Hoezo, geef geen les aan vluchtelingen?

Vrijwilligers die vluchtelingen Nederlands willen leren, moeten dat gewoon kunnen doen hoor, schrijven drie hoogleraren.

Nederland wordt geconfronteerd met een flink aantal vluchtelingen. Velen van hen worden voorlopig ondergebracht in opvangcentra, dit in afwachting van een besluit over hun status. Een van de grote centra is Heumensoord bij Nijmegen. Daar verblijven ongeveer 3000 mensen. In november van dit jaar maakte ‘Den Haag’ bekend dat het wachten op een beslissing zes maanden of langer kan duren.

Er zijn verheugend veel vrijwilligers die op vele terreinen hulp en bijstand verlenen, lopend van voedselvoorziening en kleding tot sport en spel. Een van de gebieden waarop vrijwilligers bijstand willen verlenen is onderwijs in de Nederlandse taal. Beheersing, zelfs rudimentair, van de taal van het land waar men verblijft, is van groot belang. Ook de overheid zelf verkondigt dit al jaren. Men zou verwachten dat die overheid particuliere initiatieven om de vluchtelingen van onderwijs en onderwijsmateriaal te voorzien, toejuicht. Het is niet zo.

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), een overheidsinstelling, staat de verspreiding van onderwijsmateriaal inzake de Nederlandse taal in Heumensoord niet toe. Taalonderwijs wordt alleen oogluikend toegestaan. Kennelijk speelt hierbij een rol een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 27 oktober 2015. De staatssecretaris schrijft daarin dat aan asielzoekers in COA-opvanglocaties momenteel geen Nederlandse les wordt gegeven door erkende nt2 docenten. De motivering is verrassend: zou wel van overheidswege les worden gegeven, dan zou dit verwachtingen kunnen wekken. De staatssecretaris meent dat de overheid eenduidig moet zijn in haar boodschap en geen ‘tegenstrijdige signalen moet afgeven’.

Dat laatste vinden wij ook, maar op geheel andere gronden. Vrijwilligers die op Heumensoord onderwijs (willen) verzorgen en lesmateriaal (willen) verspreiden, doen dat niet van overheidswege. Zij doen dat als privé- persoon. In die hoedanigheid genieten zij de garantie van de vrijheid van meningsuiting en van onderwijs. En asielzoekers hebben het recht om boeken (ook die over taal) te bezitten en te gebruiken. Die ‘normen en waarden’ zijn verankerd in de Grondwet (art. 7 en 23), in diverse verdragen zoals het EVRM en in het Grondrechtenhandvest van de EU. De overheid, en dus ook de staatssecretaris en het COA, is gehouden deze fundamentele regels na te leven. Doet zij dat niet, dan geeft zij ‘tegenstrijdige signalen’ en, wat erger is, handelt zij in strijd met fundamentele rechtsregels. Zij schendt de rechten van haar eigen burgers alsook die van de vluchtelingen. Wacht zij op een kortgeding?