Lage prijs of niet, de oliekraan blijft wijdopen staan

De landen van oliekartel Opec komen vandaag bijeen in Wenen. Inzet: hun verdienmodel verdedigen in een veranderende wereld.

Een olieopslagplaats in Salym, in Rusland. De olieprijs is gedaald tot nog geen 44 dollar per vat.

De laagste olieprijs in tien jaar, opslagtanks die tot de nok toe gevuld zijn, een totaal verzadigde markt. Met een olieprijs van nog geen 44 dollar per vat (Noordzeeolie) wordt de jaarlijkse bijeenkomst van de Opec, de Olie Producerende Landen, nog urgenter dan die van vorig jaar. Terwijl ook toen de olieprijs al was gehalveerd.

Het heeft iets paradoxaals. In Parijs zijn bijna tweehonderd landen bijeen om de opwarming van de planeet af te remmen door de uitstoot van CO2 aan banden te leggen. Duizend kilometer naar het oosten, in Wenen, proberen de olielanden morgen hun verdienmodel te redden.

In de wereld van de Opec maakt Saoedi-Arabië de dienst uit. Op de jaarlijkse bijeenkomst in Wenen worden de productiequota voor het nieuwe jaar vastgesteld. Precies een jaar geleden weigerde Saoedi-Arabië de prijs op te drijven door de productie te beperken.

Die rol van ‘balansland’ had Saoedi-Arabië eerder altijd wel gespeeld. Als grootste en rijkste producent binnen de twaalf landen tellende Opec kon het zich permitteren om tijdelijk wat minder olie op de markt te brengen om de prijs te herstellen.

Maar vorig jaar koos Saoedi-Arabië ervoor om niet de prijs, maar het marktaandeel van het oliekartel te verdedigen. De kraan werd niet aangedraaid, maar ging juist verder open in een rechtstreekse aanval op de Amerikaanse schalie-olie.

Het overaanbod op de oliemarkt was ontstaan doordat de Verenigde Staten in een paar jaar tijd, uit het niets, grote hoeveelheden schalie-olie waren gaan produceren en niet meer uitsluitend op de olie uit het Midden-Oosten hoefden te leunen. Bovendien vreesden de Opec-landen dat de Amerikanen zouden gaan concurreren op de Aziatische markt, met name in China en India.

Waarom blijft de olieprijs zo laag? Een animatie:

Deze animatie is gemaakt door Job Bos, student aan de Zuyd Hogeschool in Maastricht.

Olieputten dichtgegooid

Bij een olieprijs van 110 dollar per vat was de vaak kleinschalige, Amerikaanse productie van schalie-olie zeer lucratief. Daarom liet de ene na de andere ondernemer een put slaan.

Nu de prijs tot ver onder de 50 dollar is gezakt, loont dat niet meer, reden dat Amerikaanse producenten inmiddels 60 procent van hun putten tijdelijk of zelfs definitief hebben dichtgegooid. Wat dat betreft lijkt de strategie van de Saoediërs te werken, zo heeft ook het IEA (Internationale Energie Agenschap) onlangs in zijn World Energy Outlook vastgesteld. 

De laagste olieprijs in tien jaar.

Maar dat betekent nog niet dat de Opec nu onmiddellijk de productie gaat verminderen.

Het is nog de vraag of Saoedi-Arabië daar nu wel bereid toe is, Irak en Iran zijn dat zeker niet.

Irak pompt ondanks alle activiteiten van IS, uit alle macht olie op. In november had het land de grootste productie in tien jaar.

Iran staat klaar om een productiesprong te maken zodra er naar verwachting begin komend jaar een einde komt aan de internationale sancties. Afgelopen weekeinde maakte het land een nieuw, gunstig, investeringsmodel bekend voor buitenlandse oliemaatschappijen. Iran hoopt daarmee straks voor 30 miljard dollar aan investeringen aan te trekken.

Waarnemers verwachten bovendien dat de Opec de productie op het huidige peil zal houden omdat ook Rusland volop blijft produceren. De grootste producent van ruwe olie ter wereld is geen Opec-lid. Maar Saoedi-Arabië heeft al wel laten doorschemeren alleen de productie te willen beperken als ook Rusland meedoet.

De Opec-landen in één oogopslag: 

Dat zit er niet in. Rusland komt slechts met een lage afvaardiging naar Wenen. Rusland heeft weinig behoefte aan productievermindering omdat het zelfs met de lage olieprijs nog goed geld verdient. Dit dankzij de zwakke roebel én de lage belastingen die gelijke tred houden met de lage olieprijs.

Ondertussen in Parijs

En dat is waar ‘Wenen’ en ‘Parijs’ elkaar raken. Wereldwijd gaat er, volgens berekeningen van het IEA ruim 460 miljard euro aan belastingvoordelen en subsidies naar fossiele brandstoffen. Dat is ruim drie keer zoveel als het bedrag waarmee duurzame energie wordt ondersteund.

IEA-directeur Fatih Birol noemt de subsidies voor de fossiele brandstoffen „vijand nummer één voor de groei van duurzame energie”. De druk neemt toe om van de lage olieprijs gebruik te maken om die subsidies af te schaffen. China, India en Indonesië zetten wat dat betreft voorzichtige stapjes, maar de grote olieproducenten voelen daar voorlopig niks voor.