Column

Hoe de geldpers salonfähig wordt

Maarten Schinkel schrijft op deze plaats elke donderdag over economie en de financiële markten.

Negatieve rentes: check. Het opkopen van staatsschuld door de centrale bank? Check. De taboes in het monetaire beleid sneuvelden de afgelopen tijd waar je bij stond. Maar er is nog altijd het allerallergrootste: de ‘ingreep-die-niet-genoemd-mag-worden’. En dat is monetaire financiering – de doodzonde van elke centrale bankier. De Voldemort van de valuta’s.

De wereldgeschiedenis is bezaaid met heersers die extra geld lieten drukken om hun rijksuitgaven mee te bekostigen. In de regel met hyperinflatie als resultaat. Van de Weimarrepubliek tot het Zimbabwe van Robert Mugabe, van Servië onder Milosevic tot de Romeinse keizers – de prachtige muntverzameling van het Museo Archeologico Nazionale in Napels toont een bonte parade van klassiek monetair misbruik.

En toch maakt monetaire financiering in de huidige industrielanden een intellectuele opmars door. De Japanse centrale bank koopt sinds jaar en dag staatsschuld op en geeft daar nieuw geld voor terug. Abenomics, genoemd naar premier Abe, voert zowel het begrotingstekort als het aankopen van staatsschuld door de centrale bank op. In de Verenigde Staten is de Federal Reserve formeel gestopt met het aankoopprogramma. Maar elke staats- of andere lening in bezit die afloopt, wordt vervangen door een nieuwe. Waardoor de opkopen een permanent karakter krijgen. En in Europa raakt het opkopen door de ECB in een versnelling.

Zolang je geen staatsschuld van de overheid zelf koopt, maar via de beurs, mag dit geen monetaire financiering heten. Zolang je het niet afschrijft ook niet. Maar het is een kwestie van tijd voor het beestje gewoon bij de naam genoemd gaat worden.

Adair Turner, voormalig hoofd van het toezicht op de Britse financiële sector en tegenwoordig voorzitter van het door miljardair George Soros opgerichte Institute for New Economic Thinking, publiceerde begin deze maand Between Debt and the Devil: Money, Credit, and Fixing Global Finance, waarin hij een openlijk pleidooi voor monetaire financiering houdt. Het Amerikaanse Levy Economics Institute onderzocht monetaire financiering in Canada tussen 1935 en 1975 en concludeert dat de bijbehorende angst voor inflatie onterecht was. Het ziet monetaire financiering als een goede mogelijkheid om de vraag in een economie aan te zwengelen, of te hoge schulden te verminderen.

En vorige maand nog was monetaire financiering een van de belangrijkste onderwerpen op een onderzoeksconferentie van het Internationale Monetaire Fonds. De belangrijkste vraag die Maurice Obstfeld, de nieuwe topeconoom van het IMF, de participanten stelde: „Zou monetaire financiering van begrotingstekorten serieus overwogen moeten worden?” Wordt het, kortom, geen tijd om nieuwe staatsschuld, ontstaan door een begrotingstekort, direct door de centrale bank te laten financieren met nieuw geld?

Je kunt alleen al het idee controversieel vinden, potentieel gevaarlijk of zelfs bloedlink. Maar het wordt openlijk uitgesproken. Het intellectuele grondwerk wordt verricht. De uitvoering, hoe ongelooflijk het nu nog klinkt, lijkt een kwestie van tijd.