiedenis weten van de afgelopen tien jaar, de stempels in al je oude paspoorten zien en ik moet altijd via Amman reizen. Het kost me al tien dagen regelwerk om twee dagen in Amsterdam te kunnen zijn.”

Voor minister Regev, die aantrad in mei van dit jaar, is het al de derde keer dat ze met censuur in verband wordt gebracht. Zo verbood ze de vertoning van Beyond the Fear op het Jerusalem International Film Festival, omdat deze film de moordenaar van premier Rabin zou verheerlijken. Ook bevroor ze de staatssubsidie van het Al-Midan-theater in Haifa, het enige Arabische theater van Israël, wegens het vertonen van een toneelstuk over een Palestijnse gevangene.