In opvang gaat taal leren niet zo soepel

Wie nog geen status heeft, mag officieel geen taalles volgen. In de praktijk wordt er van alles georganiseerd.

Kinderen van vluchtelingen krijgen les in het voormalige ministerie van Sociale Zaken in Den Haag. Sommigen hebben al jaren geen onderwijs gehad.”

Het geven van taalles aan vluchtelingen in noodopvangcentra verloopt niet overal even soepel. Neem Heumensoord in Nijmegen, waar vrijwilligers maar mondjesmaat les kunnen geven, zegt Liesbet Korebrits. Ze begeleidt de vrijwilligers en is bovendien directeur van Radboud in’to Languages – onderdeel van de Radboud Universiteit Nijmegen.

De ruimtes op het terrein lenen zich niet voor onderwijs, zegt ze. Het is groot en chaotisch. „Maar belangrijker: we mogen geen leerboeken gebruiken. En deze ook niet meegeven aan de vluchtelingen voor zelfstudie.”

De taallessen die er gegeven worden, mogen bovendien geen taallessen heten. „Maar wel ‘oriëntatie op Nederland’.” Anders zou het allemaal te veel lijken op een échte inburgeringscursus, legt Korebrits uit. „We zouden asielzoekers dan de indruk kunnen geven dat ze hier ook écht mogen blijven”, vertelt ze verbaasd.

Het verhaal klopt, zegt een woordvoerder van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Asielzoekers met een verblijfsvergunning kunnen officiële taallessen volgen die betaald worden door de overheid. Maar mensen die in de noodopvang zitten en nog de procedure van de aanvraag voor een verblijfsvergunning in moeten gaan, hebben daar nog geen recht op. „Onderwijs en voorbereiding op de maatschappij is dus alleen voor mensen die ook écht in Nederland mogen blijven wonen”, zegt de woordvoerder. „We moeten ons houden aan deze kaders.”

Vrijwilligers mogen ook taallessen aanbieden bij de noodopvang. „We kijken op lokaal niveau hoe we daar invulling aan kunnen geven”, aldus de zegsman.

Vier hoogleraren maken zich boos over de overheidsregels. Een van hen is Kees Groenendijk, emeritus hoogleraaar rechtssociologie en expert op het gebied van migratierecht. Hij vindt dat alle vluchtelingen direct Nederlands moeten kunnen leren. „De grote meerderheid van de vluchtelingen komt uit Syrië en Eritrea. Verreweg de meesten van hen zullen mogen blijven. Geef die mensen die mogelijkheid om de taal te leren. Daar hebben ze ook recht op, ook als anderen dan de overheid het onderwijs aanbieden.”

De woordvoerder van het COA zegt dat de organisatie altijd openstaat voor samenwerking met de gemeenten om iets te betekenen voor de vluchtelingen. Zo opent de gemeente Nijmegen na de kerstvakantie een school voor de kinderen van de noodopvang in Heumensoord.