Het nieuwe Nederlandse leven van Syriërs

Een Syrische apotheker, ICT-specialiste, landbouwingenieur en leraar vertellen hoe ze hun door oorlog geteisterde land ontvluchtten en nu in Nederland een nieuw leven opbouwen. „Wij zijn gevlucht voor dezelfde terreur als in Parijs.” 

Mohammed Al Mahamid

Sameer Hannan (32). Apotheker en farmaceut. In Nederland sinds december 2013.

Ik had een eigen apotheek in Aleppo, daar werkte ik twee dagen per week. Daarnaast was ik vertegenwoordiger voor farmacieconcern GlaxoSmithKline. Ik had contact met apothekers en gaf uitleg over nieuwe medicatie.

Sameer Hannan.

Begin 2011 kreeg ik op Facebook een uitnodiging: ‘doe je mee aan de Syrische revolutie’? Ik klikte ‘ja’. In april werd ik gearresteerd. Ik zou een spion zijn die speciale groepen aan het organiseren was. Ik werd snel weer vrijgelaten omdat mijn vrouw uit Armenië komt. Dat zijn onze vrienden, zeiden ze.

Sinds december 2013 woon ik in Zwolle, met mijn vrouw en zoontje. Ik maakte direct een CV. Maar ik kon niet werken als apotheker, hoorde ik. Daarvoor zou ik een lange ondoorgrondelijke procedure moeten doorlopen. Een toets en inschrijving in het BIG-register. Niemand vertelde me hoe dat moet.

En ik moest eerst mijn taalexamen halen, op C1-niveau. Daarna kan ik pas een procedure starten om te gaan werken. Ik ben nu bezig met mijn B2-examen.

Nu doe ik weinig. Het is een soort vakantie. Ik hoop werk te vinden als apotheker, ook al is dat moeilijk. Toch weet ik zeker dat ik goed werk zal vinden. Ik ga me nuttig maken. Iets terug doen voor de mensen die mij, mijn vrouw en zoon een veilige plaats hebben geboden.

De meeste mensen zijn vriendelijk, maar na de aanslag in Parijs heb ik wel twee keer iets vervelends meegemaakt. Een man die tijdens het langsfietsen zijn middelvinger opstak en „dom dom” zei. Ik had niks gedaan. En een vrouw die me „koekoek” toeriep. Ik glimlach dan gewoon en loop door.

Het maakt mij ziek dat sommigen een groep mensen willen uitsluiten die heeft geleden. Wij zijn alles kwijtgeraakt: onze huizen, ons werk, ons prachtige land. Wij zijn gevlucht voor dezelfde terreur als in Parijs te zien was.

Lara Mansour (30). ICT-specialist. In Nederland sinds januari 2013. 

Bij mijn masteropleiding Artificial Intelligence in Damascus, deed ik een project dat ‘voice conversion’ heet. Jij zegt iets, waarna de computer datzelfde zegt met het stemgeluid van iemand anders. Na mijn master werkte ik als applicatieontwikkelaar en ICT-instructeur. Mijn laatste baan in Syrië was voor de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, waar er ook veel van in Syrië wonen. Ik ben zelf ook Palestijnse.

Lara Mansour.

Mijn man en ik werkten allebei op een plek waar de oorlog heel erg was. Ik moest wel eens ’s nachts op mijn werk blijven, omdat ik niet meer naar huis kon komen. We waren altijd zenuwachtig, altijd bang dat er iets gebeurde met onze kinderen, toen vier maanden en drie jaar oud. Toen zijn we met ons hele gezin gevlucht. We dachten: samen leven of samen dood.

Begin 2013 kwamen we in Nederland, in juni hadden we een huis in Alphen aan de Rijn. Ik was van plan om meteen te gaan werken, maar werk vinden is heel moeilijk. Werkgevers vinden het allemaal heel belangrijk dat je de taal goed spreekt. Sinds september 2013 leer ik Nederlands.

In maart 2015 vond mijn contactpersoon bij de gemeente een baan voor me. Bij het Utrechtse ICT-bedrijf Caesar Groep ontwikkel ik websites. Eerst kreeg ik een werkervaringsplek voor vier maanden. Daarna werd me een jaarcontract aangeboden. Dat eindigt in juli. Als ik dit jaar mijn vaardigheden kan bewijzen, kan ik misschien een langer contract krijgen, of gedetacheerd worden bij een ander bedrijf. 

Nu maak ik alleen nog sites voor ons eigen bedrijf. Ik heb geen contact met klanten, omdat mijn Nederlands daarvoor perfect moet zijn. Intussen volg ik ook rijlessen, voor als ik in de toekomst gedetacheerd wil worden. Mijn rijbewijs was hier maar zes maanden geldig, daarna heb je een Nederlandse nodig.

Ik wil vooral dat mijn kinderen opgroeien in een veilige omgeving, waar ze een goede studie kunnen doen, en zich geen zorgen hoeven te maken over hun veiligheid. Zelf wil ik wel terug, maar mijn kinderen groeien nu hier op, en gaan hier naar school. Voor hen is het moeilijk om zich aan te passen aan een nieuwe cultuur en een andere taal te leren. 

Kamal Alshahaf (50). Landbouwingenieur. In Nederland sinds december 2014.

In november vorig jaar kwam ik naar Nederland voor mijn werk als landbouwingenieur. Ik werkte voor het Syrische ministerie van Landbouw. Met een comité was ik hier drie dagen om aardappelzaden te inspecteren die we wilden importeren. Ik maakte mijn werk hier af, en ging weer terug naar Syrië.

Kamal Alshahaf.

De situatie was al slecht, en werd met de dag slechter. Ik wilde mijn vrouw en twee kinderen beschermen. We konden niet in vrijheid gaan en staan waar we wilden. We konden niet zomaar vrienden opzoeken. Er was vaak geen elektriciteit en water. Meerdere vrienden van mijn kinderen werden gedood. Ik wilde elke tien minuten weten waar mijn kinderen waren, want je wist maar nooit wat er zou gebeuren.

Toen bepaalden mijn vrouw en ik dat we asiel zouden vragen in Nederland. Het visum van mijn werkbezoek was nog geldig, dus in december kwam ik hier met het vliegtuig. Mijn vrouw en kinderen konden daarna komen via een procedure voor gezinshereniging.

Nu heb ik een huis in Zwijndrecht, en krijg ik Nederlandse taallessen in Rotterdam. Over drie jaar moet ik mijn inburgeringsexamen doen. Als ik twintig was, had ik de taalcursus in een jaar kunnen doen. Maar ik ben oud; ik moet minstens anderhalf jaar studeren.

Ik weet nog niet wanneer ik er klaar voor ben om werk te zoeken. Het is belangrijk dat ik eerst de taal leer. Ik zou wel weer willen werken in de landbouwsector, of in de handel. Maar misschien wordt het iets heel anders.

Ik wil werken, want ik kan niet thuis blijven zitten. Soms ga ik naar Vluchtelingenwerk Nederland toe om ze te helpen met vertaalwerk.

In Nederland leef ik gezonder. Ik heb vijftien jaar gerookt. Hier ben ik gestopt. En ik ben gaan hardlopen met een groepje van Vluchtelingenwerk. Nu probeer ik drie keer per week te gaan hardlopen. Ik kook, was mijn kleren, doe het huishouden, studeer, ga naar school. En ’s avonds kijk ik een uurtje televisie. Het is een goed leven.

Mohammed Al Mahamid (30). Leraar Engels. In Nederland sinds oktober 2004.

Mijn militaire dienst was net twee maanden afgelopen toen de Syrische revolutie begon, in maart 2011. In Syrië heb je twee jaar verplichte militaire dienst na je afstuderen. Ik was in 2008 klaar met mijn studie Engelse Literatuur in Damascus.

Mohammed Al Mahamid.

Naast mijn studie gaf ik Engelse les aan kinderen van een jaar of 6 tot 12. Op privéscholen en bij hen thuis.

Ik was vanaf dag één betrokken bij de revolutie. Na twee weken werd ik beschoten. De kogel kwam vlak onder mijn hart. Ik had geluk dat ik het overleefde. Anderhalf jaar lag ik in het ziekenhuis. Daarna wilde ik weg, naar Nederland, waar mijn broer al was. Ik ben gevlucht voor de crimineel Al-Assad, die de oorzaak is voor alle rampen die we de afgelopen vijf jaar hebben gezien.

Sinds oktober vorig jaar ben ik hier. En afgelopen zomer kreeg ik een huis in Rotterdam.

Mijn dagen zijn saai te noemen. De dagen van een vluchteling zijn saai. Ik ben begonnen met mijn cursus Nederlands en ik zoek werk. Maar eerst heb ik meubels nodig, mijn huis is nog leeg. Werk vinden is lastig. Alle Syriërs hier zoeken werk. Maar niemand wil ons werk geven als we de taal nog niet goed genoeg kunnen. Geen enkele Syriër houdt van thuis blijven. In ons land zijn we gewend om van ‘s ochtend vroeg tot ’s avonds laat te werken. Onze mensen weten niks van thuis zitten, geld krijgen, eten en tv kijken.

Leraar Engels worden is lastig omdat ik dan ook heel goed Nederlands moet kunnen. Het lijkt me ook heel leuk om in de marketing te werken. Als ik klaar ben met mijn taalcursus, hopelijk over een half jaar, wil ik via UAF een cursus marketing volgen. Dat zou goed zijn voor mijn CV.