Een paleis vol licht en schaduw

De kunstenaar Olafur Eliasson zet prins Eugenius’ Winterpaleis in Wenen in een compleet ander licht. Zo worden de barokke achttiende-eeuwse zalen nóg barokker.

Caleidoscopische installaties laten je alle hoeken van de kamer zien in het Weense Winterpaleis.

Als je het Weense Winterpaleis binnenloopt van prins Eugenius van Savoye, een van de rijkste en meest succesvolle generaals van het Habsburgse Rijk, krijg je tegenwoordig een ongebruikelijk advies: ‘fotograferen aanbevolen’. Het is de komende maanden niet de bedoeling dat je het paleis, een van de mooiste barokpaleizen van de stad, enkel bezoekt vanwege de schitterende plafondornamenten of de schilderijen van Rubens en Van Dyck. Het idee is vooral ook dat je je van jezelf bewust bent terwijl je de opulentie waarmee Eugenius zich omringde, in je opneemt. En dat je daardoor anders kijkt naar wat het paleis te bieden heeft.

De Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson (1967) zet prins Eugenius’ Winterpaleis sinds 20 november in een compleet ander licht. Letterlijk, soms. De man die eerder in het Londense museum Tate Modern op allerlei momenten van de dag de zon liet opgaan, en die voor de Klimaatconferentie in december in Parijs tien gigantische blokken ijs uit Groenland laat smelten, heeft bijvoorbeeld het monumentale trappenhuis van het paleis in een monochroom geel lichtschijnsel gezet. Daardoor zie je geen enkele andere kleur meer, en vallen vazen, beelden of muurreliëfs alleen nog op vanwege de vorm die ze hebben of de schaduw die ze werpen. Je ziet dingen die je anders niet gezien zou hebben. En je bent je daarvan bewust, constant. Je moet hiervan houden.

Hoewel de meeste installaties niet nieuw zijn (ze komen uit twee particuliere collecties: Thyssen-Bornemisza Art Contemporary, in Wenen en de Vergez-collectie uit Buenos Aires), werkt het zo goed, dat het behoorlijk duizelingwekkend is.

Eliasson heeft ook dwars door een aantal zalen een lange dunne spiegel neergezet, van bijna 70 meter lang. Hij bedekt ramen, en de (vele) spiegels die de prins er 300 jaar geleden liet hangen in hun gedecoreerde vergulde lijsten. Daardoor zie je alles dubbel. En je ziet permanent jezelf. Realiteit? Illusie? In veel zalen heeft hij ook lichtinstallaties of caleidoscopen neergezet of opgehangen. In één ervan worden alle geometrische beschilderingen van de Sala Terrena door een zeshoekige caleidoscoop volkomen anders gerangschikt – en zeker niet minder mooi. Hier en daar blazen ventilatoren koele wind in je nek. Of je loopt door een lange tunnel van losjes gevlochten staal – of eigenlijk twéé tunnels, vanwege die spiegel.

Met al deze interventies vervormt, weerkaatst en intensiveert Eliasson de werkelijkheid van de achttiende-eeuwse bibliotheek, de balzaal of de eetzaal. Het bizarre is dat hij zich daarmee in zeker opzicht meet met wijlen de Franse prins. Eugenius, die ook een tijd gouverneur van de Oostenrijkse Nederlanden was, werd vooral bekend als generaal en diplomaat. Maar hij was als een multidisciplinair mens: zeer geïnteresseerd in kunst en wetenschap, innovatie en conservatie. Hij zette experts van allerlei disciplines bij elkaar om, in zijn Belvedèrepaleizen, de werkelijkheid nog beter weer te geven. Eliasson doet, in een ander tijdperk en met andere middelen, min of meer hetzelfde. De prins intensiveerde de waarneming met fresco’s, houtsnijwerk, kroonluchters en parketten van het alleredelste hout. Dit is waar barok om draait. Eliasson doet daar, vooral met lichteffecten en spiegelend glas, een grote schep bovenop. Inderdaad: barok in het kwadraat.